Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF3246

Datum uitspraak2008-09-22
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers145448 / HA RK 08-39
Statusgepubliceerd


Indicatie

Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor: enerzijds geen belang, anderzijds onvoldoende concreet.


Uitspraak

beschikking RECHTBANK HAARLEM Sector civiel recht zaaknummer / rekestnummer: 145448 / HA RK 08-39 Beschikking van 22 september 2008 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CHIP(S)HOL III B.V., gevestigd te Wassenaar, verzoekster, advocaat mr. R.E. Gerritsen, tegen de naamloze vennootschap LUCHTHAVEN SCHIPHOL N.V., gevestigd te Schiphol, verweerster, advocaat mr. L. Koning. Partijen zullen hierna Chipshol en de Luchthaven worden genoemd. 1. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - het verweerschrift - de op 19 augustus 2008 ter griffie ontvangen brief van de zijde van de Luchthaven met de producties 1 tot en met 4 - de op 22 augustus 2008 ter griffie ontvangen brief van de zijde van de Luchthaven met de producties 5 tot en met 7 - de mondelinge behandeling d.d. 26 augustus 2008 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnota’s 2. De beoordeling 2.1. Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen. Chipshol wenst te bewijzen dat de Luchthaven onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld waarbij de bewijsvoering gerelateerd zal zijn aan de wijze van totstandkoming, de aard, de inhoud en de titel van de cessie-akte die [A] heeft gesloten met de Luchthaven. Tevens wenst Chipshol te bewijzen dat de Luchthaven heeft aangestuurd op een relatiebreuk tussen [A] en Chipshol en dat de Luchthaven zich daarbij bedient van onrechtmatige, onevenredige en buitensporige maatregelen bij de procesvoering tegen [A] en Chipshol. 2.2. De Luchthaven verzet zich tegen inwilliging van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Bevoegdheid 2.3. De Luchthaven heeft zich erop beroepen dat de rechtbank onbevoegd is van het verzoek kennis te nemen nu de schade van Chipshol minder dan EUR 5.000,- zal bedragen. 2.4. Ingevolge art. 187 lid 1 Rv wordt het verzoek gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak indien deze aanhangig wordt gemaakt, kennis te nemen. De rechtbank is van oordeel dat nu de schade niet vaststaat, ervan uit moet worden gegaan dat sprake is van een vordering van onbepaalde waarde zodat deze ingevolge art. 93 sub b Rv onder de competentie van de rechtbank valt. Ontvankelijkheid a) Exceptio pluris litis consortium 2.5. Voorts heeft de Luchthaven aangevoerd dat [A] op grond van art. 187 lid 3 sub d Rv als gerekwestreerde had moeten worden opgeroepen. Nu dit niet is gebeurd, moet Chipshol niet ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek aldus de Luchthaven. 2.6. Dit verweer faalt omdat het geen rechtsverhouding betreft ten aanzien waarvan het noodzakelijk is dat de beslissing jegens alle bij de rechtsverhouding betrokkenen eensluidend is. De vordering die Chipshol in een nog aanhangig te maken procedure jegens de Luchthaven wil instellen, wil Chipshol baseren op onrechtmatige daad van de Luchthaven, namelijk profiteren van wanprestatie van [A]. Alhoewel voor deze vordering allereerst moet komen vast te staan dát [A] wanprestatie heeft gepleegd, heeft de vordering uit onrechtmatige daad uitsluitend betrekking op de verhouding tussen Chipshol en de Luchthaven. b) Belang 2.7. De Luchthaven heeft zich op het standpunt gesteld dat Chipshol geen belang bij haar verzoek heeft nu de cessie inmiddels is geannuleerd. Hetgeen door middel van het getuigenverhoor bewezen zou kunnen worden, moet ook kunnen leiden tot toewijzing van enige vordering, Chipshol stelt zelf echter dat hetgeen gebeurd zou zijn volstrekt zonder enig effect is gebleven, aldus de Luchthaven. 2.8. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Chipshol naar voren gebracht dat irrelevant is of de ingeroepen cessie wel of niet meer bestaat. Relevant is de vraag op welke wijze de Luchthaven misbruik maakt van de wanprestatie die [A] heeft gepleegd. Daarbij heeft zij aangevoerd dat een vermoeden van geheime afspraken bestaat. 2.9. De rechtbank is van oordeel dat, voor zover het verzoek ziet op bewijslevering rond de (totstandkoming van de) cessie-akte, Chipshol geen belang heeft bij haar verzoek nu als onweersproken vaststaat dat de cessie inmiddels is geannuleerd. De gestelde wanprestatie door [A] – zo daarvan al sprake zou zijn – zou immers juist daarin zijn gelegen. Nu de cessie niet is geëffectueerd, valt niet in te zien op welke wijze Chipshol schade zal lijden zodat daarmee haar belang is komen te vervallen. 2.10. Voor zover het verzoek van Chipshol betrekking heeft op het vermoeden van geheime afspraken waaromtrent zij middels bewijslevering opheldering wil verkrijgen, geldt het volgende. Vaste rechtspraak is dat de verzoeker het feitelijke gebeuren waarover hij de getuigen wil horen, zodanig moet omschrijven - zo mogelijk ook met vermelding van tijd en plaats - dat de rechter die op het verzoek beslist kan toetsen of dit, gelet op de wettelijke eisen en de mogelijkheid van misbruik, voor toewijzing vatbaar is, en dat verder voor de rechter voor wie het verhoor wordt gehouden en voor de wederpartij met het oog op de te stellen vragen voldoende duidelijk is op welk feitelijk gebeuren dit betrekking zal hebben. Chipshol heeft uitsluitend naar voren gebracht dat een vermoeden bestaat van afspraken tussen [A] en de Luchthaven. Dat er contacten zijn geweest tussen (de raadslieden van) [A] en de Luchthaven staat op grond van de in productie 8 bij verweerschrift genoemde e-mail vast. Chipshol heeft echter nagelaten voldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren te brengen die, mits bewezen, tot de conclusie kunnen leiden dat en waarom de vermeende afspraken onrechtmatig jegens haar zijn. Het enkele feit dat [A] zich – kennelijk – tegen Chipshol heeft gekeerd is daarvoor onvoldoende. De in de pleitnota sub 43 genoemde algemene omstandigheden zijn niet nader geconcretiseerd naar het onderhavige geval zodat deze buiten beschouwing worden gelaten. Nu het verzoek van Chipshol naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet is, is het niet voor toewijzing vatbaar. 2.11. Chipshol zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Luchthaven worden begroot op: - vast recht EUR 254,00 - salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00) Totaal EUR 1.158,00 3. De beslissing De rechtbank 3.1. wijst het verzoek van Chipshol af, 3.2. veroordeelt Chipshol in de proceskosten, aan de zijde van de Luchthaven tot op heden begroot op EUR 1.158,00, 3.3. verklaart deze beschikking voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.J. Ruijpers en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2008.?