Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH0979

Datum uitspraak2009-01-16
Datum gepubliceerd2009-01-27
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/107 WSF
Statusgepubliceerd


Indicatie

Niet verschoonbare termijnoverschrijding. Ziekte van haar gemachtigde.


Uitspraak

08/107 WSF Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 november 2007, 07/732 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep). Datum uitspraak: 16 januari 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft A.V. Verweij, registeraccountant te Eindhoven, hoger beroep ingesteld. De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2008. Appellante is verschenen bij haar gemachtigde. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. P.E. Merema. II. OVERWEGINGEN 1. Bij brief van 27 april 2007 heeft A.V. Verweij namens appellante beroep ingesteld tegen het door de IB-Groep ten aanzien van appellante genomen besluit van 19 februari 2007. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege onverschoonbare overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank heeft -kort samengevat- het beroep van appellante op overmacht wegens ziekte van haar gemachtigde verworpen en heeft gewezen op vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie, waaronder de uitspraak van de Raad van 28 februari 2006 (LJN AW1564), volgens welke het handelen en/of nalaten van een gemachtigde wordt toegerekend aan diens cliƫnt. 3. Appellante heeft zich niet kunnen verenigen met het oordeel van de rechtbank. Hetgeen daartoe in hoger beroep is aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen in beroep namens appellante is aangevoerd, met dien verstande dat in aanvulling daarop ter zitting nog de stelling is betrokken dat het belang van appellante bij het besluit van 19 februari 2007 dermate groot is dat dit dient te leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. 4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de -in hoger beroep herhaalde- grieven van appellante afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grieven niet kunnen slagen. De Raad voegt hier aan toe dat bij de beoordeling van de al dan niet verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, hetgeen voorafgaat aan en geheel los staat van de inhoudelijke beoordeling van de zaak, geen ruimte bestaat voor het maken van een belangenafweging. 4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 4.3. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en J. Brand en R.P.Th. Elshoff als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2009. (get.) G. van der Wiel. (get.) A.C. Palmboom. TM