Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0629

Datum uitspraak2009-03-30
Datum gepubliceerd2009-04-14
RechtsgebiedAmbtenarenrecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers09/8 AW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Weigering voordracht voor benoeming als advocaat-generaal. Het college was gehouden om binnen zes weken of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb is ingesteld - binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift te beslissen. De Raad draagt het college op om thans binnen vier weken zijn beslissing op bezwaar bekend te maken.


Uitspraak

09/8 AW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in het geding tussen: mr. R.P. Schoute, wonende te Utrecht, (hierna: appellant), en het College van procureurs-generaal (hierna: college) Datum uitspraak: 30 maart 2009 I. PROCESVERLOOP Bij besluit van 2 juni 2008, dat op 5 juni 2008 mondeling aan appellant is meegedeeld en in een schrijven van 16 juli 2008 van een schriftelijke motivering is voorzien, heeft het college besloten om appellant in verband met enige integriteitskwesties niet voor te dragen voor benoeming als advocaat-generaal te Amsterdam. Een beroepschrift van appellant van 17 juli 2008, gericht tegen dit besluit, heeft de Raad bij schrijven van 23 juli 2008 met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) naar het college doorgezonden ter behandeling als bezwaarschrift. Appellant heeft bij brief van 18 december 2008 beroep ingesteld tegen - naar wordt gesteld - de weigering van het college om op het bezwaarschrift te beslissen. Bij schrijven van 10 februari 2009 heeft de Raad aan het college verzocht te reageren op de stelling van appellant dat er nog geen besluit op bezwaar is genomen. Bij schrijven van 16 maart 2009 is namens het college meegedeeld dat er door een communicatiefout aan eigen zijde nog geen besluit op bezwaar is genomen. II. OVERWEGINGEN 1. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit, zodat de Raad bevoegd is om uitspraak te doen op een beroep dat is gericht tegen een niet tijdig nemen van een nieuw besluit. 2. De Raad overweegt dat ingevolge artikel 7:10, eerste lid, van de Awb het college was gehouden om binnen zes weken of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb is ingesteld - binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift te beslissen. 3. De Raad stelt vast dat toen appellant zijn beroepschrift indiende, de voormelde termijn (ruimschoots) was overschreden. De Raad acht het beroep tegen het niet (tijdig) nemen van een beslissing derhalve kennelijk gegrond. Dit met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing komt dan ook voor vernietiging in aanmerking. 3.1. In aanmerking genomen de sinds 17 juli 2008 verstreken tijd en de omstandigheid dat blijkens de brief van 16 maart 2009 ook in de periode tussen 10 februari 2009 en 16 maart 2009 geen aanvang is gemaakt met de behandeling van het bezwaar, zal de Raad het college opdragen om thans binnen vier weken zijn beslissing op bezwaar bekend te maken. 4. Van voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb is de Raad niet gebleken. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing op het door appellant tegen het besluit van 2 juni 2008 gemaakte bezwaar gegrond; Vernietigt dat besluit; Draagt het college op om binnen vier weken na de verzending van deze uitspraak een beslissing op bezwaar te nemen en bekend te maken aan appellant; Bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan appellant het door hem betaalde griffierecht van € 145,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2009. (get) M.C. Bruning. (get) P.W.J. Hospel. Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. HD