
Jurisprudentie
BF2278
Datum uitspraak2008-09-26
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers08/01956
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers08/01956
Statusgepubliceerd
Indicatie
Nationaliteitsrecht. Verlies van het Nederlanderschap door van rechtswege verkregen Surinaamse nationaliteit ingevolge de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen Nederland en Suriname (81 RO).
Conclusie anoniem
08/01956
Mr L. Strikwerda
Parket, 11 aug. 2008
conclusie inzake
[Verzoeker]
tegen
De Staat der Nederlanden
Edelhoogachtbaar College,
1. Het tijdig door verzoeker tot cassatie, hierna: [verzoeker], ingestelde cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 maart 2008, waarbij het door [verzoeker] op de voet van art. 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) ingediende verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van [verzoeker] werd afgewezen, berust op één middel. Het voorgestelde middel kan naar mijn oordeel niet tot cassatie leiden en noopt niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, zodat de Hoge Raad de klachten kan verwerpen met toepassing van art. 81 RO. De zaak komt daarom in aanmerking voor een verkorte conclusie.
2. Het middel behelst, als ik het goed zie, twee klachten.
3. De eerste klacht houdt in dat (de rechtbank heeft miskend dat) art. 5 van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen Nederland en Suriname (TOS) geen bepaling bevat dat, indien de Surinaamse nationaliteit van rechtswege is verkregen, hierdoor de Nederlandse nationaliteit verloren gaat.
4. De klacht faalt. Uit art. 2 lid 1 TOS volgt dat het van rechtswege verkrijgen van de Surinaamse nationaliteit ingevolge de TOS, zoals ten aanzien van [verzoeker] door de rechtbank, onbestreden in cassatie, is vastgesteld, het verlies van het Nederlanderschap tot gevolg heeft.
5. De tweede klacht strekt ten betoge dat (de rechtbank heeft miskend dat) dat, nu [verzoeker] noch expliciet noch impliciet te kennen heeft gegeven de Surinaamse nationaliteit te willen verkrijgen, het verstrekken van het Nederlandse paspoort aan hem op 4 april 1990 ertoe leidt dat hij hiermede ook de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.
6. De klacht is ongegrond. Geen bepaling van de TOS of de RWN kent aan de door de klacht bedoelde omstandigheid het gevolg toe dat in een geval als het onderhavige de Nederlandse nationaliteit wordt verkregen. De klacht noemt ook geen bepalingen waaruit dit gevolg zou kunnen worden afgeleid.
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Uitspraak
26 september 2008
Eerste Kamer
08/01956
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.G. Evers,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instantie
Met een op 19 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit.
De Staat heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 6 maart 2008 het verzoek afgewezen.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 26 september 2008.