
Jurisprudentie
BI0656
Datum uitspraak2009-04-10
Datum gepubliceerd2009-04-10
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers07/13361
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-04-10
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers07/13361
Statusgepubliceerd
Indicatie
Erfrecht; verdeling van nalatenschap (81 RO).
Conclusie anoniem
07/13361
Mr L. Strikwerda
Zt. 30 jan. 2009
conclusie inzake
1. [Eiseres 1]
2. [Eiser 2]
tegen
1. [Verweerster 1]
2. [Verweerster 2]
3. [Verweerder 3]
4. [Verweerster 4]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het tijdig door eisers tot cassatie, hierna: [eiser] c.s., ingestelde cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2007, gewezen tussen verweerders in cassatie, hierna: [verweerder] c.s., als appellanten en [eiser] c.s. als geïntimeerden. Bij dit arrest heeft het hof, met vernietiging van het in conventie gewezen vonnis van de rechtbank Haarlem van 6 juli 2005, [eiser] c.s. veroordeeld tot storting van een bedrag van Euro 182.750,90 op een door de notaris van wijlen [betrokkene 1] te openen "erven rekening", opdat gelden uit de nalatenschap van [betrokkene 1] over de erven kunnen worden verdeeld.
2. Het cassatieberoep berust op een uit vier onderdelen opgebouwd middel.
3. [Verweerder] c.s., hebben het middel bestreden en geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
4. De in het middel aangevoerde klachten kunnen naar mijn oordeel niet tot cassatie leiden en nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, zodat het cassatieberoep zich leent voor verwerping met toepassing van art. 81 RO. De zaak komt daarom in aanmerking voor een verkorte conclusie.
5. Onderdeel A van het middel keert zich tegen het oordeel van het hof - in r.o. 2.21 - dat de in r.o. 2.19 getrokken voorlopige conclusies tevens de definitieve zijn, omdat [eiser] c.s. in hoger beroep geen bewijsaanbod hebben gedaan. Naar ik begrijp klaagt het onderdeel dat het hof ten onrechte de bewijslast heeft omgekeerd en dat het hof niet tot zijn voorlopige conclusies had mogen komen zonder uit de gedingstukken blijkende "contra-indicaties" in aanmerking te nemen dan wel [eiser] c.s. in de gelegenheid te stellen daarop te reageren.
6. De eerste klacht van het onderdeel faalt omdat zij berust op een verkeerde lezing van het bestreden arrest. Het hof heeft de bewijslast niet omgekeerd (zie ook r.o. 2.13), doch heeft geoordeeld dat de bedoelde stellingen van [verweerder] c.s. voorshands, tot op door [eiser] c.s. te leveren tegenbewijs, als vaststaand kunnen worden aangemerkt.
7. De tweede klacht van het onderdeel kan niet tot cassatie leiden omdat het middel niet met vermelding van vindplaatsen in de gedingstukken aangeeft op welke "contra-indicaties" wordt gedoeld. De klacht voldoet daarom niet aan de ingevolge art. 407 lid 2 Rv aan een cassatieklacht te stellen eisen. Voor zover de klacht strekt ten betoge dat het hof [eiser] c.s. ambtshalve tot tegenbewijs had behoren toe te laten, kan zij evenmin doel treffen; ook tegenbewijs moet worden aangeboden (vgl. W.D.H. Asser, Bewijslastverdeling, 2004, nr. 48).
8. Onderdeel B van het middel berust op dezelfde verkeerde lezing van het bestreden arrest als de eerste klacht van onderdeel A, namelijk dat het hof de bewijslast heeft omgekeerd. Onderdeel B strandt derhalve, evenals de eerste klacht van onderdeel A, op gebrek aan feitelijke grondslag.
9. Onderdeel C van het middel klaagt dat het (voorlopige) oordeel van het hof - in r.o. 2.19 - dat [eiser] c.s. konden beschikken over de van de bedoelde bankrekening afkomstige contanten en deze zich hebben toegeëigend, zonder nadere motivering onbegrijpelijk is, nu met name [verweerster 2] (bedoeld is kennelijk [verweerster 2]) regelmatig bij haar stiefmoeder op bezoek kwam en in de gelegenheid is geweest het huis te doorzoeken of geld in ontvangst te nemen.
10. Uit de gedingstukken blijkt niet (het middel noemt ook geen vindplaatsen) dat [eiser] c.s. aan hun stelling dat [verweerster 2] regelmatig bij haar stiefmoeder op bezoek kwam, als gevolgtrekking de stelling hebben verbonden dat [verweerster 2] in de gelegenheid is geweest het huis te doorzoeken dan wel gelden in contanten van haar stiefmoeder te ontvangen. Onderdeel C berust derhalve op een ontoelaatbaar novum in cassatie en kan daarom geen doel treffen.
11. Onderdeel D van het middel klaagt over één van de gronden (de grond bedoeld in r.o. 2.18) waarop het hof is gekomen tot zijn voorlopige, in r.o. 2.19 getrokken conclusies. Het onderdeel betoogt dat deze grond die conclusies niet kan dragen.
12. Het onderdeel kan geen doel treffen. Het oordeel van het hof dat de in r.o. 2.18 bedoelde omstandigheden grond kan bieden voor de in r.o. 2.19 getrokken voorlopige conclusies, berust op een aan het hof voorbehouden waardering van feitelijke aard en is niet onbegrijpelijk. Het oordeel kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden met de stelling dat het hof tot een andere waardering had moeten komen.
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Uitspraak
10 april 2009
Eerste Kamer
07/13361
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.W. Bogaardt,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. C.J.J.C. van Nispen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] c.s. hebben bij exploot van 2 januari 2003 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en na wijziging van eis gevorderd, kort gezegd:
1. primair: dat [eiser] c.s. bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis worden veroordeeld een bedrag van € 286.805,45 aan [verweerder] c.s. te voldoen dan wel te storten op een nader te openen zogenaamde erven rekening, opdat vervolgens de gelden uit de nalatenschap over de erven kunnen worden verdeeld,
subsidiair: dat [eiser] c.s. bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis worden veroordeeld tot vergoeding van alle door wijlen [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) geleden schade, welke schade begroot wordt op een bedrag gelijk aan het verdwenen kapitaal, ter hoogte van € 286.805,45;
2. dat bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt verklaard voor recht dat [eiser] c.s. zich hebben schuldig gemaakt aan misbruik van recht en dat dientengevolge [betrokkene 1] [eiseres 1] tot enig erfgenaam heeft benoemd en dat daardoor ten onrechte door [betrokkene 1] schenkingen zijn gedaan, inhoudende het kwijtschelden van alle hypothecaire schulden en betaling van alle schenkingsrechten;
3. dat alle beschikkingen zoals vermeld in bovengenoemd testament bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis nietig worden verklaard;
4. met veroordeling van [eiser] c.s. in de kosten van de procedure in conventie.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden en, in reconventie, na wijziging van eis gevorderd, kort gezegd:
1. verdeling van de nalatenschap van [betrokkene 1], aldus dat aan eiseres in reconventie sub 1 wordt toebedeeld:
primair: televisietoestel-Philips, eenpersoonsbed behorend bij bed slaapkamer, eenpersoonsbed (slaapkamer), Engels theeservies, wasmachine Zanussi, alsmede het haar toekomende resterende erfdeel van € 3.749,80;
subsidiair: het haar toekomende erfdeel ten bedrage van € 4.044,80;
meer subsidiair: een door de rechtbank vast te stellen bedrag.
2. dat [verweerder] c.s. worden bevolen om de aan eiseres in reconventie sub 1 toebedeelde goederen af te geven binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,-- ten laste van ieder van gedaagden in reconventie, per dag of dagdeel dat afgifte niet zal hebben plaatsgevonden binnen voornoemde termijn;
3. dat [verweerder] c.s. worden veroordeeld de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] met aanhorigheden met alle zich daarin vanwege [verweerder] c.s. bevindende personen en zaken te ontruimen en te verlaten en onder voergave der sleutels en hetgeen daartoe verder behoort, ter vrije en algehele beschikking van [eiser] c.s. te stellen, met machtiging van [eiser] c.s. die ontruiming zonodig zelf te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
4. opheffing van het beslag op het huis aan de [a-straat 1] te [plaats] en de mogelijke opbrengst uit verkoop van dat huis dat daarvan in de plaats treedt, met veroordeling van [verweerder] c.s. om het beslag door te halen binnen een termijn van drie dagen na betekening van dit vonnis, of een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,--, of een ander redelijk bedrag, voor elke dag dat zij daarmee in gebreke blijven;
5. met veroordeling van [verweerder] c.s. in de kosten van de procedure in reconventie.
In voorwaardelijke reconventie hebben [eiser] c.s. gevorderd dat de beschikkingen in het testament van [betrokkene 1] van 21 december 2000 bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis worden vernietigd.
De rechtbank heeft bij vonnis van 6 juli 2005 in conventie de vordering afgewezen en in reconventie de verdeling van de nalatenschap van [betrokkene 1] vastgesteld aldus dat aan [eiseres 1] wordt toebedeeld het Philips televisietoestel, het eenpersoonsbed (slaapkamer) en het daarbij behorende eenpersoonsbed, het Engels theeservies, de Zanussi wasmachine, alsmede het aan haar toekomende resterend erfdeel van € 3.749,80, dat het restant van de nalatenschap wordt toebedeeld aan [verweerder] c.s., ieder voor een gelijk deel en [verweerder] c.s. bevolen de vermelde goederen af te geven op straffe van verbeurte van een dwangsom en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 23 augustus 2007 heeft het hof, na een wijziging van eis, het in conventie gewezen vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] c.s. veroordeeld tot storting van een bedrag van € 182.750,90 op een door de notaris van [betrokkene 1] te openen "erven rekening", opdat gelden uit de nalatenschap van [betrokkene 1] over de erven kunnen worden verdeeld en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 1207,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 april 2009.