
Jurisprudentie
BF3234
Datum uitspraak2008-09-24
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers241735/ HA ZA 08-44
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers241735/ HA ZA 08-44
Statusgepubliceerd
Indicatie
(aansprakelijkheids)verzekering, algemene voorwaarden, grove schuld.levering planten met spint
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK UTRECHT
Sector Civiel – Afdeling Handel
zaaknummer / rolnummer: 241735 / HA ZA 08-44
Vonnis van 24 september 2008
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser],
gevestigd te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. J.J. Degenaar,
tegen
de naamloze vennootschap
FORTIS ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
gedaagde,
advocaat mr. O.P. van Tricht.
Partijen zullen hierna [eiser] en Fortis genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 maart 2008
- het proces-verbaal van comparitie van 17 juni 2008.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. [eiser] is een kweker en houdt zich beroepsmatig bezig met het opkweken en vermeerderen van rozenstekken.
2.2. Op 18 december 2006 hebben [eiser] en Stricker Rozen B.V. te Almere (hierna: Stricker) een overeenkomst van opdracht ondertekend. Ingevolge deze overeenkomst heeft Stricker aan [eiser] opdracht gegeven tot het maken van rozen van het ras Keano.
In de opdrachtbevestiging is onder meer vermeld (productie 1 bij dagvaarding):
“(…)
TYPE PLANT AANTAL RAS MEDIUM LEVER-WEEK PRIJS (…)
Stek 7.500 Keano (…) 2 0,52
Stek 3.000 - - - - 3 0.52
Stek 15.300 - - - - 6 0.52
Stek 32.725 - - - - 7 0.52
Bovengenoemde week is de geplande week van afleveren.
(…)”
2.3. Op een andere opdrachtvestiging van [eiser] aan Stricker van eveneens 18 december 2006 is vermeld:
TYPE PLANT AANTAL RAS MEDIUM LEVER-WEEK PRIJS (…)
Stek 11.500 Keano (…) 8 0,52
2.4. Tussen week 3/2007 en week 14/2007 zijn er bij Stricker in totaal 72.352 planten afgeleverd. Bij de derde levering, die plaatsvond op 12 februari 2007, is door Stricker spint, een infectie van mijten op planten, geconstateerd. Vertegenwoordigers van [eiser] hebben, na telefonische reclamatie door Stricker, ook spint geconstateerd op deze planten. Stricker heeft de met spint besmette planten niet geretourneerd, doch deze behandeld met bestrijdingsmiddelen. Na verloop van tijd zaten bij Stricker alle planten onder het spint.
2.5. Stricker heeft [eiser] aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van het spint.
2.6. De Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (hierna: NAK tuinbouw) voert in opdracht van de Plantenziektenkundige Dienst de plantenpaspoortcontroles uit, die zijn voorgeschreven door de Europese Unie. Bij [eiser] worden elke twee weken de planten gekeurd door NAK tuinbouw. Van deze keuringen worden rapporten opgemaakt. Indien tijdens een keuring door NAK tuinbouw te veel spint wordt geconstateerd, wordt er geen toestemming gegeven voor uitlevering.
In de keuringsrapporten van NAK tuinbouw is in de periode van 4 januari 2007 tot en met 15 februari 2007 geen melding gemaakt van spint. In het keuringsrapport van 27 februari 2007 is bij de keuringsopmerkingen vermeld: “Kas 8 beetje spint.” In het keuringsrapport van 13 maart 2007 is vermeld: “Spint bestrijden in (…)” [laatste woord is onleesbaar, rb.]
[eiser] heeft voor alle leveringen aan Stricker toestemming van NAK tuinbouw gekregen voor uitlevering.
2.7. In een, in opdracht van Stricker vervaardigd, expertiserapport van Agro Expertiseburo d.d. 15 mei 2007 is, voor zover hier van belang, vermeld (productie 3 bij dagvaarding):
“BEDRIJF
(…) Bij aflevering van de planten ontdekt Stricker dat de planten zwaar zijn besmet met spint. De planten worden niet terug gestuurd want er waren te weinig ogen beschikbaar en indien voldoende ogen beschikbaar waren dan zou de teelt minimaal 10 weken opschuiven. Door Stricker is telefonisch gereclameerd bij [x], [y] en [z]. (…)
VOORWAARDEN
Op de achterzijde van de opdrachtbevestiging staan de Algemene Voorwaarden voor de vermeerdering van Teeltmateriaal voor de teelt van rozen, afgedrukt.
SPINT
Een veel voorkomende plaag in de teelten onder glas. Afhankelijk van de temperatuur bedraagt de levencyclus van ei tot ei 8 tot 37 dagen bij een temperatuur van respectievelijk 30C en 15C. Bij voor spint ongunstige veranderingen, zoals korter wordende dagen, lagere temperatuur en verslechtering van het voedselaanbod, gaan de vrouwtjes over in diapauze. Op deze wijze kunnen de vrouwtjes op verborgen plaatsen overwinteren.
Voorafgaande aan de teelt heeft Stricker de kasgrond geëgaliseerd en geprofileerd, de teeltgoten ontsmet, de kasopstanden met schoonmaakmiddel gereinigd en onder hoge druk schoon gespoten met water. Hierna is nieuw folie in de kas gelegd en zijn de rozen op nieuwe steenwolmatten uitgeplant. Het is zeker niet aannemelijk dat de aantasting voortvloeit uit overwinterde spintmijten.
(…)”
2.8. Bij dit rapport zijn de Algemene Voorwaarden voor de Vermeerdering van Teeltmateriaal voor de Teelt van Rozen, opgesteld door de Gewasgroep Roos van Plantum NL (hierna: de algemene voorwaarden van [eiser]), gevoegd.
In deze algemene voorwaarden is onder meer vermeld:
“Artikel 1: Begrippen
1. Onder “teler” wordt verstaan degene die aan de vermeerderaar de opdracht geeft tot het vermeerderen van teeltmateriaal voor de teelt van rozen.
2. Onder “vermeerderaar” wordt verstaan diegene die de opdracht aanvaardt tot het vermeerderen van teeltmateriaal voor de rozenteelt.
(…)
Artikel 10: Aansprakelijkheid
1. De vermeerderaar zal de werkzaamheden voor de vermeerdering van teeltmateriaal verrichten met inachtneming van hetgeen in de branche gebruikelijk is.
2. De vermeerderaar is jegens de teler niet aansprakelijk voor eventuele schade verband houdende met aan de teler afgeleverd teeltmateriaal, of met de daarin onzichtbare aanwezigheid van schadelijke organismen uit de natuur, tenzij de teler aantoont dat het teeltmateriaal op het tijdstip van aflevering gebrekkig was en dat dit gebrek een gevolg is van opzet en/of grove schuld aan de zijde van de vermeerderaar.
3. De vermeerderaar gaat ervan uit dat de teler over kennis van zaken beschikt. De vermeerderaar is nimmer aansprakelijk voor schade die op enigerlei wijze verband houdt met de keuze van de teler ten aanzien van het ras, het teeltmateriaal, de onderstammen en de teeltwijze van de teler.
4. De eventuele aansprakelijkheid van de vermeerderaar is beperkt tot het factuurbedrag. Voor zover de vermeerderaar voor eigen rekening teeltmateriaal heeft geleverd ter vervanging van beweerdelijk gebrekkig teeltmateriaal wordt de waarde hiervan op de vordering in mindering gebracht.
5. De teler ziet af van alle overige aanspraken.”
2.9. [eiser] heeft een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering bij Fortis.
[eiser] heeft de schade aan de planten van Stricker op of omstreeks 16 mei 2007 bij Fortis gemeld. Fortis heeft, onder meer onder verwijzing naar haar algemene en bijzondere voorwaarden, vergoeding van de schade afgewezen.
2.10. In de “Algemene Begripsomschrijvingen Bedrijfsverzekeringen” van Fortis is onder meer vermeld (productie 1 bij conclusie van antwoord):
“Aansprakelijkheid
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de verzekerde voor de schade die hij aan personen en/of zaken toebrengt.
(…)
Schade bij aansprakelijkheidsdekking
1. Schade aan personen
(…)
2. Schade aan zaken
Beschadiging, vernietiging of verloren gaan van roerende en/of onroerende zaken van anderen dan verzekerden, inclusief de schade die daaruit voortvloeit.”
2.11. In de door Fortis gehanteerde “Bijzondere Voorwaarden Aansprakelijkheidsverzekering voor Bedrijven Dekking Algemene Aansprakelijkheid” (hierna: de bijzondere voorwaarden van Fortis) is, voor zover hier van belang, vermeld (productie 4 bij dagvaarding):
“Artikel 1
Aanvullende begripsomschrijvingen
In deze Bijzondere Voorwaarden verstaan wij onder:
1. Aanspraak
Een vordering die is ingesteld tegen verzekerde(n) tot vergoeding van schade als gevolg van een handelen of nalaten.
Als één aanspraak beschouwen wij aanspraken, al dan niet tegen meer verzekerden ingesteld, die verband houden met of voortvloeien uit:
- hetzelfde handelen of nalaten of
- een voortdurend handelen of nalaten of
- een opeenvolgend handelen of nalaten met dezelfde oorzaak.
(…)
7. Schade
In afwijking van en in aanvulling op de bepalingen in de Algemene Voorwaarden, verstaan wij onder schade:
(…)
b. Schade aan zaken
Beschadiging, vernietiging, verloren gaan, verontreiniging of vuil worden van roerende en/of onroerende zaken van anderen dan u, inclusief de schade die daaruit voortvloeit. (…)
Onder schade verstaan wij niet de kosten die (potentiële) benadeelden hebben gemaakt voor maatregelen ter voorkoming van schade als bedoeld in artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek en vergelijkbare wettelijke bepalingen, inclusief de schade die daaruit voortvloeit.
(…)
Artikel 7
Aanvullende uitsluitingen
Naast de uitsluitingen die in de Algemene Voorwaarden zijn opgenomen, gelden de volgende bepalingen.
(…)
6. (Op-)geleverde zaken
1. Wij verlenen geen dekking voor de aansprakelijkheid van een verzekerde voor:
a. de schade aan zaken, die door of onder verantwoordelijkheid van een verzekerde zijn (op)geleverd;
(…)
De bepalingen onder a t/m c gelden ongeacht door wie de schade is geleden en door wie de kosten zijn gemaakt.
2. Als de door of onder verantwoordelijkheid van een verzekerde (op)geleverde zaken schade toebrengen aan andere zaken, die eerder door of onder verantwoordelijkheid van een verzekerde zijn (op)geleverd, gelden de onder sub 1 genoemde uitsluitingen niet voor die andere zaken.
3. Als door werkzaamheden die door of onder verantwoordelijkheid van een verzekerde zijn uitgevoerd schade wordt toegebracht aan andere zaken die eerder door of onder verantwoordelijkheid van een verzekerde zijn (op)geleverd of die eerder onderwerp zijn geweest van door of onder verantwoordelijkheid van een verzekerde uitgevoerde werkzaamheden, dan gelden de onder sub 1 genoemde uitsluitingen niet voor die andere zaken.
De in sub 1 genoemde uitsluitingen gelden wel als de zaken of de verrichte werkzaamheden onderwerp zijn van één en dezelfde overeenkomst.
4. (…)”
2.12. Agro Expertiseburo heeft in haar rapport van 4 juni 2007 de door Stricker als gevolg van spint geleden schade begroot op € 31.061,50 exclusief BTW, rente en buitengerechtelijke kosten. Deze schade bestaat uit productiederving, extra gebruik gewasbeschermingsmiddelen en extra arbeid. In het rapport is onder meer vermeld (productie 3 bij dagvaarding):
“MELDING
De door [eiser] afgeleverde rozenplanten waren bij aflevering al besmet met extreem veel spint. Door de aanwezigheid van spint zijn meerdere bestrijdingen uitgevoerd en zijn een aantal bloemtakken vernietigd.
(…)”
Als bijlage 2 bij dit rapport is een brief van een kwaliteitsbegeleider van de bloemenveiling te Aalsmeer aan Stricker gevoegd, waarin is vermeld:
“Naar aanleiding van mijn bezoek van afgelopen vrijdag, hier mijn bevindingen mbt het ziektebeeld in het gewas roos, cultivar Keano.
Tijdens mijn bezoek heb ik het volgende geconstateerd:
• ik heb een zware spintaantasting geconstateerd.
• De takken waar de bloemknoppen uitgebroken waren, zijn door bladvergeling dusdanig aangetast dat dit bij het aanbieden voor de veiling geleid zou hebben tot een niet veilwaardig verklaren van dit product.
• Op basis van de aanvoervoorschriften Roos komt dit niet in aanmerking voor een classificatie in de A1, A2 of B1 en wordt door ons als niet marktwaardig beschouwd.”
2.13. [eiser] heeft op 16 augustus 2007 Stricker gefactureerd voor 69.900 Keano rozenplanten. Aan Stricker is daarbij, inclusief keuringskosten van NAK tuinbouw, een bedrag van € 47.392,25 inclusief BTW in rekening gebracht.
Stricker heeft deze factuur niet voldaan.
3. De vordering
3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op alle dagen, uren en minuten:
I. Fortis zal veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 31.061,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente, zo die hoger is, vanaf opeisbaarheid van de vordering, althans vanaf 14 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;
II. Fortis zal veroordelen aan [eiser] te betalen een vergoeding voor de gemaakte buitengerechtelijke kosten ad € 750,- te vermeerderen met de BTW;
III. Fortis zal veroordelen in de kosten van het geding.
3.2. [eiser] legt aan haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, de navolgende stellingen ten grondslag.
[eiser] heeft onder de aansprakelijkheidsverzekering bij Fortis recht op vergoeding van de schadeclaim van Stricker jegens haar. In afwijking van de opdrachtbevestiging werd afgesproken dat Stricker de planten in zeven deelleveringen zou ontvangen. De derde levering bestond uit 14.000 planten. Slechts ten aanzien van deze levering is gereclameerd in verband met de constatering van spint. Ten aanzien van de andere leveringen zijn geen klachten geweest over de aanwezigheid van spint. Ingevolge artikel 7, lid 6 van de bijzondere voorwaarden van Fortis, komt slechts één levering van met spint besmette planten voor risico van [eiser]. De overige leveringen zijn, ingevolge artikel 7 lid 6, sub 2, van de bijzondere voorwaarden, verzekerd. Fortis is gehouden de schade aan de planten van de andere leveringen te vergoeden.
[eiser] maakt verder aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten.
4. Het verweer
4.1. Fortis concludeert dat de rechtbank [eiser] niet-ontvankelijk zal verklaren in deze procedure, dan wel de vordering zal afwijzen met veroordeling – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – van [eiser] in de kosten van dit geding.
4.2. Fortis voert de navolgende verweren aan.
De verzekeringsovereenkomst biedt geen dekking voor de gestelde aansprakelijkheid en schade. Artikel 7 lid 6 sub 1 juncto sub 3 laatste zin van de bijzondere voorwaarden behorende bij de verzekeringsovereenkomst is in dit geval van toepassing en sluit dekking uit. De deelleveringen zijn onderwerp van één en dezelfde overeenkomst. Alsdan is de vraag niet meer relevant of en zo ja, welke deellevering spint bevatte.
Fortis voert daarnaast aan dat dekking eveneens is uitgesloten, omdat de gestelde schade niet valt onder de omschrijving van schade aan zaken in de polisvoorwaarden.
Subsidiair voert Fortis aan dat aansprakelijkheid van [eiser] jegens Stricker ontbreekt. De algemene voorwaarden die [eiser] als opdrachtnemer op de overeenkomst met Stricker van toepassing heeft verklaard, sluiten aansprakelijkheid uit, terwijl overigens de gestelde aansprakelijkheid, noch de gestelde schade vaststaan. Mocht [eiser] ondanks het ontbreken van aansprakelijkheid schadevergoeding hebben betaald aan Stricker, dan heeft zij onverschuldigd betaald. Dergelijke claims vallen niet onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst.
Meer subsidiair voert Fortis aan dat de gestelde schade volledig verwijtbaar is aan Stricker en dat de schade volledig aan haar moet worden toegerekend.
Uiterst subsidiair voert Fortis aan dat de redelijkheid en billijkheid er aan in de weg staat dat er schade voor rekening van [eiser], althans Fortis zou komen.
Indien en voor zover Fortis gehouden zou zijn tot het doen van een uitkering aan [eiser], betwist Fortis de gestelde schade en de totale omvang van de schade. In de eerste plaats is de eventuele aansprakelijkheid van [eiser] jegens Stricker beperkt tot het factuurbedrag. Ten tweede is de schade foutief berekend. Ten derde komt de schade die voortvloeit uit extra gebruik gewasbeschermingsmiddelen en de inspanningen die daarmee gemoeid waren, niet voor vergoeding in aanmerking. Ten vierde komen de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet voor vergoeding in aanmerking. Ten vijfde betwist Fortis dat de handelsrente kan worden gevorderd door [eiser]. Ten zesde kan de wettelijke rente slechts gevorderd worden over de tijd dat Fortis met de voldoening van de uitkering in verzuim is geweest. Er is nooit een ingebrekestelling ontvangen.
5. De beoordeling
5.1. Het verweer van Fortis dat zij niet gehouden is tot het doen van enige uitkering aan [eiser], omdat enige aansprakelijkheid van [eiser] jegens Stricker ontbreekt, wordt beschouwd als het meest verstrekkende verweer van Fortis. Immers, aan een beoordeling van de dekking van de aansprakelijkheid van [eiser] onder de (bijzondere) voorwaarden van Fortis, wordt pas toegekomen, als is komen vast te staan dat [eiser] aansprakelijk is jegens Stricker. Dit verweer van Fortis zal daarom als eerste worden behandeld.
5.2. Fortis heeft ter onderbouwing van haar verweer gewezen op artikel 10, lid 2, van de algemene voorwaarden van [eiser]. Deze bepaling sluit aansprakelijkheid van [eiser] uit voor schade verband houdende met aan Stricker afgeleverd teeltmateriaal of met de in de aan Stricker afgeleverde rozen onzichtbare aanwezigheid van schadelijke organismen uit de natuur, tenzij Stricker aantoont dat het teeltmateriaal op het tijdstip van aflevering gebrekkig was en dat dit gebrek een gevolg is van opzet en/of grove schuld aan de zijde van [eiser].
[eiser] heeft tegenover dit verweer van Fortis slechts betoogd dat zij wel aansprakelijk is voor de door Stricker geleden schade, omdat haar grove schuld verweten kan worden.
5.3. Het gaat in deze dus om de uitleg van artikel 10, lid 2, van de algemene voorwaarden van [eiser]. Bij deze uitleg dient vooropgesteld te worden dat het hierbij aankomt op de zin die partijen – in casu [eiser] en Stricker – in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan dit beding mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Nu overigens over dergelijke voorwaarden niet tussen partijen onderhandeld pleegt te worden, is de uitleg daarvan met name afhankelijk van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de voorwaarden als geheel.
In het onderhavige geval is mede van belang dat de in de voorwaarden gebruikte term – “grove schuld” – een juridische term is, terwijl, mede gelet op de verklaring van de raadsman van [eiser] ter zitting, moet worden aangenomen dat dit begrip in juridische zin is gebezigd, zodat de uitleg van deze bepaling mede tegen de achtergrond van de juridische betekenis van het begrip “grove schuld” zal geschieden.
5.4. Blijkens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient onder grove schuld te worden verstaan "in laakbaarheid aan opzet grenzende schuld", of “bewuste roekeloosheid”, waarvan sprake is bij een handelen of nalaten "hetzij geschied met opzet die schade te veroorzaken hetzij roekeloos en met de wetenschap dat (die) schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien". Bij gebreke van andersluidende stellingen van partijen, doet zich hier dus de vraag voor of [eiser] jegens Stricker dermate laakbaar of roekeloos heeft gehandeld en daarbij heeft geweten dat Stricker daardoor schade zou lijden, dat haar grove schuld verweten kan worden.
5.5. Deze vraag dient ontkennend te worden beantwoord. [eiser] mocht er immers van uit gaan dat de rozen die zij aan Stricker leverde vrij waren van spint, nu uit de door [eiser] in het geding gebrachte rapportages keuringstoezicht van NAK tuinbouw blijkt dat er in de periode van 4 januari 2007 tot en met 15 februari 2007 geen opmerkingen zijn geweest naar aanleiding van de gecontroleerde rozen en deze gewoon uitgeleverd mochten worden. Pas op 27 februari 2007 is tijdens een keuring opgemerkt dat er in kas 8 een beetje spint zat, doch toen waren de rozen waar het hier om gaat – de zogenaamde “derde” levering – al aan Stricker uitgeleverd. De heer Gerritse heeft ter comparitie immers onweersproken verklaard dat de derde levering op 12 februari 2007 plaatsvond. Nu tijdens de keuringen van NAK tuinbouw, ook op 15 februari 2007, in het geheel geen spint is aangetroffen, hoefde [eiser] niet bedacht te zijn op de aanwezigheid van spint en de daaruit voortvloeiende schade bij Stricker. [eiser] heeft ook geen andere omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zij de aanwezigheid van spint op de rozen die als derde levering aan Stricker zijn uitgeleverd, had moeten en kunnen constateren. Ook overigens zijn geen omstandigheden door [eiser] gesteld of gebleken waaruit afgeleid zou kunnen worden dat [eiser] grove schuld valt te verwijten aan de levering van met spint besmette rozen aan Stricker.
Dit duidt er op dat [eiser] met succes jegens Stricker een beroep had kunnen doen op haar exoneratieclausule vervat in artikel 10 lid 2 van haar algemene voorwaarden. [eiser] is daarom niet aansprakelijk jegens Stricker, zodat Fortis niet gehouden is uit dien hoofde dekking aan [eiser] te verlenen.
5.6. Indien en voor zover [eiser] heeft bedoeld te betogen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn geweest om jegens Stricker een beroep te doen op artikel 10 lid 2 van haar algemene voorwaarden, faalt ook dat betoog. Volgens vaste jurisprudentie is daarvan in het algemeen slechts sprake als de schade is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar of van met de leiding van het bedrijf belaste personen, waarbij rekening zal moeten worden gehouden met alle omstandigheden van het geval (vgl. HR 18 juni 2004, NJ 2004, 585). Gelet op het hiervoor onder 5.5. overwogene omtrent de onbekendheid van [eiser] met de aanwezigheid van spint op de derde partij rozen, is daarvan geen sprake, zodat niet valt in te zien waarom [eiser] niet met succes jegens Stricker een beroep op het exoneratiebeding had kunnen doen.
5.7. Nu [eiser] voor het overige niet heeft aangevoerd op welke grond Fortis gehouden zou zijn tot het doen van een uitkering aan haar, zullen de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. De overige verweren van Fortis hoeven geen behandeling meer.
5.8. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
De kosten aan de zijde van Fortis worden begroot op:
- vast recht € 700,00
- salaris procureur 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)
Totaal € 1.858,00
5.9. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.
6. De beslissing
De rechtbank
6.1. wijst de vorderingen af,
6.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Fortis tot op heden begroot op € 1.858,00,
6.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
In verband met een herverdeling van werkzaamheden wordt dit vonnis door een andere rechter geschreven dan door degene die de comparitie heeft gehouden.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. Boorsma en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2008.