Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0289

Datum uitspraak2009-03-17
Datum gepubliceerd2009-04-07
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers107.000.706/01
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid bij sluiten afbetalingsregeling in kennelijke wetenschap dat deze niet kan worden nagekomen.


Uitspraak

Arrest d.d. 17 maart 2009 Rolnummer 107.000.706/01 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellant], wonende te [woonplaats appellant], appellant, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr P.R. van den Elst, tegen Tieben Vlees B.V., gevestigd te Musselkanaal, geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: Tieben BV, advocaat: mr S.A. Roodhof. De inhoud van het tussenarrest d.d. 19 maart 2008 wordt hier overgenomen. Het verdere procesverloop Na het tussenarrest heeft [appellant] een akte genomen. Vervolgens heeft Tieben BV een antwoordakte genomen. Tenslotte hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest. De verdere beoordeling 1. In het tussenarrest van 19 maart 2008 heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van zijn stelling dat HVS tijdens het gesprek op 7 oktober 2003 aan Tieben BV volledige openheid van zaken heeft gegeven over de benarde financiële positie van HVS, in die zin dat Tieben BV redelijkerwijs had kunnen verwachten dat HVS de betalingsregeling niet zou kunnen nakomen. 2. [appellant] heeft afgezien van bewijslevering. Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat Tieben BV op 7 oktober 2003 níet op de hoogte was of is gesteld van de benarde financiële positie van HVS. Hieruit volgt dat er geen sprake is van eigen schuld aan de zijde van Tieben BV met betrekking tot de schade die bij Tieben BV is ontstaan als gevolg van het onrechtmatig handelen van [appellant] (zie r.o. 2 van het tussenarrest van 19 maart 2008). Dit leidt ertoe, zoals door het hof is overwogen in het tussenarrest van 20 juni 2007, dat [appellant] volledig aansprakelijk is voor de schade die Tieben BV heeft geleden. 3. Thans is nog in discussie wat de precieze hoogte is van die schade. Het hof heeft in r.o. 14 van het tussenarrest van 20 juni 2007 reeds beslist dat op het bedrag van € 13.694,28 - zijnde het bedrag waarmee de vordering van Tieben BV op HVS na 7 oktober 2003 nog is toegenomen - de BTW in mindering moet worden gebracht. Daarmee resteert, naar [appellant] onweersproken heeft gesteld, een bedrag van € 12.919,13. 4. Volgens [appellant] moet hierop vervolgens nog de winstmarge van Tieben BV in mindering worden gebracht. Het hof overweegt daarover het volgende. Het gaat in het onderhavige geval om schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen van [appellant]. De schade van Tieben BV bestaat uit de facturen die na 7 oktober 2008 onbetaald zijn gebleven, terwijl Tieben BV daartegenover wel vlees geleverd heeft aan HVS. De schade is gelijk aan het bedrag dat Tieben BV als gevolg van de onrechtmatige daad is misgelopen, welke schade zou zijn uitgebleven indien de normschending achterwege zou zijn gebleven. Zonder normschending zou niet aan HVS zijn geleverd door Tieben BV, hetgeen betekent dat ook de winstmarge als schade van de onrechtmatige daad is aan te merken. Het hof merkt daarbij op dat gesteld noch gebleken is dat het vlees niet ook aan een derde had kunnen worden verkocht. Het hof kan het betoog van [appellant] dan ook niet onderschrijven. 5. Het voorgaande betekent dat toewijsbaar is aan schade een bedrag van € 12.919,13, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 dagen na factuurdatum, tot aan de dag der algehele betaling. Voor zover de rechtbank een hoger bedrag heeft toegewezen, kan die veroordeling niet in stand blijven. Tegen de door de rechtbank toegewezen incassokosten zijn geen grieven gericht, zodat het hof die veroordeling in stand laat. Slotsom 6. De grieven slagen gedeeltelijk; de vonnissen van 8 december 2004 en 8 juni 2005 zullen worden vernietigd. De vordering van Tieben BV zal worden toegewezen als nader in het dictum te bepalen. Voor zover het hoger beroep is gericht tegen het vonnis van 16 juni 2004 zal dit niet ontvankelijk worden verklaard, nu daartegen geen grieven zijn gericht. Nu slechts een deel van de vordering van Tieben BV zal worden toegewezen, ziet het hof aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat [appellant] 2/3 deel van de proceskosten van Tieben BV dient te voldoen en 1/3 deel van die kosten voor eigen rekening van Tieben BV blijft (eerste aanleg: 6 punten in tarief IV; hoger beroep: 2,5 punt in tarief IV; zulks maal 2/3). 7. Voorts zal het hof toewijzen de door [appellant] gevorderde ongedaanmaking van hetgeen hij reeds heeft betaald uit hoofde van het vonnis van de rechtbank Assen van 8 juni 2005, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag. De in dit verband door [appellant] gevorderde 'kosten' zal het hof niet toewijzen, nu die niet nader zijn gespecificeerd, toegelicht en onderbouwd, zodat niet is vast te stellen of deze kosten een direct sequeel zijn van de vernietiging van de bestreden vonnissen. De beslissing Het gerechtshof: verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover dat is gericht tegen het tussenvonnis van de rechtbank Assen van 16 juni 2004; vernietigt de vonnissen van de rechtbank Assen van 8 december 2004 en 8 juni 2005; en opnieuw rechtdoende: 1. veroordeelt [appellant] tot betaling aan Tieben BV van een bedrag van € 12.919,13, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 dagen na factuurdatum tot aan de dag der algehele betaling; 2. veroordeelt [appellant] tot betaling aan Tieben BV van een bedrag van € 1.540,-- aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2004 tot aan de dag der algehele voldoening; 3. veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Tieben BV: in eerste aanleg op € 1.118,52 (2/3 van €1.677,78) aan verschotten en € 3.576,-- (2/3 van 5.364,--) aan geliquideerd salaris voor de advocaat, in hoger beroep op € 1.196,67 (2/3 van € 4.077,--) aan verschotten en € 2.718,-- (2/3 van € 1.795,--) aan geliquideerd salaris voor de advocaat; 4. wijst af het meer of anders gevorderde. bepaalt dat Tieben BV terugbetaalt aan [appellant] hetgeen zij meer heeft ontvangen van [appellant] dan waarop zij krachtens dit arrest recht heeft, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der ontvangst van de betaling door Tieben BV tot aan de dag der terugbetaling verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gewezen door mrs. Knijp, voorzitter, De Bock en Zandbergen, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van 17 maart 2009 in bijzijn van de griffier.