
Jurisprudentie
BF3202
Datum uitspraak2008-09-24
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers73176 / HA ZA 07-2722
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers73176 / HA ZA 07-2722
Statusgepubliceerd
Indicatie
Na ontslag (als ambtenaar bij de gemeente) spreekt eiseres de gemeente aan wegens - kortweg - slecht werkgeverschap. Bij besluit van 31 okt. 2006 wijst de gemeente aansprakelijkheid af. Dit besluit vecht eiseres niet bestuursrechtelijk aan. Eiseres stelt in deze procedure de gemeente aansprakelijk wegens - kortweg - slecht werkgeverschap. Besluit van 31 okt. 2006 heeft formele rechtskracht. Geen hernieuwde beoordeling mogelijk. Evenmin is er sprake van een zuiver schadebesluit want de aansprakelijkheid staat niet vast.
Uitspraak
RECHTBANK DORDRECHT
Sector civiel recht
zaaknummer: 73176 / HA ZA 07-2722
vonnis van de enkelvoudige kamer van 24 september 2008
in de zaak van
[eiseres],
wonende te Rotterdam,
eiseres,
advocaat: mr. V.J. Groot te Dordrecht,
namens behandelend advocaat: mr. W. Waardenburg te Zoetermeer,
tegen
De Gemeente Dordrecht,
gevestigd te Dordrecht,
gedaagde,
advocaat: mr. M.L. Veldhuijzen te Dordrecht,
namens behandelend advocaat: mr. L.M. Burger te ‘s-Gravenhage.
Partijen worden hieronder aangeduid als [eiseres] en de Gemeente Dordrecht.
1. Het procesverloop
1.1 De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 29 november 2007,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 13 februari 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 17 juni 2008 en de daarin genoemde stukken,
- de door beide partijen overgelegde producties.
2. De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.
2.1 [eiseres] is per 1 januari 1999 voor 32 uur per week vast aangesteld als bedrijfseconoom op de Dienst Stadsontwikkeling, afdeling projectmanagement van de Gemeente Dordrecht.
2.2 Op 30 augustus 2000 heeft [eiseres] zich voor het eerst ziekgemeld. Hierna volgde een periode van ziekmeldingen, re-integratiepogingen en werkhervattingen. Uiteindelijk is [eiseres] per 13 oktober 2003 volledig arbeidsongeschikt verklaard.
2.3 In artikel 7:3 lid 3 van de Basisregeling Arbeidsvoorwaarden van de Gemeente is bepaald dat arbeidskorting achterwege blijft indien sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. Bij besluit van 30 mei 2005 heeft de Gemeente Dordrecht bepaald geen toepassing te zullen geven aan artikel 7:3 lid 3 van haar Basisregeling Arbeidsvoorwaarden. Dit heeft tot gevolg gehad dat de bezoldiging van [eiseres] per 1 mei 2005 (18 maanden na ingang van de arbeidsongeschiktheid) met 20 % werd gekort.
2.4 Op 1 juni 2006 is [eiseres] door de Gemeente Dordrecht wegens arbeidsongeschiktheid door ziekte ontslagen.
2.5 Bij brief van 10 oktober 2005 is namens [eiseres] de Gemeente Dordrecht verzocht haar aansprakelijkheid te erkennen voor de, door toedoen van de Gemeente Dordrecht, aan [eiseres] toegebrachte geestelijke en lichamelijke schade.
2.6 Bij besluit van 13 december 2005 heeft de Gemeente Dordrecht aansprakelijkheid in deze afgewezen. Hiertegen is namens [eiseres] bij brief van 9/23 januari 2006 bezwaar aangetekend.
2.7 Bij besluit van 31 oktober 2006 heeft het college van Burgemeesters en Wethouders van Dordrecht het bezwaar tegen de afwijzing van de aansprakelijkheid ongegrond verklaard. Onder dit besluit stond vermeld dat daartegen binnen 6 weken beroep kon worden aangetekend bij de sector bestuursrecht van deze rechtbank. [eiseres] heeft tegen dit besluit geen beroep aangetekend.
3. De vordering
3.1 [eiseres] vordert de Gemeente Dordrecht bij vonnis -uitvoerbaar bij voorraad- te veroordelen om aan [eiseres] te betalen:
a) een bedrag ad € 20.000,-- als voorschot op de schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 oktober 2003 tot aan de dag der algehele voldoening;
b) de resterende vermogensschade, zowel materieel als immaterieel, waaronder het verlies aan verdienvermogen, nader op te maken bij staat met verwijzing daartoe naar de schadestaatprocedure, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de (nader te bepalen) dag van opeisbaarheid;
c) de proceskosten aan de zijde van [eiseres] gevallen, waaronder het salaris van de gemachtigde van [eiseres].
Grondslag van de vordering
3.2 [eiseres] heeft op grond van de door de Gemeente Dordrecht gepleegde onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) recht op schadevergoeding.
Zij stelt daartoe, naast de onder 2.1 tot en met 2.7 genoemde feiten, het volgende:
3.3 Sinds 1999 heeft [eiseres] bij de uitoefening van haar werkzaamheden lichamelijke en geestelijke klachten. Deze klachten bestaan onder andere uit angsten, sociale isolatie, slaapstoornissen, spontane bloedingen en het ontwikkelen van baarmoederhalskanker, zo blijkt ook uit verschillende producties bij dagvaarding. De klachten hebben uiteindelijk geleid tot volledige arbeidsongeschiktheid en opname gedurende 14 weken in herstellingsoord het Duinhuis.
3.4 De Gemeente Dordrecht heeft als werkgeefster haar zorgplicht tegenover [eiseres] geschonden (artikel 7:658 BW en de artikelen 3, 5 en 8 van de Arbeidsomstandighedenwet, al dan niet analoog toegepast), althans is haar verplichtingen als goed werkgeefster jegens [eiseres] niet nagekomen (artikel 7:611 BW). De schending van de zorgplicht door de Gemeente Dordrecht bestaat onder meer hieruit:
1. de nieuwe chef van [eiseres] heeft haar op een neerbuigende manier behandeld; hetgeen onder meer tot uitdrukking kwam in discussie over haar werktijd;
2. van een kennismakingsgesprek met de afdelingschef d.d.16 december 1999 is een onjuist gespreksverslag aan [eiseres] verstuurd;
3. [eiseres] diende ineens een assessment af te leggen, terwijl een deugdelijke uitleg van de noodzaak daarvan ontbrak, en
4. aan een opgesteld re-integratieplan is geen uitvoering gegeven.
3.5 De door [eiseres] opgelopen gezondheidsschade is een rechtstreeks gevolg van het nalaten van de Gemeente Dordrecht om aan haar zorgplicht ter voorkoming van gezondheidsschade te voldoen. Zij dient de schade dan ook te vergoeden.
Het verweer
3.6 De conclusie van de Gemeente Dordrecht strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.
Zij voert als verweer het volgende aan:
3.7 Ten tijde van de onderhavige zaak was [eiseres] als ambtenaar bij de Gemeente Dordrecht aangesteld. Het betreft hier dan ook een ambtenarenzaak.
3.8 Het besluit van 31 oktober 2006, waarbij het bezwaar van [eiseres] tegen de afwijzing van de aansprakelijkheid ongegrond is verklaard, heeft formele rechtskracht verkregen. De bestuursrechtelijke rechtsgang tegen het besluit van 31 oktober 2006 heeft voor [eiseres] open gestaan, maar zij heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Derhalve moet worden uitgegaan van de juistheid en rechtmatigheid van de afwijzing van de aansprakelijkheid door de Gemeente Dordrecht. De Gemeente Dordrecht heeft derhalve niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres] en de vordering dient te worden afgewezen.
3.9 Subsidiair bestrijdt de Gemeente Dordrecht de stelling dat [eiseres] in de periode na 1999 onrechtmatig is bejegend door de Gemeente Dordrecht of door personen die onder de verantwoordelijkheid van de Gemeente Dordrecht vallen.
4. De beoordeling van het geschil
4.1 Een bestuursrechtelijk besluit heeft formele rechtskracht indien daartegen een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang ter beschikking heeft gestaan en hiervan geen gebruik is gemaakt. Indien dit het geval is, moet worden uitgegaan van de rechtmatigheid van de inhoud en wijze van totstandkoming van dat besluit.
4.2 In het besluit van 31 oktober 2006 heeft de Gemeente Dordrecht aansprakelijkheid afgewezen. Dit besluit is onherroepelijk geworden, zodat er in deze procedure in beginsel van uitgegaan moet worden dat de Gemeente Dordrecht niet aansprakelijk is. Het opnieuw toetsen van aansprakelijkheid is niet mogelijk. [eiseres] had van het besluit van 31 oktober 2006 bij de bestuursrechter in beroep moeten komen.
4.3 [eiseres] beroept zich evenwel op de arresten HR 19 november 2002, AB 2003, 95 (Staat/Zevenbergen) en HR 17 december 1999, NJ 2000, 87 (Groningen/Raatgever). In deze arresten werd een uitzondering aangenomen op de formele rechtskracht. Bepaald werd dat, indien bij een ‘zuiver schadebesluit’ afwijzend is beslist op een verzoek tot schadevergoeding dat is gegrond op een onrechtmatig besluit, een uitzondering dient te worden aanvaard op de formele rechtskracht.
4.4 Uit RvS, Afd. Bestuursrechtspraak 6 mei 1997, AB 1997, 229 (Van Vlodrop) volgt dat een zuiver schadebesluit betreft ‘een besluit inhoudende een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek om vergoeding van schade’. Dit moet worden onderscheiden van de schriftelijke weigering om aansprakelijkheid te erkennen.
4.5 Het besluit van 31 oktober 2006, waarvan de Gemeente Dordrecht de formele rechtskracht inroept, is niet aan te merken als een zuiver schadebesluit. De aansprakelijkheid van de Gemeente Dordrecht in de onderhavige zaak is, zoals hiervoor reeds is overwogen, namelijk niet komen vast te staan, zo stelt overigens ook [eiseres] zelf. De uitzondering waarop [eiseres] zich beroept is hier derhalve niet van toepassing.
4.6 Op grond van de hiervoor onder 4.1 weergegeven hoofdregel kan de aansprakelijkheid van de Gemeente Dordrecht in deze procedure niet worden beoordeeld.
4.7 Gelet op het vorenstaande dient de vordering van [eiseres] te worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiseres] worden veroordeeld in de proceskosten.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de Gemeente Dordrecht bepaald op € 1.158,-- aan salaris van de advocaat/procureur en € 440,-- aan verschotten, waarvan € 440,-- aan griffierecht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 24 september 2008.