Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BI0003

Datum uitspraak2009-04-03
Datum gepubliceerd2009-04-06
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
Zaaknummers24-000269-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

60 uren werkstraf subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis voor bedreiging en mishandeling van de zoon van verdachtes vriendin.


Uitspraak

Arrest van 3 april 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 januari 2008 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1965] te [geboorteplaats] ([geboorteland]), wonende te [woonplaats], [adres], niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. P.J.N. Aarnoudse, advocaat te Deventer. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen. Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat 1 hij op of omstreeks 17 oktober 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :" Ik maak je dood ", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of heeft hij, verdachte, ten overstaan van en zichtbaar voor die [slachtoffer] een (snijdende) beweging met zijn hand langs zijn keel en/of hals gemaakt alsof hij, verdachte, met een mes of een ander scherp voorwerp die [slachtoffer] de keel zou doorsnijden; 2 hij in of omstreeks de periode van 29 september 2007 tot 8 oktober 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], (meermalen) een kopstoot heeft gegeven en/of met zijn hoofd (met kracht) tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gestoten en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat 1. hij op 17 oktober 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :" Ik maak je dood ", en heeft hij, verdachte, ten overstaan van en zichtbaar voor die [slachtoffer] een (snijdende) beweging met zijn hand langs zijn keel en/of hals gemaakt alsof hij, verdachte, met een mes of een ander scherp voorwerp die [slachtoffer] de keel zou doorsnijden; 2. hij omstreeks 29 september 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], (meermalen) een kopstoot heeft gegeven waardoor deze pijn heeft ondervonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven: 1 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, 2 mishandeling. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft de zoon van zijn toenmalige vriendin mishandeld en bedreigd. Door dit gedrag heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Het hof heeft voorts gelet op het verdachte betreffend Uittreksel Justitiƫle Documentatie d.d. 19 december 2008, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake misdrijven is veroordeeld. Op grond van het bovenstaande acht het hof, mede gelet op de bij dit hof gebruikelijke oriƫntatiepunten, een werkstraf van na te melden duur een passende sanctie. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op de artikelen 22d, 22c (oud), 57 (oud), 63 (oud), 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij; veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast. Dit arrest is aldus gewezen door mr. L.T. Wemes, voorzitter, mr. H. Kalsbeek en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier, zijnde mr. Kalsbeek voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.