Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH0439

Datum uitspraak2009-01-15
Datum gepubliceerd2009-01-21
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200809104/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 25 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (hierna: het college) vrijstelling verleend voor het bouwrijp maken van de eerste fase van Dalmeden.


Uitspraak

200809104/2. Datum uitspraak: 15 januari 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bovest Grondexploitatie B.V. en anderen, gevestigd te Hengelo, verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 8 december 2008 in zaak nr. 08/509 in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bovest Grondexploitatie B.V. en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Hengelo. 1. Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (hierna: het college) vrijstelling verleend voor het bouwrijp maken van de eerste fase van Dalmeden. Bij uitspraak van 8 december 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Almelo het door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bovest Grondexploitatie B.V. en anderen (hierna: Bovest B.V. en anderen) daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben Bovest B.V. en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2008, hoger beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2008, hebben Bovest B.V. en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek, tezamen met de verzoeken in zaak nr. 200807852/2, ter zitting behandeld op 8 januari 2009, waar, voor zover thans van belang, Bovest B.V. en anderen, vertegenwoordigd door mr. H.J.P. Robers, advocaat te Hengelo, en J.G.R. Keppels en E.D.A. Wegdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. H.E.M. Wolsink, M. Brummelhuis-du Sart, drs. H.H. Aalderink, H.G.F. Aman en M.F.C.M. Valkenaarsen, allen ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Het project, dat voorziet in het bouwrijp maken van gronden en het aanleggen van hoofdontsluitingswegen met bijbehorende voorzieningen, is in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied 1974". Om realisering ervan mogelijk te maken, heeft het college krachtens artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling verleend. 2.3. Het verzoek strekt tot schorsing van het besluit van 25 maart 2008. Aan het verzoek hebben Bovest B.V. en anderen onder meer ten grondslag gelegd dat in het nieuwe bestemmingsplan "Dalmeden", dat de ruimtelijke onderbouwing van het project vormt, in strijd met een goede ruimtelijke ordening geen woonbestemming is toegekend aan hun gronden. 2.3.1. Ter zitting heeft het college onweersproken gesteld dat de werkzaamheden, waarop de vrijstelling betrekking heeft, vrijwel zijn afgerond. Voorts heeft het evenzeer onweersproken gesteld dat, indien uiteindelijk mocht blijken dat aan de gronden van Bovest B.V. en anderen een woonbestemming moet worden toegekend, deze, anders dan zij vrezen, ook na realisering van het project op goede wijze kunnen worden ontsloten via de in het gebied gelegen wegen, zodat uitvoering van de werkzaamheden niet tot onomkeerbare gevolgen leidt. Gelet hierop hebben Bovest B.V. en anderen naar het oordeel van de voorzitter geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen. 2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat. w.g. Hoekstra w.g. Van Roessel voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2009 457.