
Jurisprudentie
BH2023
Datum uitspraak2009-01-20
Datum gepubliceerd2009-02-05
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers10/750120-07
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-02-05
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers10/750120-07
Statusgepubliceerd
Indicatie
Schorsing van de vervolging wegens geestelijke stoornis.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector strafrecht
Parketnummer: 10/750120-07
Datum uitspraak: 20 januari 2009
Beschikking van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren op xx-xx-1985 te [geboorteplaats], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],
raadsvrouw mr. W. van Veen, advocaat te Rotterdam.
ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING
Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2008 en op
20 januari 2009.
SCHORSING VAN DE VERVOLGING
Ter zitting van 7 oktober 2008 is de verdachte verschenen. De rechtbank heeft op die zitting met de verdachte gesproken en zich een beeld kunnen vormen van de wijze waarop de verdachte reageerde op aan hem gestelde vragen. Naar aanleiding daarvan heeft de rechtbank de behandeling van de zaak tegen verdachte aangehouden omdat zij – kort gezegd – van oordeel was dat de staat waarin verdachte zich bevond nader onderzoek naar zijn psychische gezondheid noodzakelijk maakte. Naar aanleiding van de aanhouding heeft de forensisch psychiater B.A. von Bargen verdachte onderzocht en op 16 december 2008 over verdachte gerapporteerd
Bij brief van 9 januari 2009, ontvangen op 14 januari 2009, heeft de raadsvrouw van de verdachte de rechtbank verzocht om de vervolging van haar cliënt te schorsen op grond van artikel 16, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Zij heeft hierbij medegedeeld dat de verdachte momenteel in Marokko verblijft voor behandeling.
Naar aanleiding van de ingekomen brief van de raadsvrouw heeft de officier van justitie de deskundige Von Bargen aanvullende vragen gesteld, waarop de deskundige per e-mail van 16 januari 2009 heeft geantwoord.
Ter terechtzitting van 20 januari 2009 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vervolging geschorst dient te worden omdat hij van mening is dat de verdachte – kort gezegd – thans niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging, waaronder ook de behandeling ter zitting dient te worden verstaan, te begrijpen.
De rechtbank overweegt als volgt.
Medio 2008 heeft zich bij de verdachte een paranoïde psychose geopenbaard in verband waarmee hij ten tijde van zijn voorlopige hechtenis opgenomen is geweest in het penitentiaire ziekenhuis in Scheveningen en heeft verbleven in de FOBA in Amsterdam. Dit vond plaats in de periode van 3 juni 2008 tot 2 juli 2008. Op 3 juli 2008 is de voorlopige hechtenis van de verdachte geschorst.
Zoals hiervoor reeds is weergegeven is op 7 oktober 2008 de behandeling ter terechtzitting aangehouden op grond van de indruk die verdachte op de rechtbank maakte.
De geraadpleegde psychiater Von Bargen is tot de conclusie gekomen dat bij de verdachte sprake is van een al langer bestaande paranoïde psychose in het kader van schizofrenie, met een depressieve stemming. Niet wordt uitgesloten dat er sprake is van een ernstige depressie. De paranoïde psychose is verergerd tijdens de detentie en dit is gepaard gegaan met mutisme, paranoïdie, akoestische en visuele hallucinaties, waandenkbeelden, depressieve stemming en voedselweigering.
In haar aanvullende informatie heeft de deskundige Von Bargen gesteld dat de verdachte door de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging ziekelijk kan interpreteren. Hierdoor kan hij niet begrijpen wat in feite wordt bedoeld. Desgevraagd is tevens vermeld dat er geen aanwijzing is dat de verdachte simuleert. Bij adequate behandeling is verbetering of herstel mogelijk binnen een termijn van maanden of mogelijk jaren.
Gelet op de toestand van de verdachte, de indruk die hij op de rechtbank maakte bij de behandeling ter terechtzitting op 17 oktober 2008 en hetgeen de geraadpleegde psychiater over de verdachte heeft gerapporteerd, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte lijdt aan een zodanige ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens dat hij op dit moment niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Er doet zich dan ook de situatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voor.
De kans dat de geestelijke toestand van de verdachte binnen korte termijn zodanig zal verbeteren, dat hij in staat zal zijn de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, acht de rechtbank gelet op het voorgaande niet reëel. De rechtbank zal dan ook de vervolging van de verdachte schorsen.
De officier van justitie heeft toegezegd om over ongeveer een half jaar wederom onderzoek te laten doen naar de geestelijke toestand van de verdachte, zodat dan bekeken kan worden of de schorsing van de vervolging moet worden opgeheven.
BESLISSING
De rechtbank:
schorst de vervolging van de verdachte [naam verdachte].
Deze beschikking is gegeven door:
mr. Buizer, voorzitter,
en mrs. Derkx en Schols, rechters,
in tegenwoordigheid van Van der Heijde, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 januari 2009.