Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BG9797

Datum uitspraak2009-01-14
Datum gepubliceerd2009-01-14
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200803135/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 8 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo (hierna: het college) het verzoek van [appellanten] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen ten aanzien van de openbare scholengemeenschap Erasmus, afgewezen.


Uitspraak

200803135/1. Datum uitspraak: 14 januari 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellanten], allen wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 8 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo (hierna: het college) het verzoek van [appellanten] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen ten aanzien van de openbare scholengemeenschap Erasmus, afgewezen. Bij besluit van 28 maart 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft het college het door [appellanten] hiertegen gemaakte bezwaar, voor zover hier van belang, gedeeltelijk ongegrond verklaard. Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 april 2008, beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 december 2008, waar het college, vertegenwoordigd door drs. ing. M. de Wever, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de stichting Stichting OSG Erasmus, vertegenwoordigd door drs. H. Schoenmaker, bestuurslid van het college van bestuur. 2. Overwegingen 2.1. [appellanten] klagen over rondvliegende speelballen en geluidoverlast als gevolg van het gebruik van een verhard sportveld door de openbare scholengemeenschap Erasmus. Zij voeren aan dat de in artikel 2.17 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) gestelde geluidgrenswaarden worden overschreden. Tevens wordt volgens hen de in artikel 2.1, tweede lid, aanhef en onder l, van het Activiteitenbesluit vermelde zorgplicht ter voorkoming van risico's voor de omgeving niet nageleefd. Het college had dan ook bestuurlijke handhavingsmiddelen moeten toepassen, aldus [appellanten]. 2.1.1. Het college stelt zich, kort weergegeven, op het standpunt dat artikel 2.1, tweede lid, aanhef en onder l, van het Activiteitenbesluit geen grondslag biedt om handhavend op te treden tegen de overlast die het gevolg is van rondvliegende ballen. Tevens heeft het college een geluidonderzoek uitgevoerd waarbij is geconstateerd dat de in het Activiteitenbesluit gestelde geluidgrenswaarden niet worden overschreden. Het college stelt zich op het standpunt dat hij derhalve niet bevoegd was om handhavend op te treden. 2.1.2. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 juni 2008 in de zaak met nr. 200803135/2 uitspraak gedaan op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in onderhavig geding. Hij komt daarin tot het voorlopige oordeel dat het college zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat het niet bevoegd was handhavend op te treden. De Afdeling ziet in hetgeen in het beroepschrift en ter zitting is aangevoerd geen aanleiding om tot een andersluidend oordeel te komen. 2.2. Het beroep is ongegrond. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van Staat. w.g. Wortmann w.g. Drouen lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2009 375-579.