
Jurisprudentie
BG9778
Datum uitspraak2009-01-14
Datum gepubliceerd2009-01-14
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200803546/1
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-01-14
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200803546/1
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij besluit van 23 november 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe (hierna: het college) medegedeeld een namens de vereniging Vereniging Kerspel Norg (hierna: Kerspel Norg) ingediend verzoek om handhaving van de milieuvergunning van 18 mei 2001 van [vergunninghoudster] voor een biomassavergistingsinstallatie op het perceel [locatie] te [plaats] niet in behandeling te nemen.
Uitspraak
200803546/1.
Datum uitspraak: 14 januari 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de vereniging Vereniging Kerspel Norg, gevestigd te Norg,
appellante,
en
het college van gedeputeerde staten van Drenthe,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 november 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe (hierna: het college) medegedeeld een namens de vereniging Vereniging Kerspel Norg (hierna: Kerspel Norg) ingediend verzoek om handhaving van de milieuvergunning van 18 mei 2001 van [vergunninghoudster] voor een biomassavergistingsinstallatie op het perceel [locatie] te [plaats] niet in behandeling te nemen.
Bij besluit van 4 april 2008 heeft het college het door Kerspel Norg hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft Kerspel Norg bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 mei 2008, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Er zijn nog stukken ontvangen van Kerspel Norg. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 november 2008, waar Kerspel Norg, vertegenwoordigd door [voorzitter] van Kerspel Norg, en het college, vertegenwoordigd door ing. R.A. Dirksma en D.W. Klein Bramel, beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.
Verder is ter zitting [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 18.14, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan een belanghebbende aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beslissing te geven.
Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), kan een belanghebbende bezwaar maken tegen onder meer - kort weergegeven - besluiten inzake handhaving van milieuwetgeving.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Ingevolge het derde lid van dat artikel worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Ingevolge artikel 1:3, derde lid, van de Awb wordt onder aanvraag verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.
2.2. Het verzoek om handhaving van 24 oktober 2007 richt zich tegen het feit dat er van en naar de inrichting veel meer verkeersbewegingen zouden zijn die ook plaatsvinden op andere tijdstippen, dan volgens de vergunning is toegestaan. Het college heeft het namens Kerspel Norg ingediend verzoek om handhaving niet in behandeling genomen, omdat het van mening is dat Kerspel Norg, gelet op haar statutaire doelstelling en het belang dat zij behartigt, wat de uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid ten aanzien van de milieuvergunning van [vergunninghoudster] betreft, geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Awb.
Kerspel Norg betoogt onder verwijzing naar haar statutaire doelstelling in relatie tot de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer gegeven omschrijving wat onder de gevolgen voor het milieu moet worden verstaan, te weten de gevolgen voor het fysieke milieu van onder meer landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden, dat zij ten onrechte niet als belanghebbende is aangemerkt.
2.3. Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt.
2.4. Blijkens artikel 2, eerste lid, van haar statuten stelt Kerspel Norg zich ten doel het natuur- en cultuurschoon in de gemeente Norg te behouden en de ontwikkeling daarvan naar de eisen van het heden en de toekomst te bevorderen. Uit artikel 2, tweede lid, van de statuten blijkt dat zij dit doel wil bereiken door het geven van adviezen, het beleggen van bijeenkomsten waar in de ruimste zin voorlichting wordt gegeven inzake het bovengestelde en cultuur, natuur en milieu in het algemeen, eventueel samen te werken met andere organisaties, het aangaan of zich verdedigen in rechtsgedingen, het voeren van procedures in de ruimste zin van het woord en het gebruik maken van alle andere wettige middelen.
2.5. Gelet hierop en de ter zitting namens Kerspel Norg gegeven beschrijving van de feitelijke werkzaamheden die door haar worden verricht, behartigt Kerspel Norg blijkens haar doel en haar feitelijke activiteiten in het bijzonder het belang van het woon- en leefklimaat van de voormalige gemeente Norg. Dit belang is voldoende gespecificeerd. Het omvat ook milieubelangen. Derhalve zijn de belangen van Kerspel Norg rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken, zodat zij belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, in samenhang met het eerste lid, van de Awb. Dit is door het college miskend.
Het college heeft als gevolg hiervan ten onrechte geen inhoudelijk besluit genomen op het verzoek om handhaving van 24 oktober 2007. Het bezwaar van Kerspel Norg is in het besluit van 4 april 2008 dan ook op onjuiste gronden ongegrond verklaard.
2.6. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. Het besluit van 23 november 2007 moet worden herroepen.
2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Van de door Kerspel Norg opgevoerde kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is niet gebleken.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Drenthe van 4 april 2008, kenmerk 14/5.6/200800101;
III. herroept het besluit van gedeputeerde staten van Drenthe van 23 november 2007, kenmerk 47/HH/2007014932;
IV. draagt het college van gedeputeerde staten van Drenthe op binnen 4 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen op het verzoek van de Vereniging Kerspel Norg van 24 oktober 2007 en dit besluit aan de Vereniging Kerspel Norg op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;
V. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Drenthe tot vergoeding van bij de Vereniging Kerspel Norg in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 45,28 (zegge: vijfenveertig euro en achtentwintig cent); het dient door de provincie Drenthe aan de Vereniging Kerspel Norg onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;
VI. gelast dat de provincie Drenthe aan de Vereniging Kerspel Norg het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Plambeck
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2009
159-209.