
Jurisprudentie
BF2724
Datum uitspraak2008-09-23
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats's-Gravenhage
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 08/31508
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats's-Gravenhage
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 08/31508
Statusgepubliceerd
Indicatie
Vreemdelingenbewaring / China / voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn
Hoewel uit de afgifte van de lp door de Chinese autoriteiten op 8 september 2008 niet kan worden afgeleid dat deze afgifte heeft plaatsgevonden in het kader van een veranderde opstelling van de Chinese autoriteiten m.b.t. het beleid van afgifte van lp´s, stelt de rechtbank vast dat evengenoemde afgifte is gebaseerd op vrijwel dezelfde gegevens als die door de vreemdeling in casu zijn verstrekt, namelijk de naam, de geboorteplaats en het identiteitsnummer. In dit geval heeft de vreemdeling verstrekt: naam, adres en identiteitsnummer. Kennelijk is het voor de Chinese autoriteiten, evenals in het door verweerder aangegeven geval, voldoende om een onderzoek in te stellen naar de herkomst van de vreemdeling indien deze drie gegevens beschikbaar zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat vooralsnog voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat het in het door verweerder aangegeven geval, evenals in dit beroep, gaat om een Chinese vreemdeling zonder identiteitspapieren, die geen beroep heeft gedaan op de IOM. Beroep ongegrond.
Hoewel uit de afgifte van de lp door de Chinese autoriteiten op 8 september 2008 niet kan worden afgeleid dat deze afgifte heeft plaatsgevonden in het kader van een veranderde opstelling van de Chinese autoriteiten m.b.t. het beleid van afgifte van lp´s, stelt de rechtbank vast dat evengenoemde afgifte is gebaseerd op vrijwel dezelfde gegevens als die door de vreemdeling in casu zijn verstrekt, namelijk de naam, de geboorteplaats en het identiteitsnummer. In dit geval heeft de vreemdeling verstrekt: naam, adres en identiteitsnummer. Kennelijk is het voor de Chinese autoriteiten, evenals in het door verweerder aangegeven geval, voldoende om een onderzoek in te stellen naar de herkomst van de vreemdeling indien deze drie gegevens beschikbaar zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat vooralsnog voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat het in het door verweerder aangegeven geval, evenals in dit beroep, gaat om een Chinese vreemdeling zonder identiteitspapieren, die geen beroep heeft gedaan op de IOM. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht
Vreemdelingenkamer, enkelvoudige kamer
Reg.nr : AWB 08/31508 VRONTN
UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 Algemene wet bestuursrecht beroep vrijheidsontnemende maatregel
Inzake :
[de vreemdeling], V-nummer 272.523.9158, thans verblijvende op het Detentieplatform Zaandam te Zaandam, hierna te noemen de vreemdeling,
gemachtigde mr. R.W. Koevoets, advocaat te Rotterdam,
tegen:
de Staatssecretaris van Justitie, verweerder, gemachtigde mr. A.H. Straatman.
I ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
1 De vreemdeling heeft gesteld te zijn geboren op [1981] en de Chinese nationaliteit te hebben.
2 Op 1 september 2008 heeft de vreemdeling een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. Het beroep is gericht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die verweerder bij besluit van 24 juni 2008 de vreemdeling heeft opgelegd. In het beroepschrift is tevens verzocht om schadevergoeding.
3 De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 15 september 2008. De vreemdeling en zijn gemachtigde zijn - met kennisgeving - niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
4 Aangezien de rechtbank van oordeel was dat het onderzoek niet volledig is geweest, heeft zij het onderzoek heropend op 16 september 2008. Hierop zijn partijen in de gelegenheid gesteld om nadere informatie aan de rechtbank te verschaffen.
5 Verweerder heeft bij faxbericht van 18 september 2008 nadere gegevens aan de rechtbank doen toekomen. De gemachtigde van de vreemdeling heeft vervolgens bij faxbericht van 22 september 2008 deze informatie van een reactie voorzien.
6 Partijen hebben de rechtbank schriftelijk toestemming verleend de zaak zonder nadere zitting af te doen. De rechtbank heeft hierop het onderzoek gesloten.
II OVERWEGINGEN
1 De rechtbank stelt voorop dat over de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring als zodanig reeds is beslist bij uitspraak van deze rechtbank van 14 juli 2008. Voorts is laatstelijk bij uitspraak van 28 augustus 2008 geoordeeld dat het voortduren van de bewaring rechtmatig was. Derhalve staat thans ter beoordeling of verdere voortduring van de maatregel van bewaring, gegeven de omstandigheden van het geval, rechtmatig is.
2 Op grond van de stukken is de rechtbank van oordeel dat het voortduren van de onderwerpelijke vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is.
3 De rechtbank overweegt als volgt.
Hoewel uit de afgifte van de laissez-passer door de Chinese autoriteiten op 8 september 2008 niet kan worden afgeleid dat deze afgifte heeft plaatsgevonden in het kader van een veranderde opstelling van de Chinese autoriteiten met betrekking tot het beleid van afgifte van laissez-passers, stelt de rechtbank vast dat evengenoemde afgifte is gebaseerd op vrijwel dezelfde gegevens als die door de vreemdeling in casu zijn verstrekt, namelijk de naam, de geboorteplaats en het identiteitsnummer. In dit geval heeft de vreemdeling verstrekt: naam, adres en identiteitsnummer. Kennelijk is het voor de Chinese autoriteiten, evenals in het door verweerder aangegeven geval, voldoende om een onderzoek in te stellen naar de herkomst van de vreemdeling indien deze drie gegevens beschikbaar zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat vooralsnog voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat het in het door verweerder aangegeven geval, evenals in dit beroep, gaat om een Chinese vreemdeling zonder identiteitspapieren, die geen beroep heeft gedaan op de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).
4 Niet is gebleken dat de voortzetting van de bewaring ten aanzien van de vreemdeling in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten.
5 Het beroep is derhalve ongegrond. Er is geen grond voor het toekennen van schadevergoeding.
6 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III BESLISSING
De rechtbank ’s-Gravenhage
RECHT DOENDE:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus gedaan door mr. J.W.H.B. Sentrop en uitgesproken in het openbaar op 23 september 2008, in tegenwoordigheid van R.A. Ramradj, griffier.
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Afschrift verzonden op: