Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH9374

Datum uitspraak2009-01-13
Datum gepubliceerd2009-04-03
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers200.011.126
Statusgepubliceerd


Indicatie

Sanctie opgelegd ter zake van niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht. De betrokkene stelt dat de waarneming van de verbalisant onjuist moet zijn. Zij is door het gele licht gereden omdat achter haar een auto met hoge snelheid naderde. Het hof is van oordeel dat indien de betrokkene niet tijdig kon stoppen voor het geel uitstralend verkeerslicht, zij onvoldoende heeft geanticipeerd op het verkeerslicht. Doordat zij bij geel licht is doorgereden terwijl zij diende te stoppen, heeft zij het risico aanvaard dat het verkeerslicht nog gedurende haar manoeuvre rood licht zou gaan uitstralen. Terecht sanctie opgelegd.


Uitspraak

WAHV 200.011.126 13 januari 2009 CJIB 19111364815 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem van 5 juni 2008 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats]. 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Haarlem genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 24 september 2007 om 07.52 uur op de Spaarndamseweg te Haarlem met het voertuig met het kenteken [AB-00-AB]. 3.2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht en voert hiertoe aan dat zij zeker weet dat het verkeerslicht oranje (het hof leest: geel) licht uitstraalde. Normaal stopt de betrokkene al bij geel licht, maar in dit geval is zij doorgereden in verband met een auto achter haar die met hoge snelheid naderde. Vijf meter voordat de betrokkene bij het verkeerslicht was, sprong het licht op oranje. Uitgaande van de verklaring van de verbalisant dat het verkeerslicht reeds twee seconden rood licht uitstraalde op het moment dat de betrokkene dit licht passeerde, zou de betrokkene bij een snelheid van 36 km/h 20 meter van het verkeerslicht zijn verwijderd op het moment dat het rood werd. De waarneming van de verbalisant moet dan ook onjuist zijn. Bovendien bevreemdt het haar dat de verbalisant na zo'n lange tijd nog het exacte aantal seconden weet dat het verkeerslicht op rood heeft gestaan. 3.3. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 62 in verbinding met artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 68, eerste lid, RVV 1990 houdt in: “Bij driekleurige verkeerslichten betekent: a. groen licht: doorgaan; b. geel licht: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan; c. rood licht: stop.”. 3.4. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. 3.5. De verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer het volgende in: “Het verkeerslicht stond ongeveer 2 seconden op rood op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. Plaatsaanduiding verkeerslicht: Spaarndamseweg/Transvaalstraat/Waarderbrug. Betrokkene reed in zuidelijke richting, rijrichting linksaf.”. 3.6. Anders dan de betrokkene meent, heeft de verbalisant zijn verklaring niet in de loop van de onderhavige procedure afgelegd. De door een verbalisant waargenomen zaaksgegevens worden kort na de gedraging ingevoerd in een computersysteem aan de hand waarvan de inleidende beschikking aan de betrokkene wordt opgelegd. Het zaakoverzicht is een uitdraai uit dit computersysteem en bevat dus de gegevens zoals die door de verbalisant ten tijde van de gedraging zijn waargenomen. 3.7. Het hof stelt het volgende voorop. In het algemeen mag worden verwacht dat een bestuurder te allen tijde in staat is het voertuig tijdig en op een verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand te brengen. Van een bestuurder mag men immers verwachten dat hij anticipeert op een naderend verkeerslicht en zijn snelheid zodanig aanpast dat tijdig kan worden gestopt. Indien een driekleurig verkeerslicht geel licht uitstraalt, houdt dit in beginsel in dat moet worden gestopt. Slechts indien men het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen niet meer mogelijk is, mag men doorrijden. De geellichtfase zal in dat geval ook lang genoeg zijn om het verkeerslicht te passeren zonder het rode licht te negeren. 3.8. Het hof overweegt dat indien de betrokkene niet tijdig kon stoppen voor het geel uitstralend verkeerslicht, omdat anders zo krachtig moest worden geremd dat er gevaar ontstond voor achteropkomend verkeer, de betrokkene onvoldoende geanticipeerd heeft op het verkeerslicht. Hierdoor heeft zij zichzelf in de situatie gebracht waarin zij meende niet anders te kunnen dan door te rijden. Doordat de betrokkene bij geel licht is doorgereden terwijl zij diende te stoppen, heeft zij het risico aanvaard dat het verkeerslicht nog gedurende haar manoeuvre rood licht zou gaan uitstralen. 3.9. Het hof ziet in hetgeen de betrokkene aanvoert geen reden te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde op het moment dat de betrokkene het verkeerslicht passeerde. Het hof merkt hierbij op dat de door de verbalisant genoemde tijd dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde een schatting is en dat daaruit in ieder geval blijkt dat bij de verbalisant geen enkele twijfel bestond over de vraag of de gedraging was verricht. 3.10. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. 4. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.