Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF3680

Datum uitspraak2008-09-19
Datum gepubliceerd2008-09-30
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Hertogenbosch
Zaaknummers01/841377-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Promis-vonnis Veroordeling artikel 5 WVW1994 (een fietsster op voorrangsweg geen voorrang verleend), geldboete EUR 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector Strafrecht Parketnummer: 01/841377-08 Datum uitspraak: 19 september 2008 Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats], [adres]. Het onderzoek van de zaak. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 september 2008. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op basis van onderstaande tenlastelegging, aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 augustus 2008. Aan verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 10 december 2007 te Boxmeer als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Bilderbeekstraat zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te handelen als volgt: verdachte is - rijdende op de Bilderbeekstraat - bij het naderen van de kruising van die weg met de Hendrikstraat en/of de Bernardstraat, - terplaatse waar op of kort voor die kruising in haar, verdachtes, richting bord B6 van Bijlage 1 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst en/of op het wegdek haaientanden waren aangebracht - met het door haar bestuurde motorrijtuig die kruising zonder te stoppen en/althans zonder bijzondere voorzichtigheid te betrachten op en/of over gereden en daarbij de doorgang niet vrij gelaten, althans geen voorrang verleend aan een bestuurder van een fiets die aldaar voorrang had, waardoor althans mede waardoor een botsing of aanrijding ontstond met/tussen/door dit door verdachte bestuurde motorrijtuig en die fiets en/of, waardoor een ander te weten die fietsster (genaamd [slachtoffer1]) zwaar lichamelijk letsel, te weten nekklachten, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; (artikel 6 Wegenverkeerswet 1994) Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of omstreeks 10 december 2007 te Boxmeer als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Bilderbeekstraat, heeft gehandeld als volgt: verdachte is - rijdende op de Bilderbeekstraat - bij het naderen van de kruising van die weg met de Hendrikstraat en/of de Bernardstraat, - terplaatse waar op of kort voor die kruising in haar, verdachtes, richting bord B6 van Bijlage 1 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst en/of op het wegdek haaientanden waren aangebracht - met het door haar bestuurde motorrijtuig die kruising zonder te stoppen en/althans zonder bijzondere voorzichtigheid te betrachten op en/of over gereden en daarbij de doorgang niet vrij gelaten, althans geen voorrang verleend aan een bestuurder van een fiets die aldaar voorrang had, waardoor althans mede waardoor een botsing of aanrijding ontstond met/tussen/door dit door verdachte bestuurde motorrijtuig en die fiets en/of, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; (artikel 5 Wegenverkeerswet 1994) De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd. De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. De processtukken. De voor deze strafzaak relevante processtukken zijn: * Het proces-verbaal van de regiopolitie Brabant Noord, dossiernummer PL 2152/08-010358, afgesloten d.d. 4 maart 2008, aantal doorgenummerde bladzijden (hierna verder genoemd p.v.); * Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 19 september 2008. De bewijsmotivering. Vaststaande feiten. Verdachte reed met haar personenauto over de Bilderbeekstraat te Boxmeer. Op het kruispunt met de Hendrikstraat verleende verdachte geen voorrang aan de voor haar van links komende betrokkene fietsster [slachtoffer1], die reed over de Hendrikstraat. Hierdoor ontstond een aanrijding. Betrokkene [slachtoffer1] reed op een voorrangsweg. Verdachte gaf geen gevolg aan een verkeersteken, een aldaar kort voor het kruispunt geplaatst bord naar model B6 van bijlage I van het RVV 19901. Het standpunt van de officier van justitie. Het primair tenlastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, omdat in het onderhavige geval geen sprake is van schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Het subsidiair tenlastegelegde is wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft de fietsster op de voorrangsweg geen voorrang verleend is en zonder te stoppen de kruising opgereden waarbij zij de doorgang op de kruising niet heeft vrijgelaten voor die fietsster, waardoor een aanrijding is ontstaan tussen verdachte’s personenauto en die fietsster. Het standpunt van de verdediging. De verdediging verzoekt de rechtbank om verdachte vrij te spreken voor het primair tenlastegelegde. Ten aanzien van een bewezenverklaring voor het subsidiair tenlastegelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank. Uit de enkele omstandigheid dat de verdachte in de gegeven omstandigheden de fietsster, aan wie zij voorrang had dienen te verlenen, over het hoofd heeft gezien, hoewel deze voor haar wel waarneembaar moet zijn geweest, kan niet volgen dat de verdachte zich ‘aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend’ heeft gedragen. Hierdoor is er geen sprake van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 en moet verdachte worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Uit de gegeven omstandigheden in de onderhavige zaak kan daarentegen wel volgen dat verdachte de kruising op is gereden, waarbij zij de doorgang voor de fietsster heeft belemmerd. Hierdoor is op de kruising een aanrijding tussen verdachte’s personenauto en de vrouw op de fiets ontstaan. Door aldus te handelen heeft verdachte gevaar en hinder op de weg veroorzaakt. De rechtbank acht daarom het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De bewezenverklaring. Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte op 10 december 2007 te Boxmeer als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Bilderbeekstraat, heeft gehandeld als volgt: verdachte is - rijdende op de Bilderbeekstraat - de kruising van die weg met de Hendrikstraat en de Bernardstraat, - ter plaatse waar kort voor die kruising in haar, verdachtes, richting bord B6 van Bijlage 1 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst en op het wegdek haaientanden waren aangebracht - met het door haar bestuurde motorrijtuig zonder te stoppen op gereden en verdachte heeft daarbij de doorgang niet vrij gelaten, waardoor een aanrijding ontstond met dit door verdachte bestuurde motorrijtuig en die fiets en door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De kwalificatie. Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. De strafbaarheid. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te hare laste bewezen is verklaard. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen: Wetboek van Strafrecht art. 23, 24c Wegenverkeerswet 1994 art. 5, 177. De strafmotivering. De eis van de officier van justitie. De officier van justitie vordert vrijspraak voor het primair tenlastegelegde. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde vordert zij een veroordeling tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis. Het standpunt van de verdediging. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van een op te leggen geldboete. Mocht de rechtbank een hogere geldboete op willen leggen dan door de officier van justitie is geëist, dan verzoekt de verdediging om een termijnbetaling. Het oordeel van de rechtbank. Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Strafmatigend zal de rechtbank rekening houden met het gegeven dat verdachte er blijk van heeft gegeven dat zij de ernst van het door haar aan haar slachtoffer aangedane leed inziet. DE UITSPRAAK De rechtbank: verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij. Het bewezenverklaarde levert op de overtreding: subsidiair overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar. BESLISSING: T.a.v. primair: Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. T.a.v. subsidiair: Geldboete van EUR 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis. Dit vonnis is gewezen door: mr. C.P.C. Kuijs, voorzitter, mr. G.A.F.M. Wouters en mr. J.G. Vos, leden, in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier, en is uitgesproken op 19 september 2008. Mr. C.P.C. Kuijs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. 1 zie p.v. pagina’s 2 en 3 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting ?? ?? 7 Parketnummer: 01/841377-08 [verdachte]