
Jurisprudentie
BI0386
Datum uitspraak2009-04-08
Datum gepubliceerd2009-04-08
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers12/700077-08
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-04-08
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers12/700077-08
Statusgepubliceerd
Indicatie
Overval op juwelierszaak waarbij de dader op klaarlichte dag gemaskerd en gewapend de zaak is binnengelopen en onder bedreiging van het wapen trays met ringen, armbanden en kettingen heeft meegenomen.
De dader is enkele dagen tevoren door zijn mededader uit Rotterdam opgehaald en heeft van hem onderdak gekregen, evenals een wapen en maskering.
De mededader heeft de dader de weg naar de juwelierszaak gewezen, hem een fiets ter beschikking gesteld en hem na afloop opgewacht om vervolgens de sieraden in Antwerpen te verkopen en de opbrengst te delen.
De rechtbank acht afpersing in vereniging bewezen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector strafrecht
parketnummer(s): 12/700077-08 en 12/715044-07 (TUL) (P)
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 april 2009.
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1979],
wonende te [adres],
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Torentijd te Middelburg,
raadsman mr. Smit, advocaat te Middelburg.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 maart 2009, waarbij de officier van justitie, mr. De Kempe, en de verdediging hun standpunten hebben kenbaar gemaakt. Tevens is aan de orde de zaak onder parketnummer 12/715044-07 met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging.
2 De tenlastelegging
hij op of omstreeks 04 juli 2008, in de gemeente Vlissingen, tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich
en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of
bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een (grote)
hoeveelheid sieraden (w.o. ringen (ongeveer 118 stuks) en/of een of meerdere
tableaus met armbanden en/of kettingen), in elk geval van enig goed, geheel of
ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met
geweld hierin bestond(en) dat hij,verdachte en/of zijn mededader(s):
- met een bivakmuts, althans met gezichtsbedekking over zijn hoofd de
juwelierszaak van die [slachtoffer] aan de [adres juwelerszaak] aldaar heeft betreden, en/of
- een pistool, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een vuurwapen
gelijkend voorwerp heeft gepakt en/of op die [slachtoffer] heeft gericht en/of
gericht heeft gehouden, en/of (daarbij) heeft geroepen: "Overval, overval,
geef me de ringen" en/of "Anders schiet ik je, geef me de ringen" en/of "Geef
me de armbanden" en/of "Ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel"
en/of "Opschieten, anders schiet ik";
en/of
hij op of omstreeks 04 juli 2008, in de gemeente Vlissingen,
tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (grote)
hoeveelheid sieraden(w.o. ringen (ongeveer 118 stuks) en/of een of meerdere
tableaus met armbanden en/of kettingen), in elk geval van enig goed, geheel of
ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd
van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om
bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte
en/of zijn mededader(s):
- met een bivakmuts, althans met gezichtsbedekking over zijn hoofd de
juwelierszaak van die [slachtoffer] aan de [adres juwelerszaak] aldaar heeft betreden, en/of
- een pistool, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een vuurwapen
gelijkend voorwerp heeft gepakt en/of op die [slachtoffer] heeft gericht en/of
gericht heeft gehouden, en/of (daarbij) heeft geroepen: "Overval, overval,
geef me de ringen" en/of "Anders schiet ik je, geef me de ringen" en/of "Geef
me de armbanden" en/of "Ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel"
en/of "Opschieten, anders schiet ik";
art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht
kunnen volgen, terzake dat
A.
[mededader] op of omstreeks 04 juli 2008, in de gemeente Vlissingen met het
oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door
geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte
van een (grote) hoeveelheid sieraden (w.o ringen (ongeveer 118 stuks) en/of
een of meerdere tableaus met armbanden en/of kettingen), in elk geval van enig
goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een
ander of anderen dan aan die [mededader] en/of aan verdachte, welk geweld en/of
welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [mededader]:
- met een bivakmuts, althans met gezichtsbedekking over zijn hoofd de
juwelierszaak van die [slachtoffer] aan de [adres juwelerszaak] aldaar heeft betreden, en/of
- een pistool, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een vuurwapen
gelijkend voorwerp heeft gepakt en/of op die [slachtoffer] heeft gericht en/of
gericht heeft gehouden, en/of (daarbij) heeft geroepen: "Overval, overval,
geef me de ringen" en/of "Anders schiet ik je, geef me de ringen" en/of "Geef
me de armbanden" en/of "Ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel"
en/of "Opschieten, anders schiet ik";
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de
periode van 01 juli 2008 tot en met 04 juli 2008, te Vlissingen en/of te
Rotterdam, in elk geval (elders) in Nederland opzettelijk gelegenheid,
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is
geweest door:
- die [mededader] (kort voor de bovengenoemde overval) met zijn, verdachtes
personenauto op of omstreeks 02 juli 2008 in Rotterdam op te halen en naar
Vlissingen te brengen, en/of
- die [mededader] gedurende twee dagen, althans gedurende enige tijd (op twee
adressen),voorafgaande aan de dag van de overval, onderdak te bieden, en/of
- die [mededader] een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend
voorwerp ter beschikking te stellen (waarmee kort daarna die overval is
gepleegd), en/of
- voor die [mededader] een fiets te regelen waarmee die [mededader] zich vervolgens
heeft begeven naar de plaats van de overval (op de [adres juwelerszaak] aldaar), en/of
- die [mededader] (gezeten op genoemde fiets) de weg te wijzen en/of te
begeleiden naar de plaats van de overval (door in zijn auto achter die [mededader]
aan te rijden), en/of
- door tesamen met die [mededader] op of omstreeks 03 juli 2008 de plaats van
de overval voor te verkennen, in elk geval zich met die [mededader] te begeven naar
die plaats (de juwelier aan de [adres juwelerszaak] aldaar) en/of te bezien welke
sieraden aldaar aanwezig waren;
en/of
[mededader] op of omstreeks 04 juli 2008, in de gemeente Vlissingen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (grote)
hoeveelheid sieraden(w.o. ringen (ongeveer 118 stuks) en/of een of meerdere
tableaus met armbanden en/of kettingen), in elk geval van enig goed, geheel of
ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd
van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om
bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [mededader]:
- met een bivakmuts, althans met gezichtsbedekking over zijn hoofd de
juwelierszaak van die [slachtoffer] aan de [adres juwelerszaak] aldaar heeft betreden, en/of
- een pistool, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een vuurwapen
gelijkend voorwerp heeft gepakt en/of op die [slachtoffer] (die toen achter/bij de
toonbank van die zaak stond) heeft gericht en/of gericht heeft gehouden, en/of
(daarbij) (dwingend) heeft geroepen: "Overval, overval, geef me de ringen"
en/of "Anders schiet ik je, geef me de ringen" en/of "Geef me de armbanden"
en/of "Ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel" en/of
"Opschieten, anders schiet ik";
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de
periode van 01 juli 2008 tot en met 04 juli 2008, te Vlissingen en/of te
Rotterdam, in elk geval (elders) in Nederland opzettelijk gelegenheid,
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is
geweest door:
- die [mededader] (kort voor de bovengenoemde overval) met zijn, verdachtes
personenauto op of omstreeks 02 juli 2008 in Rotterdam op te halen en naar
Vlissingen te brengen, en/of
- die [mededader] gedurende twee dagen, althans gedurende enige tijd (op twee
adressen),voorafgaande aan de dag van de overval, onderdak te bieden, en/of
- die [mededader] een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend
voorwerp ter beschikking te stellen (waarmee kort daarna die overval is
gepleegd), en/of
- voor die [mededader] een fiets te regelen waarmee die [mededader] zich vervolgens
heeft begeven naar de plaats van de overval (op de [adres juwelerszaak] aldaar), en/of
- die [mededader] (gezeten op genoemde fiets) de weg te wijzen en/of te
begeleiden naar de plaats van de overval (door in zijn auto achter die [mededader]
aan te rijden), en/of
- door tesamen met die [mededader] op of omstreeks 03 juli 2008 de plaats van
de overval voor te verkennen, in elk geval zich met die [mededader] te begeven naar
die plaats (de juwelier aan de [adres juwelerszaak] aldaar) en/of te bezien welke
sieraden aldaar aanwezig waren;
en
B.
hij op of omstreeks 04 juli 2008 te Vlissingen en/of te Roosendaal, in elk
geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, een hoeveelheid
geld (ter waarde van 2500 euro) en/of ringen en/of armbanden en/of kettingen
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of
heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden
krijgen van dat geld wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren)
betrof;
art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht
art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het subsidiair tenlastegelegde feit, diefstal door twee of meer verenigde personen, bewezen. Zij acht voor het medeplegen de samenwerking tussen beide daders zodanig nauw en de rol van verdachte zodanig groot dat de rol van verdachte gelijkwaardig is aan die van zijn mededader. Verdachte heeft een essentieel aandeel vervuld dat de mededader in staat stelde de overval te plegen.
4.2 Het standpunt van de raadsman
De raadsman van verdachte acht niet het medeplegen maar de medeplichtigheid tot het subsidiair tenlastegelegde bewezen. Hij voert daartoe aan dat verdachte pas ’s ochtends enige tijd voor het plegen van het feit werd geconfronteerd met het plan van zijn mededader.
Verdachte heeft het feit gefaciliteerd door zijn mededader de weg te wijzen, een luchtdrukpistool en een fiets te laten gebruiken en hem na de diefstal op te wachten en met hem de buit te verkopen en de opbrengst 50/50 te delen.
De raadsman bestrijdt echter dat het bezoek aan de juwelier door verdachte en zijn mededader op de dag voor de overval als een voorverkenning moet worden gezien en dat de gelijke verdeling van de buit een indicatie is voor medeplegen.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt de volgende feiten vast.
Op 4 juli 2008 kwam een man de juwelierszaak van mevrouw [slachtoffer] in de [adres juwelerszaak] te Vlissingen binnen. Hij richtte een pistool op de eigenaresse en zei: “Overval, overval, geef me de ringen, anders schiet ik je, geef me de ringen”. Nadat de eigenaresse de ringen gaf, zei hij “geef me de armbanden” en “ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel. Opschieten, opschieten, anders schiet ik” waarbij hij doorlopend zijn pistool op [slachtoffer] richtte. Hij stopte de ringen, trays met armbanden en kettingen in zijn rugzak en rende de winkel uit.
[mededader] heeft bekend dat hij de juwelierszaak heeft overvallen en dat hij zelf de trays met armbanden en kettingen over de toonbank heen heeft gepakt, omdat [slachtoffer], naar zijn zeggen, als “bevroren” stond, en de sieraden in zijn rugzak stopte, waarna hij de winkel uitrende en met de fiets naar de [logeeradres] ging, alwaar verdachte hem met diens auto opwachtte. Zij reden op voorstel van verdachte naar Antwerpen waar zij de sieraden verkochten. De opbrengst deelden zij, ieder de helft, te weten per persoon € 2.500,--.
Beide verdachten hebben nog ieder een gouden ring voor zichzelf achtergehouden.
Vast is komen te staan dat de dag voorafgaand aan deze overval twee personen in de juwelierszaak zijn geweest, te weten [verdachte] en [mededader].
Voorts is komen vast te staan dat [verdachte] enkele dagen voor de overval op 1 juli 2008 [mededader] in Rotterdam met de auto heeft opgehaald. [verdachte] regelde in Vlissingen aan de [logeeradres] een slaapplaats voor [mededader], liet hem onder meer de juwelierszaak zien, stelde hem op de ochtend van de overval een fiets ter beschikking, reed hem voor naar de juwelier, wachtte hem met de auto op, bracht hem naar Antwerpen om de buit te verkopen. De opbrengst werd in gelijke porties gedeeld. Het luchtdrukpistool dat [mededader] bij de overval gebruikte was eveneens van [verdachte]. [mededader] droeg een panty over zijn hoofd, afkomstig uit het huis van [verdachte].
De rechtbank acht het primair tenlastegelegde –afpersing- bewezen, nu aangeefster onder bedreiging van het pistool gedwongen werd de ringen af te geven en zij heeft moeten gedogen dat verdachte [mededader] zelf de armbanden en kettingen heeft weggenomen.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte moet worden aangemerkt als medepleger van deze afpersing, nu sprake was van een nauwe samenwerking tussen beiden, zoals beschreven in de twee volle alinea onder 4.3. Daarnaast heeft hij de fietsende [mededader] in zijn auto begeleid naar de [adres juwelerszaak], waarna hij is teruggekeerd naar de [logeeradres] en in zijn auto is blijven wachten op [mededader]. Deze handelingen vormden essentiële schakels voor de verwezenlijking van de overval. Van het door [verdachte] nemen van afstand van de overval, hetzij op de dag vóór dan wel op de dag van de overval zelf is evenmin sprake. Hij heeft slechts besloten niet zelf naar binnen te gaan, omdat de eigenaresse van de winkel hem kende.
5 De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat
hij op 04 juli 2008, in de gemeente Vlissingen, tezamen en in
vereniging met een ander, met het oogmerk om zich
en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door
bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een (grote)
hoeveelheid sieraden (w.o. ringen (ongeveer 118 stuks) en
tableaus met armbanden en kettingen), toebehorende aan [slachtoffer], welke bedreiging met
geweld hierin bestond dat zijn mededader:
- met gezichtsbedekking over zijn hoofd de
juwelierszaak van die [slachtoffer] aan de [adres juwelerszaak] aldaar heeft betreden, en
- een pistool, heeft gepakt en op die [slachtoffer] heeft gericht en
gericht heeft gehouden, en daarbij heeft geroepen: "Overval, overval,
geef me de ringen" en"Anders schiet ik je, geef me de ringen" en "Geef
me de armbanden" en "Ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel"
en "Opschieten, anders schiet ik";.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
6 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Omtrent verdachtes geestvermogens ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde is door een gedragsdeskundige een enkelvoudige psychologische rapportage opgemaakt.
Het Pro Justitia rapport d.d. 5 januari 2009 opgemaakt door F.M. Vuister, klinisch psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, bevat als conclusie van die deskundige onder meer –zakelijk weergegeven- :
Onderzochte is niet lijdend aan een psychiatrische stoornis en moet geheel toerekeningsvatbaar worden geacht.
De rechtbank neemt dit deskundig oordeel over en maakt het tot het hare.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
7 De strafoplegging
7.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen
een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden, met aftrek van voorarrest,
met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot € 5.566,49 in combinatie met de schadevergoedingsmaatregel, en
teruggave van het beslag aan de eigenaar,
toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging van gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
7.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft gepleit voor een deels voorwaardelijke straf met actieve begeleiding door de Reclassering. De raadsman verwijst daarvoor naar het in het psychologisch rapport voorgestelde Plan van Aanpak.
7.3 Het oordeel van de rechtbank
Verdachte en zijn mededader zijn wel zeer gemakkelijk overgegaan tot de beroving van de juwelierszaak. Zij hebben daarbij alleen aan de oplossing van hun eigen financiële problemen gedacht en kennelijk in het geheel niet stilgestaan bij de gevolgen die een gewapende en gemaskerde overval, zoals hier aan de orde, heeft voor het slachtoffer. Het spreekt voor zich dat een dergelijke overval, mede gelet op de wijze waarop deze is uitgevoerd, voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring is geweest. Het slachtoffer, dat alleen in de winkel aanwezig was, zag zich op klaarlichte dag geconfronteerd met een gemaskerde man met een pistool, die er binnen enkele minuten met haar voorraad aan ringen, armbanden en kettingen vandoor is gegaan. Zij is blijkens haar op de zitting voorgelezen verklaring niet alleen materieel zeer benadeeld, maar zij is door de overval bang geworden om haar werk te doen en heeft professionele hulp nodig om te kunnen blijven functioneren. Het slachtoffer, van Hindoestaans-Surinaamse afkomst voelt zich extra gekwetst, omdat deze overval is uitgevoerd door iemand met een Surinaamse achtergrond. Zij kent bovendien [verdachte] en diens familie. De rechtbank houdt ten nadele van verdachte ernstig rekening met deze gevolgen voor het slachtoffer.
Anderzijds houdt zij ten gunste van verdachte rekening met het feit dat hij niet degene is geweest die binnen is geweest en daar geweld heeft gebruikt.
De rechtbank zal aan verdachte een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Zij weegt daarbij mee dat verdachte vele keren eerder voor strafbare feiten is veroordeeld en dat daarbij meerdere keren voorwaardelijke straffen zijn opgelegd, die verdachte niet hebben kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Bij de onderhavige zaak is ook nu een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf aan de orde.
Toch zal zij gelet op de over verdachte uitgebrachte rapportage een deels voorwaardelijke straf opleggen met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van Emergis Justitiële Verslavingszorg, een en ander zoals verwoord in het over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport.
Bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Zij is daarbij tot een lagere straf gekomen dan door de officier van justitie is geëist.
8 De benadeelde partij.
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 5.566,49 terzake van het feit.
De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht de verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde acht zij voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.
Met betrekking tot de hiervoor toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.
9 Het beslag
De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan [slachtoffer], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.
De rechtbank zal de teruggave gelasten van de overige hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.
10 De vordering tot tenuitvoerlegging.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 (zes) maanden die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van 6 juni 2007 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.
11 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
12 De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder primair is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart dat het aldus bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt als bijzondere voorwaarde:
dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Emergis Justitiële Verslavingszorg;
- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
- gelast de teruggave aan [slachtoffer] van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten 1.00 STK Ring Kl: goud - bi-color zegelring met briljantjes;
- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten
1.00 STK Ring - zegel
1.00 STK Ring Kl: blauw - gouden zegelring met blauwe steen en briljantjes
1.00 STK Ring Kl: goud – met gevlochten patroon en kleine briljantjes
1.00 STK Ring Kl: goud – bovenzijde met briljantjes
1.00 STK Ring Kl: goud – zegelring met $ afbeelding en briljantjes;
Vordering tenuitvoerlegging
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 6 juni 2007 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 12/715044-07 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres slachtoffer] van de som van € 5.566,49, terzake van materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;
Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door zijn mededader is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen.
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], [adres slachtoffer], een bedrag van € 5.566,49 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 57 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;
Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen. - verstaat dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;
Dit vonnis is gewezen door mr. Lameijer, voorzitter, mr. Ente en mr. Woltring, rechters, in tegenwoordigheid van Heberlein-Guiran, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 8 april 2009.
Mr. Lameijer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.