Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0275

Datum uitspraak2009-04-03
Datum gepubliceerd2009-04-08
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
Zaaknummers24-002027-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Eenvoudige mishandeling, na ruzie in het verkeer. Onvoorwaardelijke geldboete opgelegd.


Uitspraak

Parketnummer: 24-002027-08 Parketnummer eerste aanleg: 07-600007-06 Arrest van 3 april 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 februari 2007 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1986] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], niet ter terechtzitting verschenen. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte. Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke geldboete van eenhonderdvijftig euro, subsidiair drie dagen hechtenis. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd, dat: hij op of omstreeks 11 december 2005 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (bij de kleding) heeft vastgepakt en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft gestompt/geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; Bewezenverklaring Het hof verklaart ten laste van verdachte bewezen dat: hij op 11 december 2005 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen met kracht in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden; Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: mishandeling. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft, nadat tussen hem en zijn latere slachtoffer als verkeersdeelnemers enige animositeit was ontstaan, [slachtoffer] meermalen geslagen. Door zijn handelen heeft verdachte pijn en letsel bij het slachtoffer veroorzaakt en heeft hij de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast. Het hof heeft kennis genomen van een verdachte betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 16 januari 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld. Het hof heeft voorts rekening gehouden met de draagkracht van verdachte voor zover daarvan uit de stukken in het dossier blijkt. Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat het bewezenverklaarde feit oplegging van na te melden geldboete rechtvaardigt. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar; veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van honderdvijftig euro; beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. - 4 - 24-002027-08