
Jurisprudentie
BI0328
Datum uitspraak2009-03-20
Datum gepubliceerd2009-04-23
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep kort geding
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers331743 / KG ZA 09-270
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter
Datum gepubliceerd2009-04-23
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep kort geding
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers331743 / KG ZA 09-270
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter
Indicatie
Vordering van winkeliers op parkeerterrein bij bloemententoonstelling tot voortzetting van parkeerbeleid afgewezen. Geen contractuele verplichting; geen onrechtmatige daad van bloemententoonstelling jegens winkeliers aannemelijk geworden. Wijziging parkeerbeleid behoort tot ondernemersrisico van winkeliers. Gekozen constructie brengt voor winkeliers afhankelijkheid van de bloemententoonstelling mee.
Uitspraak
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector civiel recht - voorzieningenrechter
Vonnis in kort geding van 20 maart 2009,
gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 331743 / KG ZA 09-270 van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] Horecabedrijven B.V.,
gevestigd te [plaats],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] Holding B.V.,
gevestigd te [plaats],
3. de vennootschap onder firma
Firma [C] v.o.f.,
gevestigd te [plaats],
eisers,
advocaat mr. K. van der Leij te Hoofddorp,
tegen:
1. de stichting
Stichting Internationale Bloemententoonstelling Keukenhof,
gevestigd te Lisse,
advocaat mr. J.R. Gal te Amsterdam,
2. de stichting
Stichting Kasteel Keukenhof,
gevestigd te Lisse,
advocaat mr. E.H.H. Schelhaas te Den Bosch,
gedaagden.
Eisers worden hierna gezamenlijk aangeduid als 'de winkeliers'. Gedaagden worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Bloemententoonstelling Keukenhof' en 'Kasteel Keukenhof'.
1. Het procesverloop
De winkeliers hebben Bloemententoonstelling Keukenhof en Kasteel Keukenhof op 4 maart 2009 doen dagvaarden om op 18 maart 2009 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld en er is op 20 maart 2009 door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking.
2. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 18 maart 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1. Bloemententoonstelling Keukenhof exploiteert sinds 60 jaar een bloemententoonstelling te Lisse (hierna 'de Keukenhof'). De Keukenhof is elk jaar gedurende tien weken geopend voor publiek.
2.2. De Keukenhof is gevestigd op grond die Bloemententoonstelling Keukenhof huurt van Kasteel Keukenhof. In artikel 6 sub B van een tussen (rechtsvoorgangers van) Kasteel Keukenhof en Bloemententoonstelling Keukenhof gesloten huurovereenkomst van 17 juni 1972 staat vermeld dat Kasteel Keukenhof verplicht is om gedurende de opening van de Keukenhof aan Bloemententoonstelling Keukenhof de gelegenheid te geven bussen - waarmee toeristen naar de Keukenhof komen - te doen parkeren op het voorterrein van Kasteel Keukenhof tegen een vergoeding van ƒ 0,50 per bus. Dit bedrag is op enig moment verhoogd naar € 0,45 per bus.
2.3. Kasteel Keukenhof exploiteert een naast de Keukenhof gelegen kasteel.
2.4. De winkeliers, althans hun rechtsvoorgangers, drijven sinds (circa) 60 jaar hun onderneming op de grond van Kasteel Keukenhof. De huidige situatie is dat de winkeliers met Kasteel Keukenhof een overeenkomst van erfpacht hebben gesloten, op grond waarvan zij drie aaneengelegen percelen grond op het voorterrein, kadastraal bekend als gemeente Lisse sectie [sectie], nummer [nummer], [nummer] en [nummer], in erfpacht hebben. In artikel 1 van de erfpachtovereenkomst staat vermeld dat de grond in erfpacht is uitgegeven voor een periode van tien jaar, aanvangende op 1 oktober 2001 en eindigende op 30 september 2011, of - indien de Keukenhof eerder mocht worden opgeheven - op de datum van opheffing van de Keukenhof.
2.5. Op deze percelen is, krachtens een uit hoofde van de erfpachtovereenkomst verkregen recht van opstal, in 1983 een winkelpaviljoen gerealiseerd. Hierin zijn thans de winkels van de winkeliers gevestigd, alsmede een winkel van [D] (hierna '[D]'). In de winkels worden versnaperingen en souvenirs verkocht aan bezoekers van de Keukenhof. Deze winkels bevinden zich langs de route van het voorterrein naar de ingang van de Keukenhof. Er loopt onder de Stationsweg een tunnel, die het voorterrein van Kasteel Keukenhof scheidt van de Keukenhof.
2.6. Op grond van artikel 9 van de erfpachtovereenkomst mag de verkoop en exploitatie vanuit de winkels uitsluitend plaatsvinden in de periode dat de Keukenhof voor het publiek is geopend.
2.7. Vanaf 2002 heeft Bloemententoonstelling Keukenhof, (mede) naar aanleiding van een voorontwerpbestemmingsplan van de gemeente Lisse 'Landelijk Gebied 2002', plannen gemaakt om (onder meer) het parkeerbeleid voor de Keukenhof meer te concentreren.
2.8. Op 17 oktober 2006 hebben gedaagden een nieuwe huurovereenkomst gesloten, waarin geen regeling meer is opgenomen over het parkeren van bussen op het voorterrein.
2.9. In november 2006 heeft de gemeenteraad van Lisse een openbare raadsvergadering gehouden, waarbij Bloemententoonstelling Keukenhof een presentatie heeft gegeven en een brochure ('Visie op de ontsluiting en entree van het tentoonstellingsterrein') aan de aanwezigen heeft uitgedeeld. Hierin is het plan opgenomen om alle parkeerfaciliteiten op één plek te realiseren met één centrale ingang naar de Keukenhof, waardoor niet langer gebruik gemaakt zal worden van het voorterrein.
2.10. Na het sluiten van de nieuwe huurovereenkomst is er tussen gedaagden overleg gevoerd omtrent het over en weer gebruik maken van elkaars parkeerfaciliteiten. Bloemententoonstelling Keukenhof heeft bij brief van 9 mei 2007 aan Kasteel Keukenhof bericht dat zij voor het gebruik van haar parkeerfaciliteiten door Kasteel Keukenhof een vergoeding wenste te ontvangen van € 800,-- per hectare per dag. Kasteel Keukenhof heeft bij e-mail van 25 september 2008 aan Bloemententoonstelling Keukenhof meegedeeld dat zij op haar beurt eveneens € 800,-- per dag per hectare wenste te ontvangen voor het gebruik van het voorterrein als parkeerplaats door Bloemententoonstelling Keukenhof. Uiteindelijk heeft Kasteel Keukenhof Bloemententoonstelling Keukenhof meegedeeld dat zij € 10,-- per geparkeerde bus wenst te ontvangen.
2.11. Gedaagden hebben een gebiedsvisie opgesteld en neergelegd in het rapport 'Integrale Gebiedsvisie Landgoed en Bloemententoonstelling Keukenhof'. In het derde concept van dit rapport, gedateerd op 16 februari 2008, staat vermeld dat op 17 september 2008 het eerste concept is gepubliceerd in het weekblad De Lisser en dat hierover op 3 en 4 december 2008 gesprekken hebben plaatsgevonden met omwonenden. De winkeliers waren hierbij niet aanwezig.
2.12. Bij brief van 23 december 2008 heeft Bloemententoonstelling Keukenhof Kasteel Keukenhof bericht dat zij met ingang van het seizoen 2009 geen bussen meer zal parkeren op het voorterrein.
2.13. Bij brief van 6 januari 2009 heeft Bloemententoonstelling Keukenhof aan Kasteel Keukenhof meegedeeld dat het volgens haar mogelijk moet zijn om in oktober 2009 te beginnen met de uitvoering van haar plannen om de parkeerbewegingen te concentreren. In deze brief staat onder meer vermeld:
"Van onze kant zullen wij al het mogelijke in het werk stellen om deze deadline van oktober 2009 te halen. (..) Samen met onze adviseurs zullen we de nodige knopen doorhakken met betrekking tot de indeling van het parkeerterrein en het ontwerp van het entree/poortgebouw. We zullen een aannemersselectie maken en alles voorbereiden zodat er direct na afsluiting van seizoen 2010 met de werkzaamheden begonnen kan worden. We noemen dit plan A.
Mochten we echter in oktober 2009, onverhoopt, tot de conclusie komen dat het nog steeds niet vaststaat dat we plan A in uitvoering mogen en kunnen nemen, dan zullen wij uitvoering geven aan het bestuursbesluit van december 2008 om verder geen energie meer in dit plan te steken. (..) De Raad van Bestuur van Stichting Internationale Bloemententoonstelling Keukenhof zal dan (..) onherroepelijk afscheid nemen van plan A. Om vervolgens met volle inzet te beginnen aan de uitvoering van plan B.
(..)
Wat betreft plan B, hebben we al inmiddels een aantal verkennende gesprekken gevoerd. Uitgangspunt daarbij is het realiseren van de meest optimale situatie binnen de huidige mogelijkheden wat betreft overeenkomsten, regelgeving enz. Mogelijk dat we tijdens het komende seizoen al een paar opties in de praktijk kunnen uittesten. Daarbij is één verandering direct al duidelijk; voor het eerst in onze 60-jarige geschiedenis, zullen er in 2009 geen touringcars geparkeerd worden op het voorterrein van het Kasteel. (..)"
2.14. Bij brief van 13 januari 2009 heeft Kasteel Keukenhof de winkeliers op de hoogte gesteld van voornoemde brief van 6 januari 2009.
2.15. In een brief van Kasteel Keukenhof van 2 maart 2009 aan Bloemententoonstelling Keukenhof staat als reactie op voornoemde brief van 6 januari 2009 onder meer vermeld:
"(..) Hoewel wij in onze gesprekken altijd hebben aangegeven dat u tot en met seizoen 2010 gebruik kunt maken van het terrein en er van uitgingen dat wij zulks in goed overleg met u hadden vastgesteld, hebt u eenzijdig en zonder overleg besloten al dit jaar de bussen elders te parkeren. Op 22 november 2008 hebt u tijdens het bestuurlijk overleg op geen enkele wijze melding gemaakt van dit voornoemen. Uit de krant vernamen wij dat u dit besluit in oktober al onder geheimhouding aan derden had meegedeeld. (..)"
2.16. In een door Bloemententoonstelling Keukenhof overgelegde verklaring van 12 maart 2009 van [E] - sinds eind 2001 voorzitter van haar Raad van Bestuur - staat onder meer vermeld:
"(..)
Sinds mijn aantreden hebben wij, in overleg met het bestuur van Stichting Kasteel Keukenhof, diverse plannen gemaakt voor de ontwikkeling van de terreinen gelegen bij Keukenhof. Dit betrof met name het plan om alle parkeerbewegingen te concentreren op één parkeerplaats. Over dit onderwerp hebben een groot aantal gesprekken plaatsgevonden met het bestuur van het Kasteel, daarnaast is dit regelmatig besproken met de voorzitter [F] en bestuurslid [D]. [D] is tevens één van de exploitanten van de winkeltjes.
(..)
Als bestuur van de Bloemententoonstelling hebben wij nooit enig idee gehad van hoe de constructie met de exploitanten werkte. (..) De Bloemententoonstelling heeft naar mijn weten niet of nauwelijks contact gehad met de exploitanten. (..)
Sinds 2002 is er uitvoerig overleg tussen alle partijen geweest over de plannen om naar één parkeerplaats te gaan. Er zijn meerdere openbare presentaties gegeven, het heeft in der pers gestaan en is besproken tijdens een openbare raadsvergadering op Keukenhof. (..) [D] was bij veel van deze bijeenkomsten aanwezig als bestuurslid van het Kasteel. [D] exploiteerde zoals gezegd zelf ook één van winkeltjes. Hij was van alle details op de hoogte. Ik neem aan dat hij onze plannen niet zorgvuldig verborgen heeft gehouden voor alle zijn medewinkeliers. (..)"
2.17. Bloemententoonstelling Keukenhof heeft een verklaring overgelegd van [G] van 17 maart 2009. Hierin staat onder meer vermeld:
"(..) Ik ben directeur van firma World of Delights (WOD). Sinds enige jaren exploiteren wij alle winkels op het terrein van Keukenhof. Hiervoor heb ik een contract met Keukenhof.
In de periode juni tot en met augustus 2006 heb ik gesproken met de heer [H] [de statutair bestuurder van eiseres sub 2; voorzieningenrechter] inzake de overname van zijn retail unit op het terrein van het Kasteel bij de busingang. Partijen hebben hierover uiteindelijk geen overeenstemming bereikt omdat de vraagprijs voor WOD te hoog was. De belangrijkste reden voor het verschil in visie over de waarde van de winkel tussen de heer [H] en WOD was de verwachting omtrent de openstelling van de ingang Kasteel als ingang van Keukenhof en daarmee samenhangend de parkeerplaats Kasteel als parkeerplaats voor de bussen van Keukenhof.
In mijn gesprekken met de heer [H] heb ik aangegeven dat ik zijn vraagprijs te hoog vond omdat Keukenhof bezig was met een nieuw masterplan dat zou leiden tot één hoofdingang. (..) De heer [H] deed dit argument af met de mededeling dat Keukenhof hier al 25 jaar mee bezig is en dat ze op dat moment nog niet eens overeenstemming hadden over de voortzetting van Keukenhof met het stichtingsbestuur van het Kasteel. (..)"
2.18. De Keukenhof is dit jaar vanaf 19 maart 2009 voor het publiek geopend.
3. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer
3.1. De winkeliers vorderen - zakelijk weergegeven - Bloemententoonstelling Keukenhof te veroordelen om het gebruik van het voorterrein van Kasteel Keukenhof als parkeerterrein voor bussen ongewijzigd in vergelijking met vorige jaren te continueren. De winkeliers vorderen daarnaast Kasteel Keukenhof te veroordelen om dit gebruik van het parkeerterrein door Bloemententoonstelling Keukenhof gedurende de openstelling van de Keukenhof te gedogen. Aan beide vorderingen wensen zij een dwangsom verbonden te zien.
3.2. Daartoe voeren de winkeliers - samengevat - het volgende aan.
De winkeliers mochten erop vertrouwen dat de bestaande situatie met betrekking tot het gebruik van het voorterrein als busparkeerplaats gecontinueerd zou worden, althans dat deze situatie niet eenzijdig en van het ene op het andere moment, zonder overleg en geboden alternatief, zou worden beëindigd. De voorzieningen van de winkeliers zijn
- zoals gedaagden weten - volledig gericht op de Keukenhof. Zo is er bijvoorbeeld een tunnel gecreëerd. Uit de erfpachtovereenkomst blijkt bovendien dat de winkeliers hun bedrijven slechts mogen exploiteren gedurende de openstelling van de Keukenhof. Aan de winkeliers is nimmer kenbaar gemaakt dat de voorziening voor het parkeren van bussen zou veranderen. Zij zijn niet uitgenodigd voor planbesprekingen. De daadwerkelijke reden voor de beëindiging lijkt gelegen te zijn in de omstandigheid dat er een geschil is ontstaan tussen Kasteel Keukenhof en Bloemententoonstelling Keukenhof over het gebruik van elkaars terreinen en de daarvoor te hanteren parkeertarieven.
Bloemententoonstelling Keukenhof handelt in strijd met de vereiste zorgvuldigheid door plotseling het parkeerterrein niet meer te benutten. Het vlak voor de openstelling wijzigen van het bestendig beleid ten aanzien van het gebruik van het voorterrein, is jegens de winkeliers onrechtmatig, omdat Bloemententoonstelling Keukenhof weet dat de winkeliers voor hun bestaan volledig afhankelijk zijn van het tot dan toe gevoerde parkeerbeleid. Indien het parkeerbeleid in het verleden niet goed werd nagekomen, werd Bloemententoonstelling Keukenhof hierop aangesproken. Doordat Kasteel Keukenhof thans onredelijk hoge tarieven vraagt van Bloemententoonstelling Keukenhof voor het gebruikmaken van het parkeerterrein, handelt zij in strijd met de uit de erfpachtovereenkomst voortvloeiende zorgvuldigheid. Dit levert wanprestatie, althans een onrechtmatige daad jegens de winkeliers op.
3.3. Gedaagden voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
4.1. De kern van het geschil betreft de vraag of Bloemententoonstelling Keukenhof ten opzichte van de winkeliers een verplichting heeft om op het voorterrein te parkeren en of Kasteel Keukenhof de verplichting heeft dit parkeren tegen de 'oude' voorwaarden te gedogen.
4.2. Vooropgesteld wordt dat aan de vordering jegens Kasteel Keukenhof strekkende tot het gedogen van het parkeren eerst wordt toegekomen indien in het kader van dit kort geding voldoende aannemelijk is geworden dat Bloemententoonstelling Keukenhof jegens de winkeliers gehouden is om opnieuw gebruik te maken van de parkeervoorziening op het voorterrein. De twee vorderingen dienen immers in samenhang te worden beschouwd. Dit leidt ertoe dat allereerst de vordering jegens Bloemententoonstelling Keukenhof beoordeeld zal worden.
4.3. Vast staat dat er tussen Bloemententoonstelling Keukenhof en de winkeliers geen contractuele relatie bestaat. Bloemententoonstelling Keukenhof heeft evenmin ten opzichte van Kasteel Keukenhof een contractuele verplichting om op het voorterrein te parkeren. De contractsvrijheid brengt mee dat het Bloemententoonstelling Keukenhof in beginsel vrijstaat om al dan niet met Kasteel Keukenhof tot een overeenkomst te komen omtrent het parkeren van bussen op het voorterrein.
4.4. Niet ter discussie staat dat de winkeliers voor hun inkomsten uit de winkels feitelijk afhankelijk zijn van de openstelling van de Keukenhof en het parkeerbeleid van de Bloemententoonstelling Keukenhof. Zij staan derhalve in een afhankelijke positie. Dit wordt bevestigd in de erfpachtovereenkomst, waarin is opgenomen dat het recht van erfpacht eindigt op het moment dat de Keukenhof zou worden opgeheven. Deze afhankelijkheid leidt ertoe dat het besluit tot het wijzigingen van het parkeerbeleid ingrijpende gevolgen zal hebben voor de winkeliers. Anders dan de winkeliers menen, komt deze afhankelijkheid - en het ingrijpend karakter van het aanbrengen van wijzigingen in het parkeerbeleid - evenwel in beginsel voor hun eigen (ondernemers)risico. Dit is nu eenmaal inherent aan de wijze waarop de winkeliers hun onderneming hebben ingericht en de daarbij gekozen constructie. Niet valt in te zien op welke grond Bloemententoonstelling Keukenhof gehouden zou zijn om gebruik te blijven maken van het voorterrein en aldus bezoekersstromen langs de winkels te garanderen. De enkele omstandigheid dat een bepaalde situatie 60 jaar heeft geduurd, levert niet een dergelijke grond op. Ook de omstandigheid dat de winkeliers in het verleden bij Bloemententoonstelling Keukenhof aanklopten indien er naar hun mening te snel naar andere parkeerplekken werd uitgeweken, doet nog geen (parkeer)verplichting ontstaan. Daar komt nog bij dat de winkeliers geen oneindig recht hebben om gebruik te maken van het voorterrein, aangezien de erfpachtovereenkomst in beginsel eindigt in 2011.
4.5. Er is evenmin gesteld of anderszins gebleken dat Bloemententoonstelling Keukenhof enige handeling heeft verricht waardoor de winkeliers er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat het parkeerbeleid ongewijzigd zou blijven.
4.6. Met de winkeliers is de voorzieningenrechter van oordeel dat het besluit om het bestaande parkeerbeleid met ingang van het seizoen 2009 te eindigen laat aan de winkeliers is meegedeeld. Dit levert echter nog geen onrechtmatige daad van Bloemententoonstelling Keukenhof op. Daarbij is nog het volgende van belang. Hoewel de discussie tussen gedaagden omtrent de voorwaarden voor het gebruik van elkaars parkeerfaciliteiten de concrete aanleiding lijkt te zijn geweest om het gebruik van het voorterrein in 2009 (reeds) te staken, waren er al plannen om de parkeervoorzieningen te wijzigen. Anders dan de winkeliers hebben bepleit, is niet waarschijnlijk dat zij van deze plannen geen enkele weet hebben gehad. Mede gelet op de verklaring van [G] is voorshands voldoende aannemelijk geworden dat in ieder geval eiseres sub 2 vanaf 2006 op de hoogte was van de mogelijkheid dat de parkeerfaciliteiten zouden wijzigen. Als daarbij in ogenschouw wordt genomen dat ook [D] op de hoogte was en de plannen vanaf (in ieder geval) 2007 in de openbaarheid zijn besproken en de pers hebben gehaald, is het niet waarschijnlijk dat de overige winkeliers tot januari 2009 nergens van af hebben geweten. Bovendien behoort, zo desalniettemin aangenomen zou moeten worden dat de winkeliers onwetend waren, deze onwetendheid in het licht van het voorgaande voor hun rekening te komen. Voor zover de winkeliers ervan uit zijn gegaan dat deze plannen (voorlopig) niet zouden worden doorgezet, is dit eveneens een omstandigheid die voor hun rekening dient te blijven.
4.7. Gelet op het voorgaande komt de vordering jegens Bloemententoonstelling Keukenhof niet voor toewijzing in aanmerking. De vordering jegens Kasteel Keukenhof behoeft daarmee geen nadere bespreking meer.
4.8. De slotsom luidt dat de vorderingen van de winkeliers worden afgewezen. Zij zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het gevorderde af;
- veroordeelt de winkeliers in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Bloemententoonstelling Keukenhof begroot op € 1.078,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 262,-- aan griffierecht, en aan de zijde van Kasteel Keukenhof eveneens begroot op € 1.078,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 262,-- aan griffierecht;
- verklaart de proceskostenveroordeling jegens Kasteel Keukenhof uitvoerbaar bij voorraad;
- bepaalt dat de winkeliers, bij gebreke van betaling van de proceskosten aan Kasteel Keukenhof binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, de wettelijke rente daarover verschuldigd zijn, vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2009.
cb