Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH0752

Datum uitspraak2009-01-20
Datum gepubliceerd2009-01-23
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers10/700027-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Openlijke geweldpleging tegen personen door uit een rijdende auto met vuurwapen in de lucht te schieten. Vrijspraak van medeplegen poging tot moord c.q doodslag, nu niet onomstotelijk kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij is geraakt door een uit de auto afgevuurde kogel. Vordering benadeelde partij afgewezen.


Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM Sector strafrecht Parketnummer: 10/700027-08 Datum uitspraak: 20 januari 2009 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres: [adres en woonplaats], ten tijde van het onderzoek preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Rijnmond, Huis van Bewaring ‘De Schie’ te Rotterdam, raadsman mr. O.E. de Jong, advocaat te Utrecht. ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 en 12 december 2008 en op 6 januari 2009. TENLASTELEGGING Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. Het ten laste gelegde komt er op neer dat: Primair: De verdachte samen met anderen heeft geprobeerd [benadeelde partij] te vermoorden dan wel opzettelijk van het leven te beroven door met een of meer vuurwapen(s) kogels of voorwerp(en) in de richting van die [benadeelde partij] af te vuren waarbij die [benadeelde partij] door een kogel of een rond voorwerp in het hoofd is geraakt. Subsidiair: De verdachte als bijrijder in de auto van waaruit later op die [benadeelde partij] is geschoten medeverdachten behulpzaam is geweest bij voornoemde poging tot moord c.q doodslag, door een of meer vuurwapens bij zich te dragen, een gewapende medeverdachte te laten instappen, af te spreken dat vanuit de auto geschoten zou gaan worden, de auto langs die [benadeelde partij] te laten rijden, het raam aan zijn zijde van de auto te laten zakken en zodoende aan medeverdachten de mogelijkheid te bieden om op die [benadeelde partij] te schieten. Meer subsidiair: De verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen {benadeelde partij] en/of andere personen door met een of meer vuurwapen(s) uit een rijdende auto op die [benadeelde partij] en/of andere personen te schieten waarbij die [benadeelde partij] door een kogel of een rond voorwerp in het hoofd is geraakt. EIS OFFICIER VAN JUSTITIE De officier van justitie mr. Flikweert heeft gerekwireerd tot: - bewezenverklaring van het primair, impliciet primair ten laste gelegde (medeplegen van poging tot moord); - veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van voorarrest. VRIJSPRAAK De onder primair, impliciet primair ten laste gelegde poging tot moord is anders dan door de officier van justitie is gesteld, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Niet onomstotelijk kan worden vastgesteld uit welke richting het voorwerp (hier na te noemen ‘kogel’) is afgevuurd dat [benadeelde partij] in het hoofd heeft geraakt. Dit impliceert dat niet kan worden vastgesteld dat [benadeelde partij] is geraakt door een kogel die is afgevuurd vanuit de rijdende auto waarin de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zich tijdens het schietincident hebben bevonden. Evenmin kan worden vastgesteld met welk wapen op [benadeelde partij] is geschoten. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ontkennen te hebben geschoten. De verdachte en [medeverdachte 1] zeggen weliswaar te hebben geschoten, maar zij hebben uitdrukkelijk verklaard uitsluitend met een vuurwapen type Browning kaliber 7.65 mm in de lucht te hebben geschoten. Een dergelijk vuurwapen is op aanwijzing van de verdachte gevonden. Door wie van de verdachten dit vuurwapen is gebruikt, kon niet worden vastgesteld. Op de plaats delict zijn drie hulzen van het kaliber 7.65 mm aangetroffen. Onderzoek heeft uitgewezen dat de kogel die in het hoofd van genoemde [benadeelde partij] is geschoten rond van vorm is en een diameter van 6 mm heeft. Een dergelijke kogel past niet bij patronen van het kaliber 7.65 mm Browning. Een wapen waarmee een kogel van 6 mm kan worden verschoten is niet bij de verdachte of bij een van de medeverdachten aangetroffen. Verder is relevant dat noch op basis van de diverse getuigenverklaringen noch anderszins de schietbaan van het projectiel dat [benadeelde partij] heeft geraakt is vastgesteld. Daar komt bij dat op grond van getuigenverklaringen niet kan worden uitgesloten dat tijdens het schietincident ook door een ander dan de verdachte en/of de medeverdachten met een vuurwapen is geschoten waarbij [benadeelde partij] is getroffen. Uit verklaringen van getuigen blijkt onder meer dat tijdens het schietincident veel mensen op de plaats delict aanwezig waren en vele schoten zijn gehoord. Uit het dossier blijkt dat [getuige 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij zich droeg. Bovendien blijkt uit de verklaring van onder meer de getuige [getuige 2] dat één of meer van de daar aanwezige personen een vuurwapen voorhanden heeft of hebben gehad. Gelet op het vorenstaande is het onder primair impliciet subsidiair ten laste gelegde medeplegen van poging tot doodslag van [benadeelde partij] en de onder subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan moord of doodslag evenmin wettig en overtuigend bewezen zodat de verdachte ook daarvan dient te worden vrijgesproken. BEWIJSMOTIVERING EN BEWEZENVERKLARING Van het volgende wordt uitgegaan: In de nacht van 30 december 2007 is de verdachte met onder meer zijn twee broers [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar een industrieterrein te Rhoon, gemeente Albrandswaard gereden, alwaar een straatrace gehouden zou worden. Zij reden in de auto van medeverdachte [medeverdachte 2]. Toen zij op het industrieterrein aankwamen, hebben zij de auto in de Abel Tasmanstraat geparkeerd en zijn zij uit de auto gestapt. Even later waren zij getuige van een ruzie tussen twee personen. Daarbij is op een gegeven moment door een persoon genaamd [getuige 1] een vuurwapen of een neppistool getoond. Kort daarop zou volgens medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]die [getuige 1] met een vuurwapen dreigend op de verdachte en zijn twee broers zijn afgerend. Daarop is de verdachte samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]in de auto van [medeverdachte 2] gestapt en zijn zij weggereden. Direct hierna heeft [medeverdachte 3]medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld. [medeverdachte 3]vertelde [medeverdachte 1]over de ruzie en vroeg aan hem of hij een vuurwapen had. Hierop heeft [medeverdachte 1]zijn vuurwapen gepakt. Even later werd hij door de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]opgehaald. Vervolgens zijn zij met zijn vieren naar de woning van de verdachte gereden, alwaar hij zijn vuurwapen en munitie heeft gepakt. Daarna zijn zij gezamenlijk terug naar het industrieterrein gereden. [medeverdachte 2] zat achter het stuur, de verdachte had op de bijrijderstoel plaatsgenomen, terwijl [medeverdachte 1]en [medeverdachte 3]op de achterbank zaten. Tijdens de autorit hebben de verdachte en de medeverdachten besproken dat zij in de lucht zouden gaan schieten om indruk te maken en te laten zien dat zij ook wapens hadden. Toen zij op het industrieterrein waren gearriveerd, heeft de verdachte zijn vuurwapen doorgeladen en één keer in de lucht geschoten om het wapen te testen. Vervolgens zijn zij langzaam rijdend en met een of meer geopende voorportierramen de Willem Barentzstraat op gereden richting het kruispunt met de Abel Tasmanstraat. Ter hoogte van voormeld kruispunt hebben verdachte en zijn medeverdachte Juan, in directe nabijheid van het daar aanwezige publiek, vanuit de auto een aantal malen in de lucht geschoten. Gelet op het bovenstaande is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 30 december 2007 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, op de openbare wegen, Willem Barentszstraat en Abel Tasmanstraat, , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, welk geweld bestond uit het - dreigend met een auto (met lage snelheid en een of meer geopende ramen), rijden en - vervolgens vanuit deze rijdende auto met een of meer vuurwapen(s) schieten/afvuren van een of meer kogels. Hetgeen hierboven ten aanzien van de vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde is overwogen leidt tot de conclusie dat niet kan worden bewezen dat [benadeelde partij] ten gevolge van de door de verdachte en zijn medeverdachten gepleegde openlijke geweldpleging gewond is geraakt. De verdachte zal dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. STRAFBAARHEID FEIT Het bewezen feit levert op: Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Het feit is strafbaar. STRAFBAARHEID VERDACHTE De verdachte is strafbaar. STRAFMOTIVERING De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, zoals in de bewezenverklaring nader omschreven, door samen met anderen meermalen met een vuurwapen uit een auto te schieten. Het schietincident vond plaats op de openbare weg in de nabijheid van publiek dat naar een straatrace was komen kijken. Deze mensen werden daardoor met een schietpartij geconfronteerd en belandden in een levensgevaarlijke situatie. Het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten, dat slechts was ingegeven door de behoefte om indruk te maken op anderen, getuigt van een geringschatting van de lichamelijke integriteit van die anderen en willekeurige omstanders. Dit is een ernstig feit dat gezien zijn aard tot de ernstigste vorm van openlijk geweld gerekend moet worden. Alleen een gevangenisstraf van na te melden duur vormt een passende reactie. Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 10 maart 2008 reeds eerder is veroordeeld voor openlijke geweldpleging. Teneinde de verdachte te stimuleren zich in de toekomst niet opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit, zal de rechtbank aan de verdachte een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijke opleggen. Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht. VORDERING BENADEELDE PARTIJ Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], wonende te [adres en woonplaats]. De benadeelde partij vordert vergoeding van (im-)materiële schade tot een bedrag van € 39.466,04. De vordering zal worden afgewezen, nu niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit. Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden afgewezen zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 141 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING De rechtbank: - verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; - verklaart bewezen, dat de verdachte het onder meer subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; - verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij; - stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit; - verklaart de verdachte strafbaar; - veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 (vier) jaren; - bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten; - stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren; de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt; - wijst de vordering van de benadeelde partij af; - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdedi¬ging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil. Dit vonnis is gewezen door: mr. Van der Groen, voorzitter, en mrs. Van der Laan-Kuijt en Hamaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Bernard, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 januari 2009. Bijlage bij vonnis van 20 januari 2009: TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 30 december 2007 te Rhoon (gemeente Albrandswaard) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [benadeelde partij] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, - met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogels, althans een of meer voorwerpen (in de richting van die [benadeelde partij]) heeft geschoten/afgevuurd en/of - (daarbij) met een vuurwapen een kogel, althans een (rond) voorwerp in het hoofd van die [benadeelde partij] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (Art. 289/287 jo 45 jo 47 Wetboek van Strafrecht) Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of J.J. [medeverdachte 1] op of omstreeks 30 december 2007 te Rhoon, gemeente Albrandswaard ter uitvoering van het door voornoemde perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [benadeelde partij] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, - met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogels, althans een of meer voorwerpen, (in de richting van die [benadeelde partij]) heeft/hebben geschoten/afgevuurd en/of - (daarbij) met een vuurwapen een kogel, althans een (rond voorwerp) in het hoofd van die [benadeelde partij] heeft/hebben geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 december 2008 te Rotterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door - als bijrijder in de auto van [medeverdachte 2], aan [medeverdachte 1] de gelegenheid te bieden/geven om achterin voornoemde auto plaats te nemen, in de wetenschap dat die [medeverdachte 1] een of meer vuurwapens bij zich droeg en/of - als bijrijder in de auto van [medeverdachte 2], zelf een of meer vuurwapens bij zich te dragen, althans voorhanden te hebben en/of - (vervolgens) (daarbij) te bespreken/af te spreken dat er met een of meer vuurwapens vanuit de auto geschoten zou gaan worden en/of - zich (vervolgens) (samen met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 1]) in voornoemde auto, (met lage snelheid) in de richting van en/of naar en/of langs die [benadeelde partij] te laten rijden en/of - (vervolgens) (daarbij) het raam aan de bijrijderszijde van voornoemde auto open te draaien en/of te laten zakken en/of - (vervolgens) (daarbij) aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] de mogelijkheid te bieden om vanuit voornoemde auto door het geopende (bijrijders)raam, met een of meer vuurwapens meermalen, althans eenmaal, in de richting van en/of op die [benadeelde partij] te schieten; (Art. 289 jo 45 jo 48 Wetboek van Strafrecht) meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 30 december 2007 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, op of aan de openbare weg(en), Willem Barentszstraat en/of Abel Tasmanstraat, in elk geval op of aan (een) openbare weg(en), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij] en/of één of meer andere personen, welk geweld bestond uit het - (dreigend) met een auto (met lage snelheid en/of een of meer geopende ramen), in de richting van en/of naar en/of langs die [benadeelde partij] rijden en/of - (vervolgens) vanuit deze (rijdende) auto met een of meer vuurwapen(s) schieten/afvuren van een of meer kogels, althans een of meer voorwerpen (in de richting van die [benadeelde partij]) en/of - (daarbij) met een vuurwapen schieten van een kogel, althans een rond voorwerp in het hoofd van die [benadeelde partij]; (Art. 141 Wetboek van Strafrecht)