
Jurisprudentie
BH0191
Datum uitspraak2009-01-16
Datum gepubliceerd2009-01-20
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/2229 WAJONG
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-01-20
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/2229 WAJONG
Statusgepubliceerd
Indicatie
Intrekking WAJONG-uitkering. Het bezwaar van appellante is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Niet in geschil is dat het bezwaarschrift tegen het besluit niet is ingediend binnen de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde termijn van zes weken. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd kan niet leiden tot het oordeel dat het na afloop van de evengenoemde termijn indienen van het bezwaarschrift haar niet kan worden tegengeworpen.
Uitspraak
08/2229 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 5 maart 2008, 07/950 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2008. Daarbij is appellante niet verschenen. Voor het Uwv is verschenen A.J. van Loon.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 24 april 2007 is aan appellante meegedeeld dat haar uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) per 25 juni 2007 wordt ingetrokken om reden dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 25% bedraagt.
1.2. Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 15 augustus 2007 bezwaar gemaakt, welke bij het Uwv is ontvangen op 16 augustus 2007.
1.3. Bij brief van 17 augustus 2007 heeft het Uwv appellante verzocht om aan te geven waarom zij eerst na het verstrijken van de bezwaartermijn van zes weken een bezwaarschrift heeft ingediend tegen het besluit van 24 april 2007.
1.4. Bij brief van 20 augustus 2007 heeft appellante daarop geantwoord dat zij na de intrekking van de WAJONG-uitkering in financiƫle problemen is gekomen en dat zij graag zou willen terugvallen op de WAJONG-uitkering.
1.5. Het Uwv heeft geoordeeld dat er geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding en heeft het bezwaar bij besluit van 28 augustus 2007 niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij is van het houden van een hoorzitting afgezien, omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Bij de aangevallen - mondelinge - uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat vaststaat dat het bezwaar niet binnen de wettelijke bezwaartermijn van zes weken is ingediend en dat het Uwv terecht het bezwaar wegens onverschoonbare termijnoverschrijding niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante herhaald hetgeen zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Appellante heeft haar persoonlijke situatie beschreven en heeft verzocht om hiermee rekening te houden.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Niet in geschil is dat het bezwaarschrift tegen het besluit van 24 april 2007 niet is ingediend binnen de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde termijn van zes weken. Evenals het Uwv en de rechtbank is de Raad van oordeel dat hetgeen appellante heeft aangevoerd niet kan leiden tot het oordeel dat het na afloop van de evengenoemde termijn indienen van het bezwaarschrift haar niet kan worden tegengeworpen. Het bezwaar van appellante is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op
16 januari 2009.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) A.C.A. Wit.
JL