Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0725

Datum uitspraak2009-04-10
Datum gepubliceerd2009-04-10
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Groningen
Zaaknummers108442/KG ZA 09-70
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Voormalig beheerder van een horecaonderneming vordert rectificatie, omdat hij ervan wordt beschuldigd zaken te hebben vernield en/of beschadigd, terwijl op geen enkele wijze feitelijk is onderbouwd dat de zaken geen eigendom van eiser zijn. De gewraakte uitlating vindt niet alleen geen steun in het beschikbare feitenmateriaal, maar is ook misleidend. Het verweer dat de gewraakte uitlating in een column is gedaan, waardoor aan de auteur grotere vrijheid toekomt, gaat in dit geval niet op, nu de vrijheid van meningsuiting van een columnist niet onbegrensd is. De suggestie van onder invloed zaken van een ander te vernielen en te beschadigen is in dit geval naar het oordeel van de voorzieningenrechter kwetsend en nodeloos grievend.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK GRONINGEN Sector civielrecht zaaknummer / rolnummer: 108442 / KG ZA 09-70 Vonnis in kort geding van 10 april 2009 in de zaak van [eiser], wonende te woonplaats, eiser, advocaat mr. M. Schuring, tegen 1. [gedaagde A], wonende te woonplaats, 2. [gedaagde B], wonende te woonplaats, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CLOSE-UP PUBLISHERS B.V., gevestigd te vestigingsplaats, gedaagden, Partijen zullen hierna [eiser], [gedaagde A], [gedaagde B] en/of Close-Up Publishers genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding d.d. 16 maart 2009 met producties; - de mondelinge behandeling ter zitting van 24 maart 2009 alwaar [eiser] vergezeld van mr. Schuring is verschenen. [gedaagde A] en [gedaagde B] zijn in persoon verschenen en Close-Up Publishers B.V. is vertegenwoordigd door de [C], directeur. - de pleitnota van [eiser]. 1.2. Ter zitting is de beslissing aangehouden tot 3 april 2009, teneinde partijen de gelegenheid te geven nader in overleg met elkaar te treden. Bij brief van 31 maart 2009 heeft mr. Schuring de voorzieningenrechter alsnog verzocht vonnis te wijzen. De uitspraak is bepaald op heden. 2. De feiten 2.1. [eiser] woont zijn gehele leven al in Haren. Begin 1999 heeft hij van de vereniging Hengelaarsclub Sassenheim het buffet gehuurd. Dit buffet bevindt zich in het clubhuis van die vereniging en bestaat uit een bar met kasten en toebehoren, opbergruimte voor serviezen en glaswerk. Ook heeft [eiser] de daarbij behorende onzelfstandige woning gehuurd en een horeca-inrichting gekocht ten behoeve van de exploitatie van de horecazaak. 2.2. De huurovereenkomst tussen [eiser] en de Hengelaarsclub is per 1 januari 2009 geëindigd en [eiser] diende als gevolg daarvan het gehuurde ontruimd op te leveren. 2.3. [gedaagde A] schrijft columns voor “Haren dé Krant”, zijnde een krant die wordt verspreid onder de inwoners van Haren. Haren dé Krant heeft ook een eigen website, genaamd: www.harendekrant.nl. 2.4. [gedaagde B] is redacteur van Haren dé Krant en Close-Up Publishers is de uitgever. 2.5. In de editie van februari 2009 is een artikel verschenen van [gedaagde A] genaamd “Sassenhein”. In het artikel staat onder andere: “Toen kwam zijn opvolger. Ik ben er één keer geweest en kwam tot de conclusie dat de sfeer zodanig veranderd was dat ik er niet meer wilde komen. Onlangs is deze man gelukkig vertrokken; wat hij achter liet grenst aan het ongelooflijke. Op zijn laatste avond in het Paviljoen sloopte hij bijkans de hele inventaris. Het zeil van de veranda werd kapotgesneden, de bierpomp afgebroken, koeling vernield, enz. enz. Een complete ravage. Je vraagt je af wat zo iemand bezield heeft. Zou hij zijn medicijnen niet op tijd genomen hebben? Heeft hij te veel fun-pillen geslikt? Z’n neus te zwaar gepoederd? Meer dan zware shag gerookt? Zijn resterende drankvoorraad naar binnen gespoeld? Gewoonweg crimineel gedrag. Niemand heeft iets aan vernielde spullen; had het dan meegenomen en verkocht. Was je hoogstens een dief geweest”. 2.5. De raadsman van [eiser] heeft gedaagden verzocht een rectificatie te doen plaatsen. Gedaagden hebben dit niet gedaan. 3. Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat – veroordeling van gedaagden om het ertoe te leiden dat in de eerstvolgende editie van Haren De Krant, na betekening van dit vonnis, op de pagina en plaats waar de hierboven bedoelde column pleegt te worden afgedrukt op kosten van gedaagden de navolgende tekst te (doen) plaatsen: RECTIFICATIE: In de editie van 2 maart 2009 is in het artikel van [gedaagde A] een aantal onjuistheden opgenomen. In dat artikel is namelijk ten onrechte gesteld dat de vorige exploitant van “Sassenhein”de gehele inventaris (onnodig) heef gesloopt. Inmiddels is vastgesteld dat bedoelde exploitant gehouden was dat pand leeg en ontruimd aan de verhuurder ter beschikking te stellen. De redactie betreurt het dat de handelwijze van die exploitant ten onrechte in een kwaad daglicht is gesteld en dat zijn gedrag als crimineel is omschreven. Voorts is ten onrechte gesuggereerd dat er sprake is geweest van drank en/of drugsgebruik. De redactie. Eén en ander op straffe van verbeurte van en dwangsom van € 10.000,00 en met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure. 3.2. Ter toelichting op zijn vordering voert [eiser] aan dat er onwaarheden in de tekst van de column staan. Volgens het artikel zou hij zaken hebben gesloopt en vernield en een ravage hebben aangericht. Dit alles is niet waar. De zaken zijn zijn eigendom en hij diende die te verwijderen omdat hij het gehuurde leeg en ontruimd moest opleveren. Ook de suggesties alsof hij drank of drugs zou hebben gebruikt, zijn niet waar. De bewoordingen van het artikel zijn zijn nodeloos grievend en de inhoud is volstrekt onjuist en daarmee wordt er onrechtmatig jegens hem gehandeld. Dagelijks ondervindt hij hinder van het artikel, want mensen spreken hem erop aan en door het artikel is hij in zijn eer en goede naam als inwoner van Haren en horeca-ondernemer aangetast. Er zijn grenzen aan de vrijheid van de columnist. Die grenzen zijn overschreden zonder dat enig belang daartoe is gediend. 3.3. [gedaagde A], [gedaagde B] en Close-Up Publishers voeren verweer. Het verweer van [gedaagde A] strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] voor zover diens vordering ziet op een veroordeling van [gedaagde A]. [gedaagde A] is weliswaar de columnist, maar het ligt niet in zijn macht om, bij een veroordeling tot rectificatie, over te gaan tot publicatie van die rectificatie. Voorts stelt [gedaagde A] zich op het standpunt dat hij als columnist de door hem in die hoedanigheid in acht te nemen grenzen niet heeft overschreden. 3.4. Het verweer van [gedaagde B] en Close-Up Publishers strekt tot afwijzing van de vordering. In een column mag een situatie op cynische of op ironische wijze belicht of uitvergroot worden. De in de column gestelde vragen zijn ironisch en worden niet beantwoord. [gedaagde A] heeft in zijn column een persoonlijke “sfeertekening” gegeven van de wijze van achterlaten door [eiser] van de horeca-inrichting. Zo lang niet vaststaat dat foute informatie is gepubliceerd, is er voor de redacteur geen reden voor rectificatie. Voorts menen zij dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de columns van [gedaagde A]. Zij hoeven alleen maar ruimte te geven om een stukje te plaatsen. Ook kunnen zij niet rectificeren omdat het in een column de persoonlijke mening van de columnist is. 4. De beoordeling 4.1. De vordering van [eiser] strekt tot het verkrijgen van een rectificatie in de krant “Haren dé Krant”. Voor toewijzing van het gevorderde is vereist dat sprake is van onrechtmatigheid van de betreffende uitlatingen over [eiser]. Daarbij dient vooropgesteld te worden dat een ieder het recht heeft zich vrijelijk te uiten. Deze vrijheid is echter niet onbeperkt. De te beschermen belangen van derden, in het onderhavige geval het recht op bescherming van de eer en goede naam van [eiser], kunnen een omstandigheid zijn die de uitingsvrijheid beperkt. Of en in welke mate daarvan sprake is, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle feiten en omstandigheden van het geval, waarbij de wederzijdse belangen dienen te worden afgewogen. De voorzieningenrechter dient dan ook twee (grond)rechten tegen elkaar af te wegen: het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] en het recht van gedaagden op vrijheid van (menings)uiting. 4.2. Met [eiser] en gedaagden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het artikel van [gedaagde A] dient te worden gekwalificeerd als een column. Over het algemeen wordt in een column niet de waarheid gepretendeerd, maar wordt vaak op ongezouten wijze een mening van de auteur naar voren gebracht. Ook hier is dat het geval. 4.3. Zowel uit de overgelegde stukken als uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat [eiser] gehouden was het door hem gehuurde leeg en ontruimd weer aan de huurder beschikbaar te stellen. In het artikel wordt ten behoeve van de lezers een andere indruk gewekt. Hoewel een deel van die lezersgroep in staat zal zijn om de (on)juistheid van het door [gedaagde A] geschrevene met een grote korrel zou te nemen, zal bij een ander deel ook de gedachte opkomen “waar rook is, is vuur”. 4.4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt, ondanks dat het er niet letterlijk staat, zeer duidelijk de suggestie gewekt dat [eiser] zaken heeft beschadigd en vernield, hetgeen een ernstige beschuldiging is. Op geen enkele wijze is feitelijk onderbouwd dat de zaken geen eigendom van [eiser] zijn. Hierdoor is de conclusie gerechtvaardigd dat de gewraakte uitlating niet alleen geen steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal, doch ook misleidend is. Het verweer van gedaagden dat de gewraakte uitlating in een column is gedaan, waardoor aan de auteur grotere vrijheid toekomt, gaat in dit geval niet op, nu de vrijheid van meningsuiting van een columnist niet onbegrensd is. De suggestie van onder invloed zaken van een ander te vernielen en te beschadigen is in dit geval naar het oordeel van de voorzieningenrechter kwetsend en nodeloos grievend, terwijl niet valt in te zien welk belang met deze ongefundeerde beschuldiging gediend zou zijn. Er is dan ook aanleiding de vordering tot rectificatie wat dit onderdeel betreft toe te wijzen als na te melden. De beperking die dit met zich brengt op de vrijheid van meningsuiting van gedaagden is noodzakelijk in een democratische samenleving. De tekst van de rectificatie zal op dezelfde pagina als waarop de column is verschenen en met hetzelfde lettertype moeten worden afgedrukt. De voorzieningenrechter is tevens van oordeel dat de tekst van de rectificatie op de website van de krant dient te komen te staan. 4.5. De vordering die ziet op een veroordeling van [gedaagde A] kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden toegewezen. Het ligt buiten de macht van [gedaagde A] een rectificatie in de krant dan wel op het internet te doen plaatsen, hetgeen overigens niet door [eiser] is betwist. 4.6. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden. 4.7. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zullen [gedaagde B] en Close-Up Publishers hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op: - dagvaarding EUR 85,98 - vast recht 262,00 - overige kosten 0,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal EUR 1.163,98 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde B] en Close-Up Publishers om na betekening van dit vonnis in de eerstvolgende editie van Haren dé Krant op de pagina en de plaats waar normaliter de column van [gedaagde A] pleegt te worden afgedrukt en op kosten van [gedaagde B] en Close-Up Publishers de navolgende tekst te plaatsen: “RECTIFICATIE: De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen heeft geoordeeld dat de in de editie van 2 maart 2009 onder de kop “Dorpse Dingen” en “Sassenhein” verschenen column van [gedaagde A] gedeeltelijk beledigend is ten opzichte van de vorige exploitant van Sassenhein. De strekking van de column was onder meer dat hij zaken uit het etablissement heeft beschadigd dan wel vernield. Voor die beschuldiging bestaat geen enkel feitelijk aanknopingspunt. Wij rectificeren dan ook op bevel van de voorzieningenrechter: de vorige exploitant van Sassenhein had nimmer beschuldigd mogen worden van het (onnodig) vernielen en beschadigen van de inventaris. De bedoelde exploitant was eigenaar van de inventaris en was gehouden het pand leeg en ontruimd aan de verhuurder ter beschikking te stellen. De gewekte indruk dat de exploitant zaken heeft vernield en gesloopt is onterecht. De redactie betreurt het dat de exploitant hierdoor en ten onrechte in een kwaad daglicht is gesteld en dat zijn gedrag als crimineel is omschreven. De redactie” 5.2. veroordeelt [gedaagde B] en Close-Up Publishers om twee dagen na betekening van dit vonnis de hiervoor onder 5.1. opgenomen tekst te publiceren op de website van Haren dé Krant, genaamd www.harendekrant.nl. Voorzien van een duidelijke aankondiging op die website en met het voor die website gebruikelijke lettertype en deze tekst gedurende veertien dagen gepubliceerd te houden, 5.3. bepaalt dat [gedaagde B] en Close-Up Publishers voor iedere dag dat zij gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk in strijd handelen met het onder 5.1. en 5.2. bepaalde, aan [eiser] een dwangsom verbeuren van EUR 1.000,00, tot een maximum van EUR 20.000,00, 5.4. veroordeelt [gedaagde B] en Close-Up Publishers hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.163,98, 5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.W.M. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2009.?