
Jurisprudentie
BH0188
Datum uitspraak2009-01-16
Datum gepubliceerd2009-01-21
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/6401 WAO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-01-21
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/6401 WAO
Statusgepubliceerd
Indicatie
Machinaal houtbewerker. Intrekking WAO-uitkering. Geschikt geacht voor werkzaamheden van meteropnemer, monteur loopwerken en wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur. Geen onderschatting functionele beperkingen. Geschiktheid functies. Maatmaninkomen.
Uitspraak
07/6401 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 8 oktober 2007, 07/799 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.B.Th. Koekkoek, werkzaam bij CNV Hout en Bouw, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 5 december 2008. Appellant is, zoals tevoren bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H.M.A. Swarts.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 16 februari 2007 (hierna: het bestreden besluit), heeft het Uwv het besluit van 12 september 2006 gehandhaafd. Bij dit besluit heeft het Uwv de uitkering die appellant ontving op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke vanaf december 1999 werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, met ingang van 13 november 2006 ingetrokken.
1.2. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant beperkingen ondervindt bij het verrichten van arbeid, waardoor hij zijn voormalige functie van machinaal houtbewerker niet meer kan verrichten. Met inachtneming van die beperkingen is appellant echter wel geschikt te achten voor werkzaamheden, verbonden aan de functie van meteropnemer, monteur loopwerken en wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur, waardoor er vanaf het beoordelingsmoment een verlies aan verdienvermogen is van minder dan 15%.
2. De rechtbank heeft zich zowel met de medische als de arbeidskundige kant van het bestreden besluit kunnen verenigen en heeft het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat zijn functionele mogelijkheden, met name ten aanzien van reiken, niet juist zijn vastgesteld en dat hij de in aanmerking genomen functies niet kan vervullen. Hij vindt het vreemd dat thans lichtere beperkingen dan in 1999 zijn aangenomen, terwijl zijn medische situatie niet is verbeterd. Voorts heeft appellant herhaald dat het Uwv ten onrechte het maatmaninkomen in de bezwaarfase heeft verlaagd van € 13,44 naar € 13,41 per uur.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. De Raad ziet geen reden om aan te nemen dat de functionele beperkingen van appellant zijn onderschat. Daartoe neemt de Raad in aanmerking dat de behandelend orthopedisch chirurg Wigt in zijn brief van 9 januari 2006 heeft aangegeven dat hij geen vernauwing van het wervelkanaal heeft vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts heeft een vrij goed functionerende rug (en geen tekenen van een hernia) waargenomen. Wel stelt hij vast dat appellant beperkt is voor zware rug- en schouderbelastende arbeid in de vorm van staan, lopen, kortcyclisch buigen, torderen en tillen. Hij is het eens met de door de verzekeringsarts vastgestelde beperkingen, waarbij hij in zijn rapport toelicht waarom voor reiken thans geen beperking aan de orde is. Voorts heeft hij voldoende inzichtelijk gemaakt dat de actuele beperkingen overeenkomen met de belastbaarheid zoals deze in 1999 is vastgesteld. De medische stukken geven de Raad geen aanknopingspunten om het oordeel van de (bezwaar)verzekeringsartsen onjuist te achten. De onderhavige beoordeling is overigens een op zichzelf staande medische beoordeling naar een specifieke datum. Aan de beoordeling uit 1999 kan daarom niet zonder meer het vertrouwen worden ontleend dat deze zou worden overgenomen.
4.2. Aan de herziening van de WAO-uitkering ligt ten grondslag dat appellant de onder 1 genoemde functies kan vervullen. Van de zijde van het Uwv is toegelicht waarom deze functies voor appellant geschikt zijn te achten qua belastbaarheid en vertreedmogelijkheden. Op grond van de voorliggende functiegegevens is voldoende duidelijk dat de functies geschikt zijn voor appellant.
4.3. De verlaging van het maatmaninkomen per uur met € 0,03 kan, wat daar ook verder van zij, niet afdoen aan de conclusie dat de mate van arbeidsongeschiktheid uitkomt op minder dan 15%.
4.4. Het voorgaande betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. Dierdorp als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) C. Dierdorp.
JL