Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH1371

Datum uitspraak2009-01-20
Datum gepubliceerd2009-01-29
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Amsterdam
Zaaknummers106.011.426/01 NOT
Statusgepubliceerd
SectorNotariskamer


Indicatie

Afwikkeling van een boedel. De notaris heeft laakbaar gehandeld.


Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 20 januari 2009 in de zaak onder nummer 106.011.426/01 NOT van: [A], wonende te [plaats], APPELLANTE, gemachtigde: mr. W.C.G.M. van Hoof, t e g e n MR. [X], notaris te [plaats], GEÏNTIMEERDE. 1. Het geding in hoger beroep 1.1. Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst het hof naar de tussenbeslissing van 26 juni 2008. Bij die beslissing heeft het hof de behandeling van de zaak aangehouden om klaagster in de gelegenheid te stellen het hof een aantal goederen, die in haar visie representatief zijn voor hetgeen klaagster heeft gesteld, te tonen, zoals bijvoorbeeld de goederen die te zien zijn op foto’s die klaagster heeft overgelegd. Voorts heeft het hof bepaald dat de notaris in de gelegenheid zal worden gesteld te reageren op hetgeen door klaagster zal worden getoond. 1.2. De voortgezette behandeling van de zaak heeft plaats gevonden ter openbare terechtzitting van het hof van 28 augustus 2008, alwaar klaagster, haar gemachtigde en de notaris zijn verschenen. Zij hebben allen het woord gevoerd. 2. De goederen die klaagster het hof ter terechtzitting heeft getoond naar aanleiding van de tussenbeslissing Klaagster heeft aan de hand van productie 9 – bij brief van 6 maart 2008 door klaagster in het geding gebracht – het hof een aantal goederen, zestien in getal, getoond. Het hof heeft vastgesteld dat de staat van de getoonde goederen dezelfde, althans nagenoeg dezelfde was als die waarin zij zich op de overgelegde foto’s bevonden. 3. De reactie van de notaris hierop De notaris heeft betoogd de door klaagster getoonde goederen niet te herkennen. De getoonde goederen zaten volgens hem niet in de zakken die onder zijn toezicht zijn ingepakt. De instructie die hij had gegeven aan zijn medewerkers luidde: “Bij twijfel bewaren”. In dat verband heeft hij tevens gesteld dat de goederen die hij ter terechtzitting heeft gezien geen enkele waarde vertegenwoordigden. De stellige mening van de notaris is dat er met de foto’s is gemanipuleerd en dat klaagster de goederen heeft toegevoegd op een later tijdstip. De notaris biedt bewijs aan van deze stelling, maar beroept zich tegelijkertijd op zijn geheimhoudingsplicht, aangezien door het doorbreken van de geheimhouding derde(n) zullen worden geschaad. 4. De beoordeling 4.1. Het hof is van oordeel dat de notaris onvoldoende supervisie heeft betracht bij de opruiming van de woning van de ouders van klaagster. Uit de staat van de goederen die klaagster het hof heeft getoond, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat een groot aantal goederen waarvan kenbaar was dat deze voor klaagster mogelijk van grote (emotionele) waarde waren, in vuilniszakken is gestopt zonder daaraan verder aandacht te besteden. Vervolgens zijn de zakken in de open lucht gedeponeerd waardoor een aantal van deze goederen waterschade heeft opgelopen door regen. De notaris had dit dienen te voorkomen. Het verweer van de notaris dat hij bij de opruiming van de woning van de ouders van klaagster aanwezig is geweest komt het hof onwaarschijnlijk voor. Uit de nota van 26 juni 2007 blijkt immers niet dat de desbetreffende werkzaamheden door twee van zijn werkneemsters in zijn aanwezigheid zijn verricht, zodat het hof er van moet uitgaan dat van die aanwezigheid geen sprake is geweest. De beide door de notaris overgelegde schriftelijke verklaringen van deze werkneemsters doen daaraan niet af. De klacht van klaagster op dit onderdeel is dan ook gegrond. 4.2. Het verwijt van klaagster dat door toedoen van de notaris de tot de nalatenschap van haar ouders behorende woning ongeveer een maand onverzekerd is geweest en dat, afgezien van de betaling van de premie voor de opstalverzekering, ook diverse andere (automatische) betalingen niet tijdig hebben plaatsgevonden, treft eveneens doel. Klaagster heeft eerst op 28 april 2007 haar volmacht aan de notaris ingetrokken en dat betekent dat de notaris een verwijt treft van het onbetaald zijn van rekeningen die vóór die datum betaald hadden moeten zijn. De notaris heeft dienaangaande weliswaar gesteld dat klaagster reeds een maand eerder – mondeling – haar volmacht had ingetrokken maar de notaris heeft die stelling niet nader onderbouwd en ook geen verklaring gegeven voor het feit dat hij die eerdere intrekking van de volmacht, anders dan in de rede lag, niet schriftelijk aan klaagster heeft bevestigd. Dit klachtonderdeel is eveneens gegrond. 4.3. De notaris heeft nog bewijs aangeboden van zijn stelling dat de door klaagster overgelegde foto’s “gemanipuleerd” zouden zijn en dat zij de goederen op een later tijdstip zou hebben toegevoegd. Vervolgens heeft de notaris zich beroepen op zijn geheimhoudingsplicht. Het hof leidt uit dit een en ander af dat de notaris zijn bewijsaanbod niet wenst te handhaven, zodat verdere behandeling van dit aanbod achterwege kan blijven. 4.4. Het hof komt op grond van het vooroverwogene tot de conclusie dat de notaris laakbaar heeft gehandeld bij de afwikkeling van de boedel en wel dermate laakbaar dat het hof de maatregel van waarschuwing passend en geboden acht. Nu het hof tot een ander oordeel is gekomen dan de kamer, kan de beslissing van de kamer niet in stand blijven. 4.5. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven. 4.6. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. 5. De beslissing Het hof: - vernietigt de beslissing van de kamer, en, opnieuw rechtdoende: - verklaart de klacht gegrond en legt aan de notaris de maatregel van waarschuwing op; - wijst af het meer of anders verzochte. Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.M.A. Verscheure en P. Blokland en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 20 januari 2009 door de rolraadsheer. DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT MAASTRICHT De kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen voormeld heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van: MW. [A], wonende te [plaats], hierna te noemen: klaagster, tegen: MR. [X], notaris te [plaats], hierna te noemen: de notaris. 1. Het verloop van de procedure Bij schrijven van 18 april 2007, met bijlage, heeft klaagster een klacht ingediend tegen de notaris. Bij schrijven van 3 mei 2007, met bijlagen, heeft de notaris op de klacht gereageerd. Bij brief van 22 mei 2007 heeft klaagster haar klacht uitgebreid en foto’s overgelegd. Bij brief van 6 juni 2007 heeft klaagster nog twee getuigenverklaringen toegezonden. Op 14 juni 2007 heeft de kamer de klacht behandeld in aanwezigheid van klaagster en de notaris. Als toehoorder was aanwezig de heer De Jong. Ter zitting heeft klaagster enkele spullen afkomstig uit de inboedel getoond. Ter zitting heeft de notaris de verklaringen van twee medewerkers van zijn kantoor overgelegd. Na afloop van de behandeling is partijen medegedeeld dat zij binnen vier weken de beslissing van de kamer tegemoet kunnen zien. 2. De vaststaande feiten Op 25 januari 2007 heeft de gedeeltelijke boedelverdeling plaatsgevonden betreffende de nalatenschap van de klaagsters ouders, de heer en mevrouw [B] te [plaats] met klaagster en haar zus mevrouw [C] als enige overblijvende erfgenamen. Een gedeelte van de inboedel is in een aantal vuilniszakken gedeponeerd. De woning aan de [adres] te [plaats] en de sieraden zijn dan nog niet verdeeld. Vanaf 12 februari 2007 kon klaagster over die vuilniszakken beschikken. Bij schrijven d.d. 29 maart 2007 aan de erven van de heer en mevrouw [B] te [plaats] waarschuwt de ABN AMRO-bank d.d. 29 maart 2007 de erven dat de premies voor de betreffende de pakketverzekering aangaande het pand [adres] te [plaats] niet kunnen worden afgeschreven waardoor het pand dreigt onverzekerd te geraken. Bij schrijven van 8 mei 2007 heeft de notaris aan klaagster bericht dat zij per ommegaande zelf zorg diende te dragen voor betaling aan ANB AMRO, Waterschap Roer- en Overmaze, Essent en de gemeente [plaats]-[plaats], nu zij zijn volmachten tot verdere boedelafwikkeling had ingetrokken. 3. De inhoud van de klacht en de reactie van de notaris daarop 3.1 De klacht houdt - zakelijk weergegeven - in, dat door (medewerkers van het kantoor van) de notaris respectloos gehandeld is met de inboedel uit de nalatenschap van de ouders van klaagster. Bij het verdelen van de inboedel op 25 januari 2007 zijn ongeveer 40 vuilniszakken door (medewerkers van het kantoor van) de notaris op een hofje buiten het huis gedeponeerd. De inhoud van de vuilniszakken is door de notaris als afval betiteld. Pas vanaf 12 februari 2007 kon klaagster over de vuilniszakken beschikken. Tot haar verbijstering bleken in bijna alle vuilniszakken de meest persoonlijke en emotionele eigendommen van zowel ouders, grootouders en andere overleden familieleden te zitten. Door plaatsing van bedoelde vuilniszakken op het hofje is voornamelijk door waterschade behoorlijk veel van de spullen beschadigd en zelfs totaal vernietigd. Ter adstruering van haar standpunt heeft klaagster ter zitting enkele spullen getoond die volgens haar in de bedoelde vuilniszakken hadden gezeten. Ook verwijt klaagster de notaris dat door zijn toedoen, namelijk het opzeggen van de privé-rekening van de erven in voornoemde nalatenschap bij de ABN AMRO bank, het pand ongeveer 1 maand totaal onverzekerd is geweest en diverse automatische betalingen geen doorgang hebben kunnen vinden. 3.2 De notaris heeft tegen de klacht gemotiveerd verweer gevoerd waartoe onder meer wordt verwezen naar zijn verweerschrift van 3 mei 2007. Nadat de notaris aan SRK, de rechtsbijstandsverzekering van klaagster, aan klaagster en de tweede erfgename, zijnde klaagsters zus, de gebruikelijke verdelingsmethode van de inboedelgoederen had voorgesteld is hij op 25 januari 2007 overgegaan tot de daadwerkelijke verdeling van de inboedelgoederen. Op uitdrukkelijk verzoek van klaagster is geen container besteld voor de afvoer van waardeloze zaken, maar zijn alle waardeloze zaken in vuilniszakken gestopt die klaagster dan mocht meenemen. Daarbij is geen enkele, objectief gezien, emotionele of andere waarde hebbende zaak in vuilniszakken gestopt. Vervolgens heeft het meer dan 2 maanden geduurd voordat klaagster de haar toebedeelde zaken is komen ophalen. De notaris benadrukt nogmaals dat op het moment dat de vuilniszakken met inhoud buiten gezet zijn, er geen zaken van enigerlei waarde in zaten. De spullen die klaagster ter zitting heeft getoond hebben absoluut zeker niet in een van de vuilniszakken gezeten die door (medewerkers van) de notaris op 25 januari 2007 zijn gevuld. Door het herroepen van de volmachten door klaagster is het huis en zijn de sieraden nog niet in de verdeling betrokken / c.q. in de verkoop gebracht en is betaling van openstaande en komende rekeningen niet meer mogelijk. Ter gedeeltelijke betaling van het verschuldigde successierecht is de rekening-courant bij de ABN AMRO opgeheven; de rest is bij voorschot door het kantoor van de notaris betaald. Op de notaris rust de verplichting om de rekeningen van de erflater op te heffen en de gelden op de derdengeldrekening ten behoeve van de erven bij te schrijven zodat van die rekening de betalingen verricht kunnen worden. Als klaagster vervolgens haar volmacht intrekt is de notaris niet langer bevoegd om uitbetalingen te doen, hetgeen hij ook bij schrijven van 8 mei 2007 aan klaagster heeft medegedeeld. 4. De beoordeling van de klacht 4.1 Klaagster verwijt de notaris dat door (medewerkers van het kantoor van) de notaris respectloos gehandeld is met de inboedel uit de nalatenschap van de ouders van klaagster door bij het verdelen van de inboedel op 25 januari 2007 zijn ongeveer 40 vuilniszakken buiten het huis te deponeren met als gevolg waterschade. Klaagster stelt dat daardoor waardevolle spullen die in die vuilniszakken zaten, beschadigd c.q. vernietigd zijn. Daartegenover staat dat de notaris uitdrukkelijk betwist dat door (medewerkers van het kantoor van) de notaris op 25 januari 2007 spullen van enigerlei waarde in de vuilniszakken zijn gestopt. Over de door klaagster ter zitting getoonde spullen die zij uit bedoelde vuilniszakken zou hebben gehaald verklaart de notaris dat bedoelde spullen absoluut zeker niet door (medewerkers van het kantoor van) de notaris in die vuilniszakken gestopt zijn. De door klaagster overgelegde getuigenverklaringen dienaangaande staan hier haaks op de door de notaris overgelegde verklaringen. Naar het oordeel van de kamer is dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat spullen van enigerlei emotionele dan wel andere waarde door (medewerkers van het kantoor van) de notaris op 25 januari 2007 in bedoelde vuilniszakken zijn gestopt. De klacht dient dan ook ongegrond te worden verklaard. 4.2 Klaagster verwijt de notaris tevens dat door zijn toedoen het pand ongeveer 1 maand totaal onverzekerd geweest is en diverse automatische betalingen geen doorgang hebben kunnen vinden. De notaris had namelijk de privé-rekening van de erven in voornoemde nalatenschap bij de ABN AMRO opgezegd. Op de notaris rust de verplichting om de privé-rekeningen van de erflaters zo spoedig mogelijk op te heffen en die gelden op de derdengeldrekening ten behoeve van de erven bij te schrijven zodat van die rekening de betalingen ten behoeve van de nalatenschap verricht kunnen worden. Om betalingen te kunnen uitvoeren dient de notaris door de erfgenamen bevoegd verklaard te zijn via een volmacht. Indien een van de erfgenamen, in dit geval klaagster, vervolgens de volmacht intrekt is de notaris niet langer bevoegd. Hier treft de notaris derhalve geen verwijt, temeer nu hij bij schrijven van 8 mei 2007 klaagster uitgebreid op de hoogte gebracht heeft hoe zij diende te handelen na het intrekken van de volmachten. 5. De beslissing De kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen in het arrondissement Maastricht: - verklaart de klachten tegen de notaris ongegrond. Aldus gegeven te Maastricht op 19 juli 2007 door mr. J.J.Ph. Bergmans, plaatsvervangend voorzitter, mr. J.H.M. Verjans, plaatsvervangend kroonlid en mr. C.L.J.R. Douven, kroonlid, mr. C.J. Leussink, notarislid, en mr. P.J.N.T. Zeestraten, plaatsvervangend notarislid, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. P.Chr.H.M. Geurts, secretaris.