
Jurisprudentie
BF2970
Datum uitspraak2008-09-23
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers107.000.942
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers107.000.942
Statusgepubliceerd
Indicatie
Het hof zal de vordering van [appellant] tot de in de vorige rechtsoverweging genoemde bedragen toewijzen. Over het bedrag van € 1.942,81 is de wettelijke rente toewijsbaar vanaf 6 mei 2004. [appellant] heeft deze datum als ingangsdatum voor de wettelijke rente gevorderd en de kantonrechter heeft de wettelijke rente vanaf deze ingangsdatum toegewezen. Tegen de ingangsdatum is in appel niet opgekomen, zodat ook het hof deze ingangsdatum zal hanteren. [geïntimeerden] hebben in grief 6 in het principaal appel wel bezwaar gemaakt tegen toewijzing van de wettelijke rente, maar hun bezwaren zijn slechts gebaseerd op de stelling dat [appellant] niets te vorderen heeft. Omdat deze stelling onjuist is gebleken, ontvalt de grond aan hun verweer tegen toewijzing van de wettelijke rente. De grief faalt derhalve. Over het bedrag van € 1.800,00 zal het hof geen wettelijke rente toewijzen, omdat [appellant] dat niet gevorderd heeft.
Uitspraak
Arrest d.d. 23 september 2008
Zaaknummer 107.000.942 (voorheen 0600117)
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats en -gemeente appellant],
appellant in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel,
in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. P.R. van der Elst te Leeuwarden,
tegen
1. Maatschap [geïntimeerden 2 en 3],
handelend onder de naam HA 106,
gevestigd te [vestigingsplaats en -gemeente],
2. [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats en -gemeente geïntimeerde 2],
3. [geïntimeerde 3],
wonende te [woonplaats en -gemeente geïntimeerde 3],
geïntimeerden in het principaal en appellanten in het incidenteel appel,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden],
advocaat: mr. C. Grondsma te Leeuwarden.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 4 juni 2008 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
In genoemd tussenarrest heeft het hof [appellant] een bewijsopdracht verstrekt. [appellant] heeft te kennen gegeven af te zien van het leveren van getuigenbewijs.
Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
1. In het tussenarrest van 6 februari 2008 heeft het hof de diverse onderdelen van de (in appel vermeerderde) vordering van [appellant] gerangschikt en aangeduid met a tot en met f. De reconventionele vorderingen van [geïntimeerden] zijn aangeduid met g tot en met i.
2. In de tussenarresten van 6 februari 2008 en 4 juni 2008 heeft het hof op alle onderdelen van de vorderingen in conventie en in reconventie beslist, met uitzondering van de vorderingen onder b. en d., te weten de vorderingen van [appellant] tot vergoeding van ziekengeld en tot schadevergoeding vanwege ontijdige opzegging van de overeenkomst door [geïntimeerden]
3. Nu [appellant] het hem opgedragen bewijs niet heeft geleverd, kan er niet van worden uitgegaan dat hij zich op 19 juli 2003 ziek heeft gemeld bij [geïntimeerde 2] en evenmin dat [geïntimeerde 2] de overeenkomst toen heeft opgezegd. Daarmee komt de grondslag aan de beide vorderingen te ontvallen. De vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar. Uit het voorgaande volgt dat de grieven 2 en 3 in het principaal appel falen.
4. Gelet op hetgeen omtrent de diverse vorderingen is beslist, heeft [appellant] aanspraak op betaling door [geïntimeerden] van een bedrag van € 1.800,00 (vordering a. - rechtsoverweging 9 van het arrest van 4 juni 2008) en van € 1.942,81 (rechtsoverweging 19 van het arrest van 6 februari 2008). De andere onderdelen van de vordering van [appellant] zijn niet toewijsbaar. Voor de diverse onderdelen van de (tegen)vordering van [geïntimeerden] geldt hetzelfde.
5. Het hof zal de vordering van [appellant] tot de in de vorige rechtsoverweging genoemde bedragen toewijzen. Over het bedrag van € 1.942,81 is de wettelijke rente toewijsbaar vanaf 6 mei 2004. [appellant] heeft deze datum als ingangsdatum voor de wettelijke rente gevorderd en de kantonrechter heeft de wettelijke rente vanaf deze ingangsdatum toegewezen. Tegen de ingangsdatum is in appel niet opgekomen, zodat ook het hof deze ingangsdatum zal hanteren. [geïntimeerden] hebben in grief 6 in het principaal appel wel bezwaar gemaakt tegen toewijzing van de wettelijke rente, maar hun bezwaren zijn slechts gebaseerd op de stelling dat [appellant] niets te vorderen heeft. Omdat deze stelling onjuist is gebleken, ontvalt de grond aan hun verweer tegen toewijzing van de wettelijke rente. De grief faalt derhalve. Over het bedrag van € 1.800,00 zal het hof geen wettelijke rente toewijzen, omdat [appellant] dat niet gevorderd heeft.
6. Het toe te wijzen bedrag is, nu van een arbeidsovereenkomst tussen partijen geen sprake is en gesteld noch gebleken is dat [geïntimeerden] om een andere reden inhoudingsplichtig zijn, geen bruto-bedrag. [geïntimeerden] dienen het bedrag dan ook aan [appellant] te betalen zonder er inhoudingen op te verrichten.
7. [appellant] vordert ook in appel de hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerden] De kantonrechter heeft de vordering tot een hoofdelijke veroordeling afgewezen. Tegen deze beslissing, en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen, heeft [appellant] geen grief gericht, zodat deze in hoger beroep in stand kan blijven.
8. Het door het hof in conventie toewijsbaar geoordeelde bedrag wijkt af van het door de kantonrechter toegewezen bedrag. Om die reden zal het hof het vonnis in conventie vernietigen, behoudens de beslissing omtrent de proceskosten. Beide partijen zijn gedeeltelijk in het gelijk gesteld. Dat betekent dat grief 4 in het principaal arrest, voor zover die zich keert tegen de beslissing omtrent de proceskosten, faalt. Het vonnis in reconventie wordt bekrachtigd, nu het hof met de kantonrechter van oordeel is dat de vordering in reconventie niet toewijsbaar is.
9. Beide partijen zijn in zowel het principaal als het incidenteel appel op onderdelen in het gelijk gesteld. De proceskosten worden derhalve gecompenseerd.
10. De kantonrechter heeft de veroordeling van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] tot betaling van € 1.942,81 uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Daartegen is geen grief gericht, zodat de veroordeling ook in hoger beroep uitvoerbaar bij voorraad blijft. Het bedrag van € 2.935,00, waarvan het hof € 1.800,00 toewijsbaar acht, is voor het eerst bij memorie van grieven gevorderd. In de conclusie van de memorie van grieven ontbreekt de "uitvoerbaar bij voorraad" clausule echter, zodat deze veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard.
De beslissing:
Het gerechtshof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover in conventie gewezen, behoudens voor wat betreft de proceskostenveroordeling, en in zoverre opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] om aan [appellant] te betalen een bedrag van
€ 1.942,81, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2004 tot aan het tijdstip van voldoening van de vordering, en een bedrag van € 1.800,00;
verklaart de veroordeling tot betaling van een bedrag van € 1.942,81 met de wettelijke rente over dit bedrag uitvoerbaar bij voorraad;
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover in reconventie gewezen en voor wat betreft de proceskostenveroordeling in conventie;
compenseert de proceskosten van het principaal en het incidenteel appel, in dier voege dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mrs. Zuidema, voorzitter, Breemhaar en De Hek, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 23 september 2008 in bijzijn van de griffier.