Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH0423

Datum uitspraak2009-01-14
Datum gepubliceerd2009-01-21
RechtsgebiedBouwen
Soort ProcedureVoorlopige voorziening+bodemzaak
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200808738/1 en 200808738/2
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 16 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch (hierna: het college) aan de gemeente 's-Hertogenbosch, Afdeling Jeugd en Onderwijs (hierna: de gemeente), vrijstelling en bouwvergunning verleend voor een periode van vijf jaar voor het plaatsen van noodlokalen ten behoeve van basisschool Antonius Abt aan de Vutter te 's-Hertogenbosch.


Uitspraak

200808738/1 en 200808738/2. Datum uitspraak: 14 januari 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 oktober 2008 in zaken nrs. 08/3418 en 08/3419 in het geding tussen: [wederpartij] en anderen en het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch. 1. Procesverloop Bij besluit van 16 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch (hierna: het college) aan de gemeente 's-Hertogenbosch, Afdeling Jeugd en Onderwijs (hierna: de gemeente), vrijstelling en bouwvergunning verleend voor een periode van vijf jaar voor het plaatsen van noodlokalen ten behoeve van basisschool Antonius Abt aan de Vutter te 's-Hertogenbosch. Bij besluit van 19 augustus 2008 heeft het college het door [wederpartij] en anderen (hierna: [wederpartijen]) daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, doch het besluit van 16 april 2008 in stand gelaten. Bij uitspraak van 23 oktober 2008, verzonden op 30 oktober 2008, heeft de rechtbank ''s-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door [wederpartijen] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 19 augustus 2008 vernietigd, bepaald dat het college een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen, het besluit van 16 april 2008 geschorst en bepaald dat deze voorlopige voorziening vervalt zes weken na de dag waarop het nieuw te nemen besluit op bezwaar bekend is gemaakt. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 december 2008, hoger beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 december 2008, heeft het college de voorzitter verzocht voorlopige voorzieningen te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 december 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. P.W.G.M. Christophe en A.J.G. van Kessel, ambtenaren in dienst van de gemeente, en ing. L.P.B.M. Vergroesen, vertegenwoordiger van basisschool Antonius Abt, en [wederpartijen], vertegenwoordigd door mr. F.C.J.J. Jessen, advocaat te 's-Hertogenbosch, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. 2.2. Het bouwplan voorziet in het oprichten van noodlokalen waar leerlingen van zes groepen van de basisschool Antonius Abt, een groep van het kinderdagverblijf De Dribbel en een groep van de buitenschoolse opvang gedurende vijf jaar zullen worden gehuisvest. Volgens het college zullen de noodlokalen vervolgens worden vervangen door een nieuw schoolgebouw. 2.3. Het college betoogt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat het niet met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) vrijstelling voor het bouwplan kon verlenen. Daartoe voert het aan dat de definitieve locatie voor het nieuwe schoolgebouw op 25 juni 2008 op een informatieavond is gepresenteerd, dat de financiering van de bouw van het nieuwe schoolgebouw is verzekerd en dat het op 2 december 2008 heeft besloten toe te zeggen dat de termijn van vijf jaar niet zal worden overschreden, deze termijn expliciet vast te leggen en aan de bewoners mede te delen dat de bereidheid bestaat om bij overeenkomst een boetebeding op te nemen om de termijn van vijf jaren te garanderen. 2.3.1. Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de WRO, voor zover thans van belang, kunnen burgemeester en wethouders met het oog op een voor een bepaalde termijn voorgenomen afwijking van een bestemmingsplan voor die termijn vrijstelling verlenen van dat plan. Ingevolge artikel 19 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (hierna: het Bro), voor zover thans van belang, wordt vrijstelling als bedoeld in artikel 17 van de wet slechts verleend, indien aannemelijk is, dat het beoogde bouwwerk niet langer dan vijf jaren in stand zal blijven. 2.3.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 22 maart 2006 in zaak nr. 200504373/1), dienen teneinde het tijdelijke karakter te mogen aannemen, daartoe concrete, objectieve gegevens voorhanden te zijn. Bij het ontbreken daarvan is toepassing van artikel 17 WRO niet mogelijk. 2.3.3. De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat ten tijde van de besluitvorming geen enkele duidelijkheid bestond omtrent de planologische haalbaarheid van het nieuwe schoolgebouw. Op sheets van een op voormelde informatieavond gehouden presentatie is vermeld dat in het eerste kwartaal van 2009 een bestemmingsplanprocedure zal worden gestart om het oprichten van het nieuwe schoolgebouw mogelijk te maken en dat vervolgens de bouwvergunningprocedure zal worden gestart. Temeer nu een door [wederpartijen] overgelegd artikel uit het Brabant Dagblad vermeldt dat de te verwachten toename van de verkeersdruk rondom het sportpark de omwonenden zorgen baart, bestond hiermee echter onvoldoende zekerheid dat het nieuwe schoolgebouw binnen vijf jaar zou worden opgericht. Bij besluit van 4 december 2007 heeft het college het huisvestingsprogramma onderwijs 2008 vastgesteld, dat voor de periode tot 2011 voorziet in investeringen ten bedrage van € 77.000.000,00. Op 11 december 2007 heeft het college, voor zover thans van belang, besloten een haalbaarheidsstudie uit te voeren naar de mogelijkheid van realisatie van een accommodatie voor de basisschool Antonius Abt op het sportcomplex Engelen, waarin de financiering wordt uitgewerkt. Ten slotte is in de voorjaarsnota 2009, die op 10 juni 2008 door de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgesteld, aangegeven dat de bedoeling is dat het sport- en jeugdcluster in 2011, waar het nieuwe schoolgebouw deel van uitmaakt, zal worden gerealiseerd. De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat hiermee, gegeven de onzekerheid over de planologische haalbaarheid, onvoldoende concrete, objectieve gegevens voorhanden zijn voor het aannemen van het tijdelijke karakter van de noodlokalen. De voorzieningenrechter heeft derhalve terecht overwogen dat niet is voldaan aan artikel 19 van het Bro. Hetgeen het college op 2 december 2008 heeft besloten, doet hier niet aan af, reeds omdat het besluit van 19 augustus 2008 diende te worden beoordeeld naar de feiten en omstandigheden zoals die zich voordeden ten tijde van dat besluit. De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat het college niet met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de WRO vrijstelling kon verlenen. 2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van voorlopige voorzieningen af te wijzen. 2.6. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. 3. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. wijst het verzoek af; III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch tot vergoeding van bij [wederpartij] en anderen in verband met de behandeling van het hoger beroep en het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente 's-Hertogenbosch aan [wederpartij] en anderen onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen; IV. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van de gemeente 's-Hertogenbosch griffierecht ten bedrage van € 433,00 (zegge: vierhonderddrieëndertig euro) heft. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van Staat. w.g. Lubberdink w.g. Sloots voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2009 499.