Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH0989

Datum uitspraak2009-01-16
Datum gepubliceerd2009-01-27
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/6067 WSF
Statusgepubliceerd


Indicatie

Ouderbijdrage: het gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders is maatgevend bij de vaststelling van de ouderlijke bijdrage. Met bestedingen van het inkomen kan bij het vaststellen van de ouderlijke bijdrage geen rekening worden gehouden.


Uitspraak

07/6067 WSF Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 september 2007, 07/246 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep). Datum uitspraak: 16 januari 2009 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2008. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. P.E. Merema. II. OVERWEGINGEN 1.1. Bij besluit van 16 oktober 2006 heeft de IB-Groep de veronderstelde ouderlijke bijdrage van appellant ten behoeve van zijn dochter Keheily over 2007 vastgesteld. 1.2. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 oktober 2006 is bij besluit van 5 januari 2007 ongegrond verklaard. 2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van 5 januari 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe onder meer overwogen dat op grond van het bepaalde in artikel 3.9 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) slechts het gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders maatgevend is bij de vaststelling van de ouderlijke bijdrage. Met bestedingen van het inkomen kan bij het vaststellen van de ouderlijke bijdrage geen rekening worden gehouden. De rechtbank heeft voorts overwogen dat van een in rechte afdwingbare verplichting om de veronderstelde ouderlijke bijdrage af te dragen geen sprake is. Appellant is dus niet verplicht dit bedrag aan zijn dochter te betalen. De vaststelling van de ouderlijke bijdrage is bedoeld om het recht op en de hoogte van een aanvullende beurs van het studerende kind te kunnen bepalen. 3. In hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak heeft appellant aangevoerd dat hij de vastgestelde ouderlijke bijdrage niet kan betalen vanwege de vele schulden die hij heeft. 4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de hiervoor weergegeven grief van appellant afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd dat daarin geen grond is gelegen om het besluit van 5 januari 2007 rechtens onjuist te achten. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig. 4.2. Het hoger beroep slaagt derhalve niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. 4.3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en J. Brand en R.P.Th. Elshoff als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2009. (get.) G. van der Wiel. (get.) A.C. Palmboom. TM