Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0500

Datum uitspraak2009-04-08
Datum gepubliceerd2009-04-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Roermond
Zaaknummers92338 / KG ZA 09-47
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Ontruiming, spoedeisend belang, belangenafweging, stichting GGZ, kunstatelier, voorlopige maatregel te prematuur.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK ROERMOND Sector civielrecht zaaknummer / rolnummer: 92338 / KG ZA 09-47 Vonnis in kort geding van 8 april 2009 in de zaak van de stichting STICHTING GGZ NOORD- EN MIDDEN LIMBURG, gevestigd te Venray, eiseres, advocaat mr. R.A.M. Saedt, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. J. Meijer. Partijen zullen hierna Stichting GGz en [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het faxbericht met producties 1 tot en met 12 van [gedaagde] van 30 maart 2009 - de mondelinge behandeling - de pleitnota van Stichting GGz - de pleitnota van [gedaagde]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Stichting GGz is eigenaresse van het St. Annaterrein en het Servaasterrein gelegen te Venray. Op het St. Annaterrein voerde Stichting GGz haar activiteiten op het gebied van geestelijke gezondheidszorg uit, maar is sinds enkele jaren bezig om al haar werkzaamheden te concentreren op het Servaasterrein. De paviljoens en panden op het St. Annaterrein die in de loop van de tijd leeg kwamen te staan zijn in de loop der jaren verhuurd en in gebruik gegeven aan lokale bedrijven en instellingen, zo ook aan [gedaagde]. 2.2. [gedaagde] exploiteert de eenmanszaak [A], een kunstgalerie. Stichting GGz is met [gedaagde] omstreeks 2001 een overeenkomst aangegaan met betrekking tot het gebruik van de voormalige boerderij op het St. Annaterrein. 2.3. Stichting GGz heeft in samenwerking met de gemeente Venray een Globaal Stedenbouwkundig Plan (hierna: GSP) opgesteld, dat de basis legt voor een bestemmingsplan en een stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan. 2.4. Stichting GGz is voornemens om het St. Annaterrein te verkopen. In dat kader heeft Stichting GGz [gedaagde] bij brief van 20 juli 2006 geïnformeerd over het feit dat het St. Annaterrein zou worden verkocht per 1 januari 2008 en dat de overeenkomst met [gedaagde] zou worden opgezegd. Nu dit niet doorging en [gedaagde] verzocht om de voormalige boerderij ook na januari 2008 nog voor bepaalde tijd te mogen gebruiken hebben partijen de overeenkomst met betrekking tot het gebruik door [gedaagde] van de voormalige boerderij gecontinueerd. Bij brief van 28 oktober 2008 heeft Stichting GGz de overeenkomst opnieuw opgezegd vanwege een voorgenomen verkoop van het St. Annaterrein en ontruiming van de voormalige boerderij per 1 januari 2009 aangezegd. [gedaagde] weigert het gebruik van de voormalige boerderij te beëindigen en tot ontruiming over te gaan. 2.5. Bij brief van 27 januari 2009 heeft de gemeente Venray aan Stichting GGz te kennen gegeven dat zij als aspirant kopers een principebesluit heeft genomen tot aankoop van het St. Annaterrein. Een van de voorwaarden is dat de levering van het onroerend goed dient plaats te vinden vrij van huur-, pacht-, en/of andere gebruiksrechten. 2.6. Bij brief van 25 maart 2009 heeft de gemeente Venray aan [gedaagde] te kennen gegeven dat zij wil meewerken aan het huidige gebruik door [gedaagde] van de voormalige boerderij enerzijds door het vaststellen van het GSP en anderzijds door dit gebruik door middel van een herziening van het bestemmingsplan ook daadwerkelijk mogelijk te maken. 3. Het geschil 3.1. Stichting GGz vordert samengevat - ontruiming van de voormalige boerderij gelegen op het St. Annaterrein (adres: de Denderskamp op de Noordsingel 39 te Venray). 3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering van Stichting GGz naar haar aard reeds voldoende spoedeisend is om een behandeling in kort geding te rechtvaardigen. Echter, of de spoedvoorziening ook daadwerkelijk kan worden verleend is afhankelijk van de uitkomst van een beoordeling van de voorlopige merites van de zaak en van afweging van de belangen van partijen. 4.2. Hoewel de voorzieningenrechter van oordeel is dat Stichting GGz mogelijk wel degelijk op termijn een privaatrechtelijk belang heeft bij ontruiming van de voormalige boerderij, acht de voorzieningenrechter het - gelet op de belangen van [gedaagde] - te prematuur om thans over te gaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. 4.3. De belangen aan de zijde van Stichting GGz bij een ontruiming (op termijn) van de voormalige boerderij die de voorzieningenrechter relevant acht zijn de volgende. De realisatie van het totale Servaasterrein is in financiële zin afhankelijk van de verkoopopbrengst van het St. Annaterrein. Daardoor zal alles in het werk worden gezet om spoedig tot verkoop en levering te kunnen overgaan. Stichting GGz zal in mei 2009 de verkoop van het St. Annaterrein in de markt zetten. Tot op heden heeft Stichting GGz niet alleen van de gemeente Venray een bod ontvangen maar hebben nog twee andere potentiële kopers een serieus bod voor de aankoop van het St. Annaterrein bij Stichting GGz neergelegd. Om te komen tot een zo goed mogelijke verkoopprijs kan Stichting GGz er belang bij hebben om in de overeenkomst met die twee potentiële kopers als voorwaarde op te kunnen nemen dat de levering van het onroerend goed dient plaats te vinden vrij van huur-, pacht- en/of andere gebruiksrechten en vanzelfsprekend ook aan deze voorwaarde te kunnen voldoen. 4.4. Daartegenover staan diverse belangen van [gedaagde]. [gedaagde] heeft immers een groot belang om het gebruik van de voormalige boerderij ononderbroken voort te zetten. Niet alleen als werkgever van 4 werknemers heeft [gedaagde] bepaalde verantwoordelijkheden, maar [gedaagde] heeft ook grote commerciële en financiële belangen. [gedaagde] heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een serieus en toonaangevend kunstbedrijf heeft met commerciële- sociale-, culturele- en maatschappelijke functies, waarvan ook Stichting GGz gedurende een aantal jaren "geprofiteerd" heeft. 4.5. Op dit moment is naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog onvoldoende duidelijk wanneer en aan wie het St. Annaterrein wordt verkocht en geleverd. Het St. Annaterrein wordt pas in mei 2009 formeel in de markt gezet en Stichting GGz heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verkoop en levering ook daadwerkelijk kort daarna zal plaatsvinden. De formele onderhandelingen zijn nog niet van start gegaan. Daarnaast heeft in ieder geval de gemeente Venray, een potentiële koper van het St. Annaterrein, bij brief van 25 maart 2009 te kennen gegeven te willen meewerken met [gedaagde], zodat zijn gebruik van de voormalige boerderij in publiekrechtelijke zin kan worden voortgezet. Niet is gebleken dat eventuele andere potentiële kopers niet bereid zouden zijn voortgezet gebruik door [gedaagde] van de voormalige boerderij in hun plannen te betrekken. Bovendien heeft Stichting GGz zelf aangegeven dat andere gebruikers en/of huurders zich weliswaar bereid hebben verklaard vrijwillig te ontruimen, maar over de definitieve datum van die ontruimingen zijn ook nog geen afspraken gemaakt. Verder heeft [gedaagde] als blijk van medewerking te kennen gegeven bereid te zijn (eventueel door middel van het meewerken aan het verkrijgen van een executoriale titel) akkoord te gaan met ontruiming indien de aanstaande koper na definitieve aankoop van het St Annaterrein uitdrukkelijk en schriftelijk mede zou delen dat zij wenst dat [gedaagde] niet langer zal verblijven in de voormalige boerderij. 4.6. Gelet op voornoemde feiten, omstandigheden en belangen van [gedaagde], is de voorzieningenrechter van oordeel dat het treffen van voorlopige maatregelen thans niet op zijn plaats is. Overigens is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat [gedaagde] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een huurovereenkomst. Immers, jarenlang heeft zij de voormalige boerderij in gebruik gehad, zonder dat daartegenover een als huurpenningen te kwalificeren tegenprestatie stond. 4.7. Stichting GGz zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op: - vast recht EUR 262,00 - salaris procureur 816,00 Totaal EUR 1.078,00 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. wijst de vorderingen af, 5.2. veroordeelt Stichting GGz in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 1.078,00. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H. Smits en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2009.? SR