
Jurisprudentie
BH1093
Datum uitspraak2009-01-19
Datum gepubliceerd2009-01-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200808544/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2009-01-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200808544/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 8 oktober 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel (hierna: het college) een melding van [vergunninghoudster] voor een verandering van de inrichting aan de [locatie] te [plaats] geaccepteerd.
Uitspraak
200808544/1.
Datum uitspraak: 19 januari 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 8 oktober 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel (hierna: het college) een melding van [vergunninghoudster] voor een verandering van de inrichting aan de [locatie] te [plaats] geaccepteerd.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 november 2008, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 januari 2009, waar het college, vertegenwoordigd door T. Pijnacker, ambtenaar in dienst van de gemeente, is verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door mr. E. Wiarda en [gemachtigde], als partij gehoord. [verzoeker] is niet ter zitting verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Aan [vergunninghoudster] is op 11 juni 1996 een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een timmerfabriek met een verfspuiterij.
2.2. De melding heeft betrekking op het vergroten van een schiphuis, het plaatsen van een overkapping en het verplaatsen van een zeecontainer en een houtopslagloods.
2.3. Ingevolge artikel 8.19, eerste lid, van de Wet milieubeheer geldt een voor een inrichting verleende vergunning tevens voor veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan die niet in overeenstemming zijn met de voor de inrichting verleende vergunning of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften, maar die niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die de inrichting ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken, onder de voorwaarde dat:
a. deze veranderingen niet leiden tot een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend;
b. het voornemen tot het uitvoeren van de verandering door de vergunninghouder schriftelijk overeenkomstig de krachtens het zevende lid, onder a, gestelde regels aan het bevoegd gezag is gemeld, en
c. het bevoegd gezag aan de vergunninghouder schriftelijk heeft verklaard dat de voorgenomen verandering voldoet aan de aanhef en onderdeel a en de verandering naar zijn oordeel geen aanleiding geeft tot toepassing van de artikelen 8.22, 8.23 of 8.25.
2.4. Het verzoek van [verzoeker] richt zich tegen de overkapping. De overkapping heeft een oppervlakte van ongeveer 200 m² en is 5 meter hoog.
2.5. [verzoeker] vreest voor waardevermindering van zijn woning door de overkapping. Dit betreft echter geen gevolg voor het milieu in de zin van artikel 8.19, eerste lid, van de Wet milieubeheer en biedt daarom geen grond voor schorsing van het bestreden besluit.
2.6. [verzoeker] vreest voorts voor onder meer geluidhinder ten gevolge van de overkapping.
2.6.1. Het college stelt zich op het standpunt dat door de verandering de in de onderliggende vergunning gestelde grenswaarden voor geluid niet zullen worden overschreden. Het college verwijst daarbij naar een akoestisch onderzoek van Oranjewoud van 31 oktober 2007.
2.6.2. Naar het oordeel van de Voorzitter is niet zonder meer duidelijk dat de overkapping wat betreft de geluidhinder niet zal leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan de inrichting ingevolge de geldende vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het overgelegde akoestisch onderzoek geen betrekking heeft op de overkapping. Ook anderszins is geen duidelijkheid gegeven over het effect van de overkapping op de geluidbelasting.
Reeds hierom bestaat aanleiding voor schorsing van het bestreden besluit.
2.7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel van 8 oktober 2008, kenmerk Wet milieubeheer-nummer 30-08, voor zover het de overkapping betreft, tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaarschrift, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;
II. gelast dat de gemeente Wymbritseradiel aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.
w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Duursma
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2009
378.