Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0552

Datum uitspraak2009-04-09
Datum gepubliceerd2009-04-09
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Hertogenbosch
Zaaknummers01/845473-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest, en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht voor belaging (stalking). De rechtbank acht een strafrechtelijk gesanctioneerd contactverbod met aangeefster niet gerechtvaardigd.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector Strafrecht Parketnummer: 01/845473-08 Datum uitspraak: 09 april 2009 Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [woonplaats], [adres] . Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 maart 2009. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 februari 2009. Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart 2008 tot en met 15 september 2008 te Boxmeer en/of Uden en/of Oosterhout, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer1], in elk geval van een ander, met het oogmerk [slachtoffer1], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte in voornoemde periode: - een (groot) aantal sms-berichten naar [slachtoffer1] verzonden en/of - een (groot) aantal malen [slachtoffer1] opgebeld en/of - een (groot) aantal email-berichten naar [slachtoffer1] verzonden en/of - een- of meermalen [slachtoffer1] op haar werkplek opgezocht; (artikel 285b Wetboek van Strafrecht) De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. De bewezenverklaring. De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte: in de periode van 30 maart 2008 tot en met 15 september 2008 te Boxmeer en Uden en Oosterhout wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer1], met het oogmerk [slachtoffer1] te dwingen iets te doen, immers heeft verdachte in voornoemde periode: - een groot aantal sms-berichten naar [slachtoffer1] verzonden en - een groot aantal malen [slachtoffer1] opgebeld en - een groot aantal email-berichten naar [slachtoffer1] verzonden en - [slachtoffer1] op haar werkplek opgezocht; Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De kwalificatie. Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. De strafbaarheid. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen: Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 285b. DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID De eis van de officier van justitie. - een werkstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis met aftrek; - een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een contactverbod inzake [slachtoffer1] (inclusief straatverbod met betrekking tot het woon- en werkadres). Voorts acht de officier van justitie de vordering van de benadeelde partij niet ontvankelijk. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht. De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en). Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op: a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte: - de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd; - verdachte werd terzake van een strafbaar feit soortgelijk aan het door hem gepleegde feit blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder veroordeeld; - verdachte heeft het onderhavige strafbare feit gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling; - de mate van het leed dat aan het slachtoffer is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer. Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden die tot matiging van de straf hebben geleid: - uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door dr. (naam psychiater) van 2 maart 2009 blijkt, dat het door hem gepleegde strafbare feit in sterk verminderde mate aan hem kan worden toegerekend. Dit rapport houdt onder meer zakelijk weergegeven in: er is bij betrokkene sprake van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsverandering door een schedeltrauma met daaruit voortkomend cognitief functieverlies. Hiervan was sprake ten tijde van het ten laste gelegde. - uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door drs. (naam GZ-psycholoog) van 24 februari 2009 blijkt, dat het door hem gepleegde strafbare feit in sterk verminderde mate aan hem kan worden toegerekend. Dit rapport houdt onder meer zakelijk weergegeven in: Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Er is sprake van een persoonlijkheidsverandering door hersenletsel, waarbij affectlabiliteit domineert en afhankelijke trekken aanwezig zijn. Verder is er sprake van een cognitieve stoornis NAO, eveneens door hersenletsel, waarbij een geheugendefect werd aangetoond, evenals een gebrekkige impulsbeheersing en cognitief verval. Betrokkene functioneert door het verlies van capaciteit op zwakbegaafd niveau. Voornoemde stoornissen bestonden evenzo ten tijde van het ten laste gelegde. De ziekelijke stoornis was van invloed op betrokkene’s gedrag ten tijde van het ten laste gelegde, zodanig dat het ten laste gelegde daaruit gedeeltelijk verklaard zou kunnen worden. Mede vanuit de afhankelijke persoonlijkheidskenmerken ontstonden er sterke drijfveren om de relatiebreuk ongedaan te maken. Hieruit kwamen impulsen voort om contact met aangeefster te zoeken. Door hersenorganiciteit zijn de mogelijkheden om impulsen te beheersen zeer beperkt. Door de verstandelijke beperkingen beschikt betrokkene niet over voldoende mogelijkheden om problemen op te lossen, zodanig dat het niet haalbaar is voor betrokkene om alternatieven te bedenken die de onlustgevoelens zouden kunnen opheffen. Dit gebeurde in sterke mate. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en gaat er van uit dat het bewezenverklaarde de verdachte in sterk verminderende mate valt toe te rekenen. De rechtbank acht het, gelet op de rapportages van de psycholoog en de psychiater, van het grootste belang dat verdachte een behandeling zal ondergaan ter voorkoming van recidive. Uit de rapportages blijkt ook dat verdachte, gelet op zijn stoornissen, waarschijnlijk zeer grote moeite zal hebben om zijn impulsen tot het zoeken van contact met aangeefster te onderdrukken, zeker zolang de behandeling nog niet in een gevorderd stadium is. Hoewel het voor verdachte volstrekt duidelijk moet zijn dat het niet de bedoeling is dat hij nog op enige wijze contact met aangeefster opneemt, acht de rechtbank gelet op het vorenstaande een strafrechtelijk gesanctioneerd contactverbod op dit moment niet gerechtvaardigd. Hierbij weegt de rechtbank mee dat verdachte bij het benaderen van aangeefster nooit fysiek geweld heeft gebruikt of bedreigingen aan haar adres heeft geuit. De rechtbank gaat er voorts vanuit dat de op te leggen voorwaardelijke vrijheidsstraf de verdachte ervan zal weerhouden het slachtoffer wederom stelselmatig lastig te vallen. De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt, en de rechtbank anders dan de officier van justitie uitgaat van een sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1]. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. DE UITSPRAAK Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: belaging Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en). BESLISSING: Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarde: dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht. Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht. Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 23 januari 2009 reeds geschorst. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer1] in haar vordering. Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door: mr. F.P.E. Wiemans, voorzitter, mr. J.W.H. Renneberg en mr. S.J.W. Hermans, leden, in tegenwoordigheid van N.J.M. van Rooij, griffier, en is uitgesproken op 9 april 2009.