Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH1650

Datum uitspraak2009-01-15
Datum gepubliceerd2009-02-05
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/1342 WIA
Statusgepubliceerd


Indicatie

Dagloon vaststelling van een zogeheten IVA-uitkering op grond van de WIA . Uitgangspunt is het loon dat de verzekerde volgens opgave van zijn werkgever daadwerkelijk heeft genoten in de voor hem van toepassing zijnde referteperiode. Terecht is de na het refertejaar nabetaalde straaltoeslag buiten de berekening gelaten. Geen sprake van loon dat in het refertejaar vorderbaar maar tevens niet-inbaar is geworden.


Uitspraak

08/1342 WIA Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 25 januari 2008, 07/844 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 15 januari 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft S.A.E. Vancraeynest, werkzaam bij Stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandverzekering te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 december 2008. Appellant is, zoals aangekondigd, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E. van den Brink, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. II. OVERWEGINGEN 1. Voor een overzicht van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden en de relevante wettelijke bepalingen verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat met het volgende. 1.1. Bij besluit van 7 december 2006, zoals gewijzigd bij besluit van 23 januari 2007, heeft het Uwv aan appellant met ingang van 25 september 2006 op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) een zogeheten IVA-uitkering toegekend naar een dagloon van € 96,85. Laatstgenoemd besluit is na bezwaar bij besluit van 2 mei 2007 gehandhaafd. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met bepalingen over de vergoeding van proceskosten en griffierecht - het beroep van appellant tegen het besluit van 2 mei 2007 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. De rechtbank is van oordeel, zoals door het Uwv ook ter zitting is erkend, dat het bestreden besluit een deugdelijke motivering ontbeert ten aanzien van de stelling van appellant dat de buiten de referteperiode nabetaalde straaltoeslag meegenomen dient te worden op grond van artikel 2, vierde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (hierna: het Besluit). Vervolgens heeft zij evenwel overwogen dat in onderhavige zaak niet voldaan is aan het bepaalde in artikel 2, vierde lid, van het Besluit, nu niet is gebleken dat de in 2005 nabetaalde straaltoeslag in het refertejaar 2004 tevens niet-inbaar was en dat er ook overigens onvoldoende grond bestaat voor de conclusie dat het Uwv het dagloon onjuist heeft vastgesteld. 3. Appellant heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd, voor zover de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand heeft gelaten. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1. Zoals uit artikel 13, eerste lid, van de WIA en artikel 2, eerste lid, van het Besluit blijkt, is uitgangspunt bij de vaststelling van het dagloon, waarnaar een uitkering op grond van de WIA wordt berekend, het loon dat de verzekerde volgens opgave van zijn werkgever daadwerkelijk heeft genoten in de voor hem van toepassing zijnde referteperiode. 4.2. De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat de vaststelling van het dagloon conform het in 4.1 gestelde heeft plaatsgevonden. Het Uwv is terecht uitgegaan van het loon dat appellant in het refertejaar van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 heeft genoten/ontvangen en door de werkgever aan het Uwv als premieplichtig loon is opgegeven. Daarbij is terecht de na het refertejaar in 2005 nabetaalde straaltoeslag ad € 448,50 buiten de berekening gelaten. 4.3. Een beroep op artikel 2, vierde lid, van het Besluit kan niet slagen. In dit lid is geregeld dat onder loon mede wordt begrepen het loon waarvan de werknemer aantoont dat dit in het refertejaar vorderbaar maar tevens niet-inbaar is geworden. 4.4. Met de rechtbank moet de Raad vaststellen dat appellant niet heeft aangetoond dat de eerst in 2005 nabetaalde straaltoeslag in 2004 niet-inbaar was. De door appellant in hoger beroep dienaangaande overgelegde brief aan zijn werkgever van 23 maart 2005 kan daar niet aan af doen, nu de vordering ter zake van het alsnog betalen van de straaltoeslag niet ziet op de over de referteperiode niet betaalde toeslag en eerst in maart 2005 is ingesteld. 4.5. Gezien het voorgaande kan het hoger beroep niet slagen, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten dient te worden bevestigd. 5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en L.J.A. Damen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2009. (get.) B.J. van der Net. (get.) C. de Blaeij. OA