
Jurisprudentie
BI0396
Datum uitspraak2009-04-01
Datum gepubliceerd2009-04-08
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200900552/2/R2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2009-04-08
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200900552/2/R2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 12 augustus 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) een vergunning verleend op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor buitensportactiviteiten op een outdoorterrein aan De Bijland, gemeente Rijnwaarden.
Uitspraak
200900552/2/R2.
Datum uitspraak: 1 april 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 augustus 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) een vergunning verleend op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor buitensportactiviteiten op een outdoorterrein aan De Bijland, gemeente Rijnwaarden.
Bij besluit van 19 december 2008 heeft het college het door [verzoeker] hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op voorschrift 3 behorende bij de vergunning. Voor het overige heeft het college het besluit van 12 augustus 2008 ongewijzigd in stand gelaten.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 januari 2009, beroep ingesteld. Bij brief van dezelfde datum heeft hij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 19 maart 2009 heeft [verzoeker] nadere stukken ingediend.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 maart 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. P.F.H.A. Tille, ambtenaar van de provincie, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. De voorzitter ziet geen aanleiding voor de verwachting dat zich onomkeerbare gevolgen zullen voordoen voordat door de Afdeling uitspraak is gedaan in de bodemzaak. Daartoe acht hij van belang dat uit de door [verzoeker] als nader stuk ingediende brief van 17 maart 2009 van het gemeentebestuur van Rijnwaarden aan vergunninghouder Eventpoint Outdoor, is gebleken dat vergunninghouder de voorgenomen activiteiten op het outdoorterrein aan De Bijland niet zal doorzetten en dat de aanvraag voor een oprichtingsvergunning in het kader van de Wet milieubeheer is stopgezet. Ter zitting heeft het college verklaard dat vergunninghouder in een aantal telefoongesprekken voorafgaand aan de zitting van 20 maart 2009 heeft bevestigd dat de vergunde activiteiten geen doorgang zullen vinden. De voorzitter ziet geen aanleiding om aan voornoemde brief en de verklaring van het college te twijfelen.
Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat een spoedeisend belang tot het treffen van een voorlopige voorziening ten behoeve van [verzoeker] ontbreekt.
2.3. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van Staat.
w.g. Hoekstra w.g. Vogel-Carprieaux
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2009
458.