Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF3158

Datum uitspraak2008-09-23
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
Zaaknummers107.001.580/01
Statusgepubliceerd


Indicatie

Evenals de kantonrechter kan het hof [appellant] niet in diens standpunt volgen dat uitsluitend een huurovereenkomst met [geïntimeerde] in privé is gesloten. De huurovereenkomst is met Café Moeders Pot BV i.o. gesloten. Op het moment dat deze rechtspersoon die partijen bij het aangaan van de huurovereenkomst op het oog hadden daadwerkelijk was opgericht, is sprake van een huurovereenkomst met een rechtspersoon, waarbij [appellant] als verhuurder niets over de eigendomsverhoudingen met betrekking tot de aandelen en de bestuursbenoemingen binnen die rechtspersoon heeft te vertellen. In de situatie dat [geïntimeerde] de rechtspersoon zelf had opgericht, de rechtspersoon de huurovereenkomst had bekrachtigd terwijl [geïntimeerde] nadien de aandelen had vervreemd aan [de exploitant], had [appellant] daar niets tegen in kunnen brengen. De huurovereenkomst bevat geen enkele bepaling die een persoonlijke betrokkenheid van [geïntimeerde] bij de exploitatie van het café vereist. Artikel 3.1 van de algemene bepalingen, hiervoor geciteerd onder 1.5, kan [appellant] in die situatie niet baten, omdat hij er mee heeft ingestemd dat de huurovereenkomst door [geïntimeerde] namens Café Moeders Pot B.V. i.o. werd gesloten.


Uitspraak

Arrest d.d. 23 september 2008 Zaaknummer 107.001.580/01 HET GERECHTSHOF TE ARNHEM Nevenzittingsplaats Leeuwarden Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellant], wonende te [woonplaats appellant], appellant, in eerste aanleg: eiser, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr R.R.F. van der Mark, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats geïntimeerde], geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. P.M. Wilmink. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 18 oktober 2006 door de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad, verder aan te duiden als de kantonrechter. Het geding in hoger beroep Bij exploot van 17 januari 2007 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 20 februari 2007. De conclusie van de memorie van grieven d.d. 20 mei 2008, waarbij tevens producties zijn overgelegd, luidt: ''om bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad: I het vonnis dat 18 oktober 2006 onder rolnummer 06-6071 tussen partijen is gewezen door de rechtbank te Zwolle-Lelystad, sector Kanton, locatie Lelystad, te vernietigen, alsmede II De vorderingen van [appellant] zoals geformuleerd in de dagvaarding van 18 april 2006 alsnog toe te wijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.'' Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd, onder overlegging van producties, met als conclusie: ''om bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, [appellant] niet ontvankelijk te verklaren in zijn beroep dan wel het bestreden vonnis te bekrachtigen (al dan niet onder aanvulling en/of verbetering van de gronden waar het op rust) onder veroordeling van appellant in de kosten.'' Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De grieven [appellant] heeft twee grieven opgeworpen. De beoordeling Ten aanzien van de feiten 1. Tussen partijen staan de volgende feiten vast als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende weersproken. 1.1. [appellant] is eigenaar van het bedrijfspand aan het [adres], waarin een eetcafé onder de naam "Moeders Pot" wordt geëxploiteerd. 1.2. Tot 2005 was de heer [betrokkene] exploitant van deze horeca-gelegenheid. Medio 2005 zijn [betrokkene] en [geïntimeerde] met elkaar in contact geraakt over de overname van "Moeders Pot". [appellant] is door hen benaderd voor overname van de huurovereenkomst. 1.3. [geïntimeerde] wenste de huur over te nemen in de vorm van een besloten vennootschap. 1.4. Begin oktober is tussen [appellant] als verhuurder en Café Moeders Pot B.V. i.o. , vertegenwoordigd door [geïntimeerde], een schriftelijke huurovereenkomst opgesteld voor de duur van vijf jaar, ingaande 1 oktober 2005, tegen een jaarhuur van € 9.000,--. Op deze huurovereenkomst zijn de algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte ex artikel 7A:1624 BW van toepassing verklaard. 1.5. Onder het kopje "Onderhuur", wordt in die algemene bepalingen het volgende vermeld: 3.1 Behoudens voorafgaande toestemming van verhuurder is het huurder niet toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan derden in huur, onderhuur of gebruik af te staan, ofwel de huurrechten geheel of gedeeltelijk aan derden over te dragen of in te brengen in een maatschap of rechtspersoon. 3.2 Ingeval huurder handelt in strijd met bovenstaande bepaling, verbeurt hij aan verhuurder per kalenderdag dat de overtreding voortduurt een direct opeisbare boete, gelijk aan tweemaal de op dat moment voor huurder geldende huurprijs per dag, onverminderd het recht van verhuurder om nakoming dan wel ontbinding van de overeenkomst, alsmede schadevergoeding te vorderen. 1.6. De eerste kwartaalhuur werd door genoemde BV i.o. op 6 oktober 2005 voldaan. 1.7. Café Moeders Pot BV i.o. werd op 13 januari 2006 "overgedragen" aan [de exploitant] die ook de exploitatie van het eetcafé heeft overgenomen. De BV i.o. was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 39 39091458, zowel vóór als na de overdracht aan [de exploitant]. Op 27 februari 2006 wordt Café Moeders Pot BV gevestigd, met als bestuurder [de exploitant] BV. 1.8. Café Moeders Pot BV heeft sedertdien huurbetalingen gedaan. De procedure in eerste aanleg 2. [appellant] heeft in eerste aanleg ontbinding van de met [geïntimeerde] gesloten huurovereenkomst gevorderd, stellende dat Café Moeders Pot BV niet gelijk gesteld kan worden met de BV i.o. die de huurovereenkomst van oktober 2005 heeft getekend. Volgens [appellant] pleegt [geïntimeerde] wanprestatie omdat hij het gehuurde niet zelf exploiteert en dient op die grond de met hem gesloten huurovereenkomst te worden ontbonden; voorts moet hij het gehuurde ontruimen en is hij de boete verschuldigd van artikel 3.2 van de algemene voorwaarden. 2.1. De kantonrechter heeft, oordelende dat Café Moeders Pot BV wel de vennootschap is die partijen bij het sluiten van de overeenkomst op het oog hadden, de vorderingen van [appellant] afgewezen omdat Café Moeders Pot BV de huurovereenkomst heeft bekrachtigd. Met betrekking tot grief 1 3. In deze grief vecht [appellant] het oordeel van de kantonrechter aan dat Café Moeders Pot BV de rechtpersoon was die partijen op het oog hadden bij het sluiten van de huurovereenkomst van oktober 2005. In de toelichting op de grief, onder randnummer 11 van de memorie van grieven, betrekt [appellant] het standpunt dat [geïntimeerde] verplicht was om de exploitatie zelf ter hand te nemen en dat hij niet gerechtigd was om zonder toestemming van [appellant] de exploitatie van het café aan [de exploitant] over te laten. 4. Evenals de kantonrechter kan het hof [appellant] niet in diens standpunt volgen dat uitsluitend een huurovereenkomst met [geïntimeerde] in privé is gesloten. De huurovereenkomst is met Café Moeders Pot BV i.o. gesloten. Op het moment dat deze rechtspersoon die partijen bij het aangaan van de huurovereenkomst op het oog hadden daadwerkelijk was opgericht, is sprake van een huurovereenkomst met een rechtspersoon, waarbij [appellant] als verhuurder niets over de eigendomsverhoudingen met betrekking tot de aandelen en de bestuursbenoemingen binnen die rechtspersoon heeft te vertellen. In de situatie dat [geïntimeerde] de rechtspersoon zelf had opgericht, de rechtspersoon de huurovereenkomst had bekrachtigd terwijl [geïntimeerde] nadien de aandelen had vervreemd aan [de exploitant], had [appellant] daar niets tegen in kunnen brengen. De huurovereenkomst bevat geen enkele bepaling die een persoonlijke betrokkenheid van [geïntimeerde] bij de exploitatie van het café vereist. Artikel 3.1 van de algemene bepalingen, hiervoor geciteerd onder 1.5, kan [appellant] in die situatie niet baten, omdat hij er mee heeft ingestemd dat de huurovereenkomst door [geïntimeerde] namens Café Moeders Pot B.V. i.o. werd gesloten. 5. In dit geval is de Café Moeders Pot BV niet opgericht door [geïntimeerde], maar is de BV i.o. voor de oprichting overgedragen aan [de exploitant]. De in deze te beantwoorden vraag is of daardoor sprake is van een wezenlijk andere situatie dan hiervoor onder 4 is beschreven. Evenals de kantonrechter beantwoordt het hof deze vraag ontkennend. Partijen hebben beoogd dat Café Moeders Pot BV de huurder van het café werd. De onder die naam opgerichte vennootschap is te vereenzelvigen met de gelijknamige BV i.o. die in het huurcontract als huurder optrad, gelet op de inschrijving onder hetzelfde dossiernummer bij de Kamer van Koophandel en hetgeen anderszins te dezen vast staat. Dat de oprichter niet dezelfde persoon is als [geïntimeerde] die bij de ondertekening van het huurcontract optrad als gemachtigde namens die BV i.o., acht het hof niet doorslaggevend, omdat in de huurovereenkomst niets is opgenomen omtrent enige betrokkenheid van [geïntimeerde] in privé bij de exploitatie van het café. 6. De grief faalt. Met betrekking tot grief 2 7. In deze grief betoogt [appellant] dat Café Moeders Pot BV de huurovereenkomst niet heeft bekrachtigd. Het hof kan [appellant] in dit standpunt evenmin volgen. Uit de huurbetalingen zijdens Café Moeders Pot BV aan [appellant] en uit de brief, als productie 7 bij de inleidende dagvaarding overgelegd, van [de exploitant] als algemeen directeur van Café Moeders Pot BV - op dat moment ten onrechte nog voorzien van de toevoeging "i.o." - waarin deze schrijft: "Ik verzeker u namens Cafe Moeders Pot BV dat het huurcontract gerespecteerd zal worden en dat alle verplichtingen zullen worden nagekomen", blijkt afdoende van een bekrachtiging door die vennootschap. Dat vervolgens een dispuut is ontstaan over de hoogte van de in rekening gebrachte huurprijs, doet hier niet aan af. 8. Ook deze grief treft geen doel. 9. Het hof passeert het in algemene termen gestelde bewijsaanbod als onvoldoende gespecificeerd. De slotsom. 10. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep, voor wat het salaris betreft te begroten op 1 punt naar tarief II. De beslissing Het gerechtshof: bekrachtigt het vonnis waarvan beroep; veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op € 251,-- aan verschotten en € 894,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat en verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gewezen door mrs. Mollema, voorzitter, Kuiper en Breemhaar, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 23 september 2008 in bijzijn van de griffier.