Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH9841

Datum uitspraak2009-01-14
Datum gepubliceerd2009-04-02
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers62357/ HA ZA 08- 176
Statusgepubliceerd


Indicatie

Gedaagde heeft tot 1 januari 2006 met haar toenmalige echtgenoot een camping in Burg Haamstede geëxporteerd. Vervolgens heeft zij een verband met echtscheiding de exploitatie van de camping alleen voortgezet. Eiser is huurder van een plaats op de camping voor zijn vakantiewoning. Tussen de toenmalige echtgenoot van gedaagde en eiser heeft overleg plaatsgevonden over de overnamevan zijn aandeel in de exploitatie van de camping. De toenmalige echtgenoot van gedaagde en eiser hebben uiteindelijk overeenstemming bereikt. Eiser, de toenmalige echtgenoot van gedaagde en gedaagde hebben het resultaat van het overleg vastgelegd in de door hen ondertekende en als productie twee overgelegde brief. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen € 55.400,00, ter zake verrichte werkzaamheden, € 2.644,10 ter zake wanprestatie, teveel in rekening gebrachte bijdrage staanplaats, energiekosten over 2006 en OZB heffing, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en voorts om [gedaagde] te veroordelen om de stroomvoorziening te herstellen voor gebruik van 25 ampère, alsook deze aangepaste voorziening in stand te houden dan wel, bij gebreke hiervan binnen een termijn van drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis, voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de kosten die [eiser] dient te maken om de stroomvoorziening in zijn woning aan te passen aan de door [gedaagde] gebruikte 4 ampère voorziening, alles vermeerderd met een bedrag van € 650,00 ter zake buitengerechtelijke kosten.


Uitspraak

Uitspraak vonnis RECHTBANK MIDDELBURG 62357 / HA ZA 08-176 Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 62357 / HA ZA 08-176 Vonnis van 14 januari 2009 in de zaak van [eiser]L, wonende te Halsteren, eiser, advocaat mr. drs. J. Wouters, tegen [ gedaagde], wonende te Burgh-Haamstede, gedaagde, advocaat mr. J.C. van den Doel. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 3 september 2008 het proces-verbaal van comparitie van 15 oktober 2008. De feiten [gedaagde] heeft tot 1 januari 2006 met haar toenmalige echtgenoot [M] de camping Rozenhof in Burgh-Haamstede geëxploiteerd. Vervolgens heeft zij in verband met echtscheiding de exploitatie van de camping alleen voortgezet. [eiser] is huurder van een plaats op de camping voor zijn vakantiewoning. [toenmalige echtgenoot van gedaagde] is met [eiser] in overleg getreden over de overname van zijn aandeel in de exploitatie van de camping. [toenmalige echtgenoot van gedaagde] en [eiser] hebben uiteindelijk overeenstemming bereikt. [eiser], [toenmalige echtgenoot van gedaagde] en [gedaagde] hebben het resultaat van het overleg vastgelegd in de door hen ondertekende en als productie 2 overgelegde brief: (…) zijn overeengekomen dat het firma-aandeel in genoemde V.o.F. van [M] groot 50%, vandaag 13 april 2006 in eigendom wordt overgedragen aan [gedaagde]. (…) De eigendomsoverdracht van het huidige firma-aandeel in de V.o.F. Camping Rozenhof van [M], groot 50%, aan [gedaagde] zal binnen 10 jaren gerekend vanaf de dag van deze eigendomsoverdracht, verkocht worden aan: [eiser] [eiser]. Indien [eiser] [eiser] niet wenst te kopen, dient het eerst terug aangeboden te worden aan [M]. [eiser] [eiser] zal hierdoor zakelijk verbonden worden aan de op dat moment gekozen of te kiezen rechtsvorm, Van Camping Rozenhof, en alsdan mede beheers-bevoegd worden. (…) Het geschil [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen € 55.400,00, ter zake verrichte werkzaamheden, € 2.644,10 ter zake wanprestatie, teveel in rekening gebrachte bijdrage staanplaats, energiekosten over 2006 en OZB heffing, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en voorts om [gedaagde] te veroordelen om de stroomvoorziening te herstellen voor gebruik van 25 ampère, alsook deze aangepaste voorziening in stand te houden dan wel, bij gebreke hiervan binnen een termijn van drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis, voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de kosten die [eiser] dient te maken om de stroomvoorziening in zijn woning aan te passen aan de door [gedaagde] gebruikte 4 ampère voorziening, alles vermeerderd met een bedrag van € 650,00 ter zake buitengerechtelijke kosten. [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft [eiser] op 14 april 2006 aan de gasten van de camping voorgesteld als de nieuwe zakenpartner/ mede-eigenaar van de camping. De samenwerking was gebaseerd op ieder 50% van de werkzaamheden. Op 16 mei 2006 heeft een gesprek plaats gevonden tussen [eiser], [gedaagde], [2 leden] over de vormgeving van de samenwerking. Om het samenwerkingsverband vorm te geven is een concept vennootschapsakte opgesteld. Voorts is [eiser] gemachtigd voor de rekeningen van de camping. [eiser] heeft vervolgens vele uren gewerkt op de camping. Hij heeft zijn uren nauwkeurig bijgehouden. [eiser] heeft in totaal 808 uren gewerkt. Uitgaande van een uurloon van € 50,00 bruto heeft hij op grond van een overeenkomst van opdracht, subsidiair op grond van ongerechtvaardigde verrijking, nog meer subsidiair op grond van zaakwaarneming aanspraak op € 40.400,00. Daarnaast heeft hij minimaal 300 uur besteed aan onderhandelingen. Uit dien hoofde heeft hij aanspraak op € 15.000,00. [gedaagde] heeft de vakantiewoning van de stroomvoorziening gehaald. Daardoor heeft [eiser] zes maanden geen gebruik kunnen maken van zijn vakantiewoning en heeft hij aanspraak op terugbetaling van de huur over 2007. [gedaagde] heeft verder teveel in rekening gebracht voor de standplaats. Tenslotte maakt hij aanspraak op terugbetaling van onder protest betaalde energiekosten en teveel betaalde OZB-heffing. [gedaagde] voert verweer. Er is geen sprake geweest van een samenwerking. Het is [toenmalige echtgenoot van gedaagde] geweest die heeft voorgesteld zijn aandeel aan [gedaagde] te verkopen onder de voorwaarde dat zij dit aandeel zou doorverkopen aan [eiser]. [eiser] heeft misbruik gemaakt van de omstandigheden waarin [gedaagde] verkeerde (echtscheiding, psychische druk, fysieke bedreigingen) door haar de als productie 2 overgelegde overeenkomst te laten ondertekenen. [eiser] is niet gemachtigd geweest voor de rekeningen van de camping. De door [eiser] overgelegde vennootschapsakte kent zij niet. Die akte is door [eiser] opgesteld. Alles wat [eiser] op de camping heeft gedaan is op zijn eigen initiatief geweest. Er is geen sprake geweest van een overeenkomst van opdracht, van een overeenkomst voor het verrichten van diensten of zaakwaarneming. Over een vergoeding is nooit gesproken. Zij heeft nooit beseft dat de inzet van [eiser] ook een zakelijk element bevatte. Zij betwist dat de camping door toedoen van [eiser] meer waard is geworden en dat zij ongerechtvaardigd is verrijkt. [eiser] heeft nimmer ten behoeve van [gedaagde] onderhandelingen gevoerd. Zij betwist voorts dat zij de vakantiewoning van [eiser] van de stroomvoorziening heeft afgehaald als gevolg waarvan hij zes maanden geen gebruik heeft kunnen maken van zijn vakantiehuisje. Zij betwist ook dat [eiser] zijn energiekosten over 2006 niet behoefte te betalen. [eiser] is eigenaar van zijn vakantiehuisje en dient derhalve de OZB-belasting te betalen. Uit niets blijkt dat hij over 2007 niet het genot van zijn vakantiehuisje heeft gehad. Het is niet mogelijk de stroomvoorziening van 25A te brengen. De capaciteit van het netwerk is daarvoor onvoldoende De beoordeling Tussen [toenmalige echtgenoot van gedaagde] en [gedaagde], gewezen echtelieden, heeft een vennootschap onder firma bestaan. Blijkens de door [eiser] als productie 2 overgelegde “Onderhandse overeenkomst in verband met verkoop firma-aandeel V.o.F. Camping Rozenhof” heeft [toenmalige echtgenoot van gedaagde] zijn aandeel in de vennootschap onder firma overgedragen aan [gedaagde]. In deze overeenkomst hebben partijen voorts vastgelegd dat [toenmalige echtgenoot van gedaagde] aan [eiser] een optie heeft verleend om het oorspronkelijke aandeel van [toenmalige echtgenoot van gedaagde] binnen 10 jaar over te nemen en dat hij op dat moment, bij de uitoefening van de optie, mede beheerbevoegd zou worden. [eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat hij de werkzaamheden op de camping verrichtte in het kader van het samenwerkingsverband. De rechtbank leidt daaruit af dat hij die werkzaamheden aanvankelijk beschouwde als een investering in de overname van het oorspronkelijke aandeel van [toenmalige echtgenoot van gedaagde] in de camping. Gesteld, noch gebleken is echter dat [eiser] die optie op enig moment heeft uitgeoefend. De vraag is of [eiser] niettemin aanspraak heeft op de door hem gevorderde vergoeding in geld van de tijd (808 uren tegen een tarief van € 50,00 per uur) die hij aan werkzaamheden op de camping zou hebben besteed. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. Indien [eiser] ook bij het niet tot stand komen van de beoogde vennootschap onder firma de tijd, die hij aan werkzaamheden op de camping heeft besteed vergoed had willen krijgen, had het op de weg van [eiser] gelegen om met [gedaagde] afspraken te maken over de voor de werkzaamheden te ontvangen vergoeding, alvorens met de werkzaamheden een aanvang te maken. Mede op grond van hetgeen partijen ter gelegenheid van de comparitie van partijen hebben verklaard staat vast dat tussen hen geen arbeidovereenkomst of vennootschapsovereenkomst heeft bestaan en dat partijen ook geen afspraken hebben gemaakt over (de hoogte van) een vergoeding. De stelling dat [eiser] door zijn werkzaamheden een aanzienlijke inbreng heeft gehad in de waardeontwikkeling van de camping heeft hij niet onderbouwd. Dat geldt ook voor de vordering tot vergoeding van 300 uren die [eiser] aan onderhandelingen zou hebben besteed. Zonder toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien op grond waarvan de uren die [eiser] naar zijn zeggen heeft besteed aan onderhandelingen die hebben geleid tot een door [eiser] in te roepen optie op de overname van het oorspronkelijke aandeel van [toenmalige echtgenoot van gedaagde] in de camping voor rekening van [gedaagde] zouden moeten komen. De rechtbank komt vervolgens toe aan de vordering tot terugbetaling van de huur over 2007. [gedaagde] heeft de stellingen van [eiser] gemotiveerd betwist. [eiser] is daar ter gelegenheid van de comparitie niet meer op teruggekomen. Evenmin heeft hij de brieven overgelegd waar hij zich in de dagvaarding op beroept. [eiser] heeft aldus ook dit onderdeel van zijn vordering onvoldoende onderbouwd. Hetzelfde geldt voor de vordering tot terugbetaling van € 241 ter zake de jaarplaats 2008, de vordering tot terugbetaling van de energiekosten 2006, de vordering tot terugbetaling van € 51,00 ter zake de OZB-heffing en vordering tot herstel van de stroomvoorziening naar 25 ampère en de daaraan gekoppelde verklaring voor recht. De rechtbank zal de vorderingen van [eiser] derhalve afwijzen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op: vast recht € 1.148,00 salaris procureur 1.788,00 2 punt × tarief € 894,00) Totaal € 2.936,00 De beslissing De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af, veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 2.936,00. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2009.