
Jurisprudentie
BF3167
Datum uitspraak2008-09-16
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Hertogenbosch
ZaaknummersAWB 07/1889
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Hertogenbosch
ZaaknummersAWB 07/1889
Statusgepubliceerd
Indicatie
Nadeelscompensatie in verband met afsluiting provinciale weg. Gelet op de feiten - eenmanszaak en beperkte periode van verkoop van pompoenen, sierkalebassen en sierfruit - heeft eiseres, door het overleggen van een handgeschreven kasboek en het aanbod om ook de daaraan ten grondslag liggende handgeschreven schriftjes van verkopen over te leggen, voldaan aan de verplichting om zo redelijkerwijs mogelijk een opgave van de aard en omvang van de schade te doen. Voldoende is bovendien aannemelijk gemaakt dat het gaat om schade in de uitoefening van een bedrijf. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om het opgevoerde schadebedrag voor onjuist te houden.
Uitspraak
RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH
Sector bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 07/1889
Uitspraak van de meervoudige kamer van 16 september 2008
inzake
[eiseres],
te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde [gemachtigde],
tegen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
te 's-Hertogenbosch,
verweerder,
gemachtigden C. Pietjouw en mr. drs. C.M.L. van der Lee.
Procesverloop
Bij besluit van 8 november 2006 heeft verweerder het verzoek van eiseres tot nadeelcompensatie in verband met geleden schade als gevolg van de afsluiting van de provinciale weg Boxtel-Schijndel (N618) in de periode 9 oktober 2006 tot 1 november 2006 afgewezen.
Bij brief van 3 december 2006 is namens eiseres tegen dit besluit bij verweerder bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 17 april 2007 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie gehandhaafd.
Bij brief van 3 juni 2007 heeft eiseres tegen dit besluit beroep doen instellen.
Het beroep is behandeld ter zitting van 22 augustus 2008, waar eiseres is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde, en verweerder bij gemachtigde.
Overwegingen
1. Gebleken is dat [eiseres] eigenares is van het onderhavige bedrijf ten aanzien waarvan gesteld wordt dat schade is geleden. De relevante stukken, waaronder het beroepschrift, zijn namens “[familie]” ondertekend door [gemachtigde], haar echtgenoot. Onder verwijzing naar de definitie van het begrip belanghebbende in artikel 1 van de Regeling Nadeelcompensatie Infrastructurele Voorzieningen 2006 (hierna: de Regeling) is de rechtbank van oordeel dat enkel [eiseres] als belanghebbende in de onderhavige zaak heeft te gelden. De rechtbank gaat er daarom van uit dat zij als eiseres moet worden aangemerkt in dit geding en dat haar echtgenoot optreedt als haar gemachtigde.
2. Aan de orde is of verweerder het verzoek van eiseres tot nadeelcompensatie in redelijkheid heeft kunnen afwijzen.
3. Eiseres exploiteert een agrarisch bedrijf gelegen aan de provinciale weg Boxtel-Schijndel (N618), genaamd de [agrarisch bedrijf]. Eiseres stelt schade te hebben geleden door de slechte bereikbaarheid van haar woning/bedrijf als gevolg van de plotselinge uitvoering van werkzaamheden aan de Schijndelsedijk aldaar in de periode 9 oktober 2006 tot 1 november 2006. De geschatte schade bedraagt € 1.725,00 (23 dagen x € 75,00) en bestaat uit de verminderde verkoop van pompoenen, sierkalebassen en sierfruit aan huis. De piek van de verkoop van deze producten ligt juist in de maand oktober.
4. Verweerder heeft het verzoek van eiseres om nadeelcompensatie in essentie afgewezen op de grond dat eiseres naar de mening van verweerder met het overleggen van een handmatig ingevuld kasboek met daarin de verkoopbedragen van de pompoenen en dergelijke over 2004, 2005 en 2006 en een aantal opgaven van de Informatie Beheer Groep over 2003, 2004 en 2005 geen betrouwbare en verifieerbare gegevens heeft overgelegd waaruit blijkt dat schade is geleden en wat de omvang van die schade is. Verweerder heeft eiseres daarom verzocht met name belastingaangiften en/of aanslagen inkomstenbelasting over te leggen, aan welk verzoek eiseres geen gehoor heeft gegeven.
5. Eiseres is van mening dat de door haar overgelegde gegevens voldoen. Zij heeft erop gewezen dat een landbouwbedrijf ingevolge de zogenoemde landbouwregeling geen BTW-administratie behoeft te voeren en een klein bedrijf als dat van haar, wat de verkoop van pompoenen en dergelijke betreft, mede daarom slechts beschikt over de elke dag in de desbetreffende periode bijgehouden schriftjes van de verkoop en het handmatig ingevulde kasboek, welk kasboek overigens altijd door de fiscus is geaccepteerd. Eiseres heeft voorts opgemerkt dat de Informatie Beheer Groep zijn gegevens baseert op informatie van de Belastingdienst, zodat wel degelijk sprake is van objectieve gegevens. Eiseres heeft verder aangegeven dat zij uit een oogpunt van bescherming van privacy geen opgaven van de inkomstenbelasting wenst te overleggen, waarbij zij heeft aangetekend dat deze gegevens naar haar mening niet meer inzicht kunnen verschaffen dan met de overgelegde gegevens reeds is gegeven.
6. Ingevolge artikel 21 van de Regeling is de regeling van toepassing op alle verzoeken om nadeelcompensatie die zijn ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling. Reeds lopende, maar nog niet afgehandelde zaken zullen zoveel mogelijk naar letter en geest van deze regeling worden behandeld. De belangen van verzoeker worden daarbij met uiterste zorgvuldigheid bezien.
7. De Regeling geldt vanaf 10 januari 2007 en het verzoek van eiseres om nadeelcompensatie dateert van 6 oktober 2006. Verweerder heeft ter zitting aangegeven het verzoek van eiseres zoveel mogelijk naar de letter en de geest van de Regeling te hebben behandeld.
8. Ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Regeling is belanghebbende/betrokkene: diegene die stelt schade te lijden dan wel te zullen lijden.
9. In artikel 2, eerste lid, van de Regeling is bepaald dat de regeling van toepassing is op aanvragen tot vergoeding van schade uit de rechtmatige uitoefening door de Provincie Noord-Brabant of een van haar bestuursorganen van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak betreffende het in stand houden, wijzigen en zo nodig uitbreiden van het stelsel van Infrastructurele voorzieningen.
10. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Regeling kennen Gedeputeerde Staten een belanghebbende, die als gevolg van de in artikel 2 genoemde bevoegdheden en taken, schade lijdt of zal lijden, op diens verzoek een vergoeding toe, voor zover deze schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd of verzekerd had kunnen zijn.
11. Ingevolge artikel 12, eerste lid, en onder f, van de Regeling bevat het verzoek tot nadeelcompensatie zo redelijkerwijs mogelijk een opgave van de aard en omvang van de schade.
12. De rechtbank is van oordeel dat eiseres met het overleggen van het handmatig ingevulde kasboek en het aanbod ook de onderliggende schriftjes over te leggen, heeft voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 12, eerste lid, en onder f, van de Regeling ter onderbouwing van een verzoek tot nadeelcompensatie van haar mag worden verlangd. In dit verband merkt de rechtbank nog op dat eiseres heeft aangevoerd dat het overgelegde kasboek achteraf is opgesteld naar aanleiding van een verzoek van de zijde van verweerder en dat verweerder het niet nodig heeft geacht de aan dat kasboek ten grondslag liggende handgeschreven, destijds dagelijks bijgehouden schriftjes van de verkoop over te leggen. Het handmatig ingevulde kasboek bevat een overzicht van de huisverkoop van pompoenen en sierfruit in de perioden september tot en met november over de jaren 2004 tot en met 2006. Daaruit valt af te leiden dat de opbrengst van de verkoop in de maand oktober 2006 in verhouding tot de opbrengst van de verkoop in die maand in voorgaande jaren minder is. Gelet op het feit dat sprake is van een bestaande eenmanszaak en gegeven de beperkte periode in het jaar waarin de verkoop van pompoenen, sierkalebassen en sierfruit plaatsvindt, heeft eiseres verweerder in het onderhavige geval met het kasboek en het aanbod van de onderliggende schriftjes voldoende aanwijzingen geboden om de aard en omvang van de schade te bepalen. In dit verband zij opgemerkt dat hier niet naar de jaaromzet van het gehele bedrijf maar specifiek naar de gederfde inkomsten uit de verkoop van pompoenen, sierkalebassen en sierfruit moet worden gekeken, zodat het kasboek juist daarom geschikt is om de gestelde schade mee te onderbouwen.
13. Voor zover verweerder heeft betoogd dat ingevolge de Regeling enkel omzetschade voor vergoeding in aanmerking kan komen, heeft eiseres met het door haar overgelegde advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen van 2 oktober 2002, de door haar overgelegde informatie van de Kamer van Koophandel en van de website van de Belastingdienst en voorts met hetgeen tijdens de hoorzitting en de zitting van de rechtbank is aangevoerd, naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van schade in de uitoefening van een bedrijf. De rechtbank ziet voorts geen grond het door eiseres opgevoerde schadebedrag van € 1.725,00 voor onjuist te houden.
14. Het vorenstaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder zijn besluit tot afwijzing van het verzoek tot nadeelcompensatie met de stelling dat eiseres geen betrouwbare en verifieerbare gegevens heeft overgelegd in strijd met het bepaalde in artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het beroep van eiseres is daarom gegrond. De rechtbank zal het besluit op bezwaar van 17 april 2007 vernietigen en bepalen dat verweerder een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
15. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, nu eiseres geen gebruik heeft gemaakt van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en eiseres niet specifiek om vergoeding van andere kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft verzocht. Wel zal de rechtbank bepalen dat aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 143,00 dient te worden vergoed.
16. Beslist wordt als volgt.
Beslissing
De rechtbank,
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
- gelast de provincie Noord-Brabant aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 143,00 te vergoeden.
Aldus gedaan door mr. D.J. de Lange als voorzitter en mr. A.A.H. Schifferstein en mr. F.P.J.M. Otten als leden in tegenwoordigheid van mr. D.M. Manie als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2008.
De griffier is buiten staat om deze uitspraak mede te ondertekenen
Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending
van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
Afschriften verzonden: