
Jurisprudentie
BI0551
Datum uitspraak2009-04-08
Datum gepubliceerd2009-04-09
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Maastricht
Zaaknummers317366 CV EXPL 08-5383
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Datum gepubliceerd2009-04-09
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Maastricht
Zaaknummers317366 CV EXPL 08-5383
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Indicatie
Een beding in algemene voorwaarden dat bepaalt dat de (minimale) duur van een eerder gesloten contract (in casu een internetabonnement) verlengd wordt door het aangaan van een later contract (een telefoonabonnement) zonder dat dit bij het sluiten van het latere contract uitdrukkelijk is bedongen, is onredelijk bezwarend.
Uitspraak
RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Maastricht
zaaknr: 317366 CV EXPL 08-5383
typ: RK
Vonnis d.d. 8 april 2009
in de zaak van:
ZIGGO B.V., rechtsopvolgster van @Home B.V.,
gevestigd te Groningen,
eisende partij,
verder te noemen: Ziggo
gemachtigde: een onbekende persoon werkzaam bij LAVG ZUID B.V. Roosendaal of bij een andere vestiging van LAVG
tegen:
[gedaagde],
verder te noemen: [gedaagde],
wonend te (6215 BJ) Maastricht op het adres Herculeshof 39 F,
gedaagde partij,
in persoon procederend.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Door partijen zijn achtereenvolgens de navolgende processtukken gewisseld:
-exploot van dagvaarding d.d. 12 november 2008 met achttien ongenummerde producties in fotokopievorm;
-conclusie van antwoord;
-conclusie van repliek, tevens inhoudende een vermindering van eis, met vier (deels meervoudige) producties in fotokopievorm;
-conclusie van dupliek met vier producties in fotokopievorm.
Daarna is vonnis bepaald op heden.
MOTIVERING
de vordering en de vermindering van eis
Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert Ziggo de veroordeling van [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 140,27, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2008 over een bedrag van € 99,74 en onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten.
De vordering is als volgt opgebouwd:
€ 139,55 hoofdsom (kosten internetabonnement en telefoonabonnement over de periode 1 december 2007 tot en met 30 april 2008)
€ 3,53 tot 15 oktober 2008 vervallen wettelijke rente
€ 37,00 vergoeding van buitengerechtelijke kosten.
Bij repliek heeft Ziggo haar eis verminderd in die zin, dat als hoofdsom alleen nog betaling wordt gevorderd van de factuur van 1 december 2007 ten bedrage van € 29,90, welke betrekking heeft op de maand december 2007. Van dit bedrag heeft € 19,95 betrekking op het internetabonnement en € 9,95 op het telefoonabonnement. Voor het overige handhaaft Ziggo haar vordering, met dien verstande dat zij de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2008 vordert over een bedrag van € 29,90. Een kopie van bedoelde factuur is als productie 1 aan de conclusie van repliek gehecht (en was ook al als productie bij het exploot van dagvaarding gevoegd).
de stellingen van partijen
Ziggo onderbouwt haar vordering als volgt.
[gedaagde] heeft op 1 april 2006 bij Ziggo (lees: haar rechtsvoorgangster) een internetabonnement afgesloten. Op 7 december 2006 heeft [gedaagde] een telefoonabonnement bij Ziggo (idem) afgesloten. [gedaagde] heeft op 26 september 2007 per e-mailbericht te kennen gegeven dat hij zijn abonnementen wilde beëindigen (een kopie van het e-mailverkeer dienaangaande is als productie 4 aan de conclusie van repliek gehecht). Nu [gedaagde] op 7 december 2006 zijn telefoonabonnement is aangegaan, vormt het internetabonnement volgens Ziggo ingevolge artikel 7.4 van de (volgens Ziggo) van toepassing zijnde algemene voorwaarden als het ware het aangaan van een nieuwe overeenkomst. Met inachtneming van een opzegtermijn van vier weken en een minimale contractduur van één jaar zijn beide abonnementen per 1 januari 2008 beëindigd, hetgeen meermaals aan [gedaagde] is medegedeeld.
Een kopie van genoemde bepaling uit de algemene voorwaarden is als productie 3 aan de conclusie van repliek gehecht. Deze bepaling (artikel 7.4) luidt:
“Indien een extra Kabelinternetdienst of een Aanvullende dienst wordt afgenomen wordt de Overeenkomst uitgebreid met die Kabelinternetdienst en/of Aanvullende dienst met dien verstande dat, ingeval het een dienst betreft waarvoor een maandelijkse vergoeding verschuldigd is, de duur van de Overeenkomst als genoemd in artikel 21.1 een nieuwe aanvang neemt als ware het een nieuwe Overeenkomst.”
[gedaagde] erkent de onderhavige overeenkomsten met Ziggo te hebben gesloten en betwist niet dat de door Ziggo bedoelde algemene voorwaarden van toepassing zijn, noch dat genoemde productie 3 bij repliek een weergave is van een deel van die voorwaarden.
Bij dupliek betwist [gedaagde] ook niet langer de verschuldigdheid van het deel van de factuur van 1 december 2007 dat betrekking heeft op het telefoonabonnement (€ 9,95), en verklaart hij tot 1 januari 2008 ‘telefoon te hebben gehad’.
Ten aanzien van het deel van de vordering dat betrekking heeft op het internetabonnement, voert [gedaagde] aan dat dit abonnement ‘buiten het telefoonabonnement stond’ en dat nooit tegen hem is gezegd dat “het internet contract door liep tot de telefoon contract afloopt”. Bij antwoord stelt [gedaagde] dat ‘het internet en telefonie’ vanaf 1 januari 2008 waren afgesloten, doch bij dupliek heet het hij dat hij per 1 december 2007 geen internet meer had (althans niet van Ziggo).
[gedaagde] vordert vergoeding van de door hem gemaakte kosten.
de beoordeling
Nu [gedaagde] het deel van de vordering dat betrekking heeft op het telefoonabonnement niet langer betwist, komt dit voor toewijzing in aanmerking.
De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten kan eveneens worden toegewezen, omdat de daaraan ten grondslag liggende werkzaamheden worden gespecificeerd, deze werkzaamheden op zich niet door gedaagde partij worden betwist en aard en omvang van deze werkzaamheden het kostenbedrag - in dit geval berekend naar de gebruikelijke forfaitaire maatstaf - redelijkerwijs rechtvaardigen. De renteclaim is toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding.
Ten aanzien van het deel dat betrekking heeft op het internetabonnement overweegt de kantonrechter het navolgende.
Uit hetgeen Ziggo onder punt 7 van haar conclusie van repliek stelt, kan worden opgemaakt dat, hoewel Ziggo dit niet expliciet stelt, de overeengekomen minimale contractsduur van het internetabonnement (ook) één jaar bedroeg. Uitgaande van een ingangsdatum van 1 april 2006 zou het contract dan minimaal tot 1 april 2007 duren, met een opzegtermijn van vier weken.
Vaststaat dat [gedaagde] het internetabonnement op 26 september 2007 heeft opgezegd, derhalve ruim na het verstrijken van genoemde minimale contractsduur, en wel tegen 1 november 2007 (zo blijkt uit de kopieën van het in het geding gebrachte e-mail verkeer), derhalve met inachtneming van de opzegtermijn.
Voor haar stelling dat de minimale contractsduur van het internetabonnement in het onderhavige geval meer dan één jaar zou zijn, namelijk tot het moment dat de minimale contractsduur van het eerst op 7 december 2006 afgesloten telefoonabonnement is verstreken, beroept Ziggo zich op het hierboven aangehaalde beding in de algemene voorwaarden.
Het verweer van [gedaagde] op dit punt vat de kantonrechter op als een beroep op de vernietigingsgrond als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW en dat beroep slaagt. Het beding bepaalt immers dat de (minimale) duur van het eerder gesloten contract (het internetabonnement) verlengd wordt door het aangaan van een later contract (het telefoonabonnement), zonder dat dit bij het sluiten van het latere contract uitdrukkelijk is bedongen. Dit acht de kantonrechter onredelijk bezwarend. De onderlinge samenhang van die contracten is naar het oordeel van de kantonrechter ook volstrekt onvoldoende om een dergelijke verlenging van de minimale duur van het eerder aangegane contract te kunnen rechtvaardigen. Het beding wordt op die grond vernietigd.
Dit onderdeel van de vordering dient derhalve te worden afgewezen.
Het komt de kantonrechter in het licht van het voorgaande juist voor om de met de procedure gemoeide kosten in het geheel te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
BESLISSING
Veroordeelt [gedaagde] om aan Ziggo tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van
€ 46,95 (€ 9,95 plus € 37,00 aan vergoeding van buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met de wettelijke rente over € 9,95 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening.
Wijst het meer of anders gevorderde af.
Compenseert de kosten aldus, dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.