Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0246

Datum uitspraak2009-03-04
Datum gepubliceerd2009-06-19
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers105.010.633.01
Statusgepubliceerd


Indicatie

Afloop na deskundigenbericht bij geschillen tussen de ouders inzake ouderschap en omgang:deels overeenstemming, deels beslissingen genomen door het hof.


Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Familiesector Uitspraak : 4 maart 2009 Zaaknummer : 105.010.633.01 Rekestnummer : 055-D-07 Rekestnr. rechtbank : FA RK 06-7381 en FA RK 06-7382 [appellante], wonende te Dordrecht, verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. M.G. Hoogerwerf, tegen [verweerder], wonende te Dordrecht, verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. G.E.M. Later. HET VERDERE PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 23 januari 2008, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Bij die beschikking is tot deskundige mevrouw drs. ir. W. Boom-Pelle benoemd, waarbij is bepaald dat de kosten van de deskundige wat betreft het aandeel van de moeder van € 1.750,- voor ten laste van het Rijk komen en het aandeel van de vader € 1.750,- moet worden voldaan door de vader, daarbij is tot raadsheer-commissaris mr. C.A.R.M. van Leuven benoemd. Voorts is - uitvoerbaar bij voorraad - in afwachting van het verloop van het onderzoek een omgangsregeling bepaald tussen de vader en [de minderjarige], waarbij [de minderjarige] gedurende eenmaal per veertien dagen van donderdag na schooltijd tot en met maandag voor schooltijd bij de vader zal verblijven; voor het overige (waaronder de omgangsregeling tijdens vakanties en verjaardagen) sluit het hof voorlopig aan bij de overeenkomst d.d. 11 juli 2007 die partijen in het licht van onderhavige procedure hebben gesloten en de bestreden beschikking. Iedere verdere beslissing is aangehouden. Op 2 december 2008 is het deskundigenrapport van 29 november 2008, met bijlagen, van drs. ir. W. Boom-Pelle ingekomen. Bij brief van 9 december 2008 heeft de griffier van dit hof aan elk der partijen verzocht kenbaar te maken of zij het eens zijn met afdoening van deze zaak op de stukken en vaststelling door het hof van het aan de deskundige toekomende bedrag aan honorarium en kosten conform haar declaratie. Daarbij zijn de partijen ook in de gelegenheid gesteld hun (eventuele) reactie(s) op het deskundigenrapport kenbaar te maken. Bij fax van 22 december 2008 heeft de advocaat van de vader haar reactie aan het hof doen toekomen. Bij brief van 30 december 2008 heeft de advocaat van de moeder zijn reactie aan het hof doen toekomen. VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. Bijlage 2 bij het deskundigenrapport bevat de punten waarover partijen tot overeenstemming zijn gekomen. Bijlage 3 geeft een overzicht van geschilpunten die partijen ter afdoening aan het hof voorleggen. 2. De vader heeft in zijn fax van 22 december 2008 verzocht, naar het hof begrijpt in aanvulling op bijlage 3 bij het deskundigenrapport, de omgangsregeling vast te stellen conform het bepaalde in de rechtsoverweging 11 van de tussenbeschikking van 23 januari 2008 van dit hof. De vader heeft in voornoemde fax ook kenbaar gemaakt dat de zaak op de stukken kan worden afgedaan. 3. De moeder heeft in haar brief van 30 december 2008, in reactie op het faxbericht van de vader van 22 december 2008, verzocht om klokuren vast te stellen bij de omgangsregeling, in plaats van vage begrippen die in de praktijk tot verschillende interpretaties en meningsverschillen leiden. Ook de moeder heeft in voornoemde brief kenbaar gemaakt dat de zaak op de stukken kan worden afgedaan. 4. Het hof zal hetgeen partijen zijn overeengekomen bekrachtigen in deze beschikking. Daarnaast zal het hof de geschilpunten die er betreffende de ouderschapsregeling zijn overgebleven, conform het verzoek van beide partijen, hierbij schriftelijk beslissen. Het hof beschouwt deze zaken als onlosmakelijk verbonden met het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen ouders die gezamenlijk met het gezag zijn belast. 5. De resterende geschilpunten en de overwegingen van het hof terzake: - Beslissingen betreffende belangrijke, grote, niet acute medische aangelegenheden; Het hof is van oordeel dat het gezamenlijk gezag juist met zich meebrengt dat dit soort beslissingen in overleg tot stand dienen te komen, dus gezamenlijk genomen worden. In het onderhavige geval doen zich geen omstandigheden voor die aanleiding geven tot afwijking van de hoofdregel. - Toediening medicijnen; Medicijngebruik vloeit voort uit medische noodzaak en voorschrift van een arts. Het voorschrift kan het gevolg zijn van een acuut medisch probleem dan wel van een niet acuut medisch probleem dat onderwerp van overleg zal hebben gevormd. Het is in ieder geval niet in het belang van [de minderjarige] dat de ouders ten aanzien van een voorgeschreven medicijn ieder een eigen, mogelijk zelfs tegenstrijdig beleid gaan voeren. [de minderjarige] staat het overwegende deel van de tijd onder het toezicht en de zorg van de moeder. Vanuit een praktische overweging acht het hof het in het belang van [de minderjarige] dat de moeder de beslissingen inzake medicijngebruik neemt, zulks na overleg daarover met de vader. De vader zal de beslissing van de moeder respecteren en (mede) ten uitvoer brengen. - Omgangsregeling: Mede gelet op de ervaringen van [de minderjarige] zelf acht het hof het van belang dat de omgangsregeling tussen [de minderjarige] en zijn vader loopt van donderdagmiddag na school (dat wil zeggen: (kort) na afloop van de schooltijd) tot maandagochtend vóór school, eenmaal per 14 dagen. Indien er op donderdag geen school is gaat [de minderjarige] reeds in de ochtend (vóór 10.00 uur) naar zijn vader; indien er op maandag geen school is gaat [de minderjarige] die ochtend (vóór 10.00 uur) naar zijn moeder. - Verjaardag [de minderjarige] [de minderjarige] zou, gelet op zijn leeftijd, zijn verjaardag moeten kunnen vieren op de locatie en het tijdstip van zijn voorkeur (uitgaande van de mogelijkheid de verjaardag ten huize van de moeder of de vader te vieren). Indien [de minderjarige] zijn voorkeur niet uitspreekt zal [de minderjarige] de verjaardag doorbrengen bij de ouder waar hij krachtens de afspraken die voortvloeien uit het kinderconvenant en hetgeen het hof ter aanvulling daarop heeft beslist. 6. Gelet op de door de deskundige overgelegde rekening en verantwoording, die het hof redelijk acht, stelt het hof hierbij de vergoeding van de deskundige vast op hetgeen door haar is verzocht en zal het hof de griffier van dit hof opdragen de in debet gestelde voorschotbetaling, een bedrag van € 3.500,-, waaronder begrepen de verschuldigde omzetbelasting, aan de deskundige mevrouw drs. ir. W. Boom-Pelle uit te betalen door storting op het bankrekeningnr. 1425.69.011 van de Rabobank, onder vermelding van het factuurnummer POO 08/11/06. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de omgangsregeling betreft en, in zoverre opnieuw beschikkende: stelt de kosten van het deskundigenbericht vast op € 3.500,- (inclusief BTW) en gelast de griffier van dit hof ten laste van het in deze zaak onder de griffier berustende voorschot aan de deskundige te betalen; bepaalt een omgangsregeling tussen de vader en het kind, inhoudende: dat [de minderjarige] gedurende eenmaal per veertien dagen van donderdag na schooltijd tot en met maandag voor schooltijd bij de vader zal verblijven. Indien er op donderdag geen school is gaat [de minderjarige] reeds in de ochtend (vóór 10.00 uur) naar zijn vader; indien er op maandag geen school is gaat [de minderjarige] die ochtend (vóór 10.00 uur) naar zijn moeder. Voorts zal tussen de ouders gelden hetgeen onder rechtsoverweging 5. van deze beschikking is overwogen. Voor hetgeen overigens tussen partijen als bepaald door het hof zal gelden verwijst het hof naar de inhoud van de aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst (kinderconvenant), waarvan de inhoud wordt geacht hier te zijn herhaald en ingelast; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige. Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Van Nievelt en Punselie, bijgestaan door Muller-Rietveld als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 maart 2009.