Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0036

Datum uitspraak2009-04-03
Datum gepubliceerd2009-04-06
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers24-001605-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en onvoorwaardelijke werkstraf van 60 uren voor het rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid. recidivist.


Uitspraak

Arrest van 3 april 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 8 januari 2008 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1971] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.G. Pekkeriet-Bischop, advocaat te Zwolle. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf en een overtreding veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 zal veroordelen tot respectievelijk een maand gevangenisstraf en een maand hechtenis met verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen personenauto. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat 1 hij op of omstreeks 12 juli 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straatnaam], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd; (art. 9 lid 1 Wegenverkeerswet 1994) 2 hij op of omstreeks 12 juli 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straatnaam], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden; (art. 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen) Vrijspraak Aangezien zich in het strafdossier geen geschrift bevindt uit het Centraal Register Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen, waaruit blijkt dat er op de ten laste gelegde datum voor het motorvoertuig van verdachte geen verzekering was afgesloten, acht het hof niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde onder 1 heeft begaan, met dien verstande dat hij op 12 juli 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straatnaam], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd; Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte. Het hof heeft hierbij in het bijzonder het navolgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft - kort gezegd - op 12 juli 2007 een personenauto bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Uit een Uittreksel Justitiƫle Documentatie d.d. 19 december 2008 blijkt dat verdachte eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld en desondanks blijft recidiveren. Het hof heeft tevens in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze door hem en zijn raadsvrouw ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht. Zo is door en namens verdachte ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat verdachte een omslagpunt in zijn leven heeft bereikt. Verdachte is bezig zijn leven weer op de rails te krijgen en wordt door zijn broer en schoonzus daarbij begeleid. Het hof ziet hierin aanleiding - in afwijking van de door de advocaat-generaal gevorderde straf - te komen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van kortere duur alsmede een onvoorwaardelijke werkstraf. Het hof acht een voorwaardelijk op te leggen vrijheidsstraf van belang om verdachte ervan te weerhouden te recidiveren. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22d, 22c (oud) en 63 (oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 (oud) en 176 (Wegenverkeerswet 1994) van de Wegenverkeerswet 1994. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij; verklaart het verdachte onder 1 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij. veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken; beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast; gelast de teruggave aan verdachte van: een personenauto, [automerk], kenteken [kenteken]; Dit arrest is aldus gewezen door mr. L.T. Wemes, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. H. Kalsbeek, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier, zijnde mr. Kalsbeek voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.