Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH0450

Datum uitspraak2009-01-16
Datum gepubliceerd2009-01-21
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200807803/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 9 september 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Dirksland (hierna: de raad) bij besluit van 24 januari 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Parc Clinckerlandt".


Uitspraak

200807803/2. Datum uitspraak: 16 januari 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 9 september 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Dirksland (hierna: de raad) bij besluit van 24 januari 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Parc Clinckerlandt". Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 oktober 2008, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 oktober 2008, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] heeft een nader stuk ingediend. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 januari 2009, waar het college, vertegenwoordigd door ing. E. Schepers, ambtenaar in dienst van de provincie Zuid-Holland, is verschenen. Voorts is ter zitting de raad, vertegenwoordigd door drs. J.L. Damen, werkzaam bij RBOI Rotterdam B.V., als partij gehoord. 2. Overwegingen 2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Het bestemmingsplan heeft ten doel het realiseren van een recreatiepark met zestien luxe recreatiewoningen en een beheerderswoning aan de oostzijde van Herkingen. 2.3. [verzoeker], die woont in een aan het plangebied grenzende straat, stelt dat het college het plan ten onrechte heeft goedgekeurd. Hij beoogt met zijn verzoek onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan te voorkomen. Hij voert onder meer aan dat onvoldoende behoefte bestaat aan luxe bungalows, dat de bestaande verkeersproblemen in de omgeving zullen toenemen en dat verlies van vrij uitzicht zal ontstaan. 2.4. Ter zitting is van de zijde van de raad gesteld dat nog geen bouwaanvraag voor de recreatiewoningen en de beheerderswoning is ingediend en dat de ontwikkelaar van het gebied te kennen heeft gegeven de uitkomst in de bodemprocedure te willen afwachten. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat geen sprake is van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Hij ziet daarom aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. Daarbij wijst hij er nog op dat, indien vóór de zitting in de bodemprocedure het nemen van een besluit op een aanvraag om bouwvergunning kan worden voorzien, de mogelijkheid bestaat wederom een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. 2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat. w.g. Hoekstra w.g. Bechinka voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2009 371.