Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF3209

Datum uitspraak2004-05-10
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGemeensch. Hof van Justitie v.d. Ned. Antillen en Aruba
Zaaknummers4 HLAR 12/03
Statusgepubliceerd


Indicatie

Redelijke toepassing van artikel 27, eerste lid, van de Lar brengt met zich dat als een dagtekening op een beschikking ontbreekt, de datum van verzending of uitreiking van de beschikking als zodanig moet worden aangemerkt.


Uitspraak

4 HLAR 12/03. Datum uitspraak: 10 mei 2004 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA Uitspraak op het hoger beroep van: de naamloze vennootschap "Sport Caribe Free Zone N.V.", gevestigd in Aruba, appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 20 augustus 2003 in het geding tussen: appellante en de naamloze vennootschap "Free Zone Aruba N.V.", gevestigd in Aruba. 1. Procesverloop Bij brief van 14 januari 2002 heeft de naamloze vennootschap "Free Zone Aruba N.V." (hierna: Free Zone Aruba) appellante meegedeeld dat zij de zogenoemde Provisional Freezone Facility Charge (FFC) over de periode september – december 2001 nog niet heeft ontvangen. Appellante is daarbij voorts verzocht haar voorlopige FFC zo spoedig mogelijk te voldoen. Bij ongedateerde beslissing heeft Free Zone Aruba het daartegen door appellante gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 20 augustus 2003 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het door appellante daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 26 augustus 2003, bij het Gerecht ingekomen op die dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof. Bij brief van 9 oktober 2003 heeft Free Zone Aruba van antwoord gediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. A.F. Kuster, advocaat, en Free Zone Aruba, vertegenwoordigd door mr. D.G. Kock, advocaat, zijn verschenen. Voorts zijn daar gehoord de Ministers van Financiën en Economische Zaken, van Justitie en van Sociale Zaken en Infrastructuur, allen vertegenwoordigd door mr. P.D. Langerak. 2. Overwegingen 2.1. Het Hof begrijpt uit de uitspraak van het Gerecht dat de daarin vermelde Ministers met toepassing van artikel 37, eerste lid, tweede volzin, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna te noemen: de Lar) voor de zitting zijn uitgenodigd en dat hun gemachtigde bij die gelegenheid het woord heeft gevoerd. Het Hof heeft echter alleen Free Zone Aruba, die de beslissing op bezwaar heeft genomen, als wederpartij aangemerkt. 2.2. Appellante voert aan dat het Gerecht heeft miskend dat de beroepstermijn op 1 november 2002 eindigde en dat zij dus tijdig beroep heeft ingesteld. Verder betoogt zij dat, indien toch moet worden geoordeeld dat de termijn is overschreden, die overschrijding haar niet kan worden tegengeworpen, omdat het bestuursorgaan heeft nagelaten de beslissing op bezwaar van een datum te voorzien. 2.2.1. Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat de termijn in op de dag na die, waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend. Ingevolge artikel 28, derde lid, blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt. 2.2.2. Dat een dagtekening op de beslissing op het bezwaarschrift ontbreekt, betekent niet dat de termijn voor het instellen van beroep niet is aangevangen. Het betekent evenmin dat geen beroepstermijn geldt. Indien de vereiste dagtekening ontbreekt, brengt redelijke toepassing van de voormelde bepaling met zich dat als dagtekening in evenbedoelde zin moet worden aangemerkt de datum van verzending of uitreiking van die beslissing. 2.2.3. Appellante heeft de beslissing op bezwaar op 19 september 2002 ontvangen. Ter zitting is komen vast te staan dat die beslissing op die dag per faxbericht aan haar is verzonden. Uit het voorgaande volgt dat de beroepstermijn is ingegaan op 20 september 2002. Een week in de zin van voormelde bepaling telt zeven dagen; de beroepstermijn telde derhalve 6 x 7 = 42 dagen. Die termijn liep af op (donderdag) 31 oktober 2002. Het beroepschrift van appellante, gedateerd 1 november 2002, is aldus te laat ingediend. 2.2.4. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar in de zin van artikel 28, derde lid, van de Lar. Bij dat oordeel is in aanmerking genomen dat in de beslissing op het bezwaarschrift juiste rechtsmiddelvoorlichting is gegeven. Uit de brief van appellante van 20 september 2002, gericht aan de gemachtigde van Free Zone Aruba, blijkt voorts dat zij ervan op de hoogte was dat de beroepstermijn op 20 september 2002 was aangevangen. 2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht wordt, zij het met verbetering van de gronden waarop die rust, bevestigd. 3. Beslissing Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.C. Visser, griffier. w.g. Ter Berg w.g. Visser Voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2004. Verzonden: Voor eensluidend afschrift, de griffier, voor deze,