
Jurisprudentie
BF2231
Datum uitspraak2008-09-24
Datum gepubliceerd2008-09-25
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/7208 ZW + 06/7213 ZW
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-25
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/7208 ZW + 06/7213 ZW
Statusgepubliceerd
Indicatie
Weigering ziekengeld, aangezien recht op loon doorbetaling. Beroep ingesteld door werkgever. Werkneemster aanmerken als arbeidsgehandicapte. Wet REA. Vijfjarentermijn. Aanzienlijk verhoogd risico op uitval? Verlenging? Gelijkheidsbeginsel.
Uitspraak
06/7208 ZW
06/7213 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 november 2006, 05/1829 en 05/1831 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
met tevens als partij:
[Naam werkneemster] (hierna: werkneemster).
Datum uitspraak: 24 september 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft T.G. de Winter, sociaal juridisch medewerker in dienst van appellante, hoger beroep ingesteld.
Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Namens werkneemster heeft I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2008. Namens appellante is verschenen T.G. de Winter. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M. van Leeuwen. Namens werkneemster was aanwezig I.T. Martens.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Werkneemster is per 1 oktober 1999 in dienst getreden van appellante in de functie van telefoniste/receptioniste. Nadat was gebleken dat werkneemster een gehoorprobleem had, dat zij bij de sollicitatie niet had vermeld, heeft appellante in maart 2001 voor werkneemster bij het Uwv een werkvoorziening aangevraagd in de vorm van een headset. Het Uwv heeft deze werkvoorziening verleend bij besluit van 10 april 2001. Vervolgens heeft appellante in oktober 2003 bij het Uwv een plaatsingsbudget op grond van artikel 17 van de Wet reïntegratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) aangevraagd. Bij besluit van 26 januari 2005 heeft Uwv appellante per 1 oktober 1999 in aanmerking gebracht voor een plaatsingsbudget.
1.2. Op 19 oktober 2004 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Zij is nadien weer aan het werk gegaan. Vervolgens heeft werkneemster zich per 12 maart 2005 ziek gemeld.
Bij besluiten van respectievelijk 7 juli 2005 en 25 augustus 2005 heeft het Uwv geweigerd werkneemster per 19 oktober 2004 respectievelijk 12 maart 2005 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) op de grond dat werkneemster recht had op loondoorbetaling door appellante.
2. Tegen deze besluiten is namens appellante bezwaar gemaakt. Bij besluiten van 20 oktober 2005 (bestreden besluit 1) en 21 oktober 2005 (bestreden besluit 2) heeft het Uwv de bezwaren van appellante ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de beroepen tegen de bestreden besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard.
4. Appellante stelt in hoger beroep dat het Uwv zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de termijn van vijf jaar van artikel 29b van de ZW ten tijde van de ziekmeldingen was verlopen, nu werkneemster op 20 maart 2001 door een arbeidsdeskundige was gezien en de termijn van vijf jaar derhalve tenminste tot 20 maart 2006 was verlengd. Zo niet, dan had het Uwv het initiatief moeten nemen tot de beoordeling of appellante aanspraak kon maken op verlenging van de vijfjaar termijn. Appellante wist niet dat een verlengingsaanvraag moest worden ingediend omdat het Uwv een verlenging ambtshalve toekent. Voorts meent appellante dat het Uwv het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden.
5. De Raad overweegt als volgt.
5.1.1. Artikel 29b, eerste lid, van de ZW bepaalt, onder meer, dat de werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3,4 of 5, arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken recht heeft op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die aangevangen zijn in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
5.1.2. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van het Besluit van 20 juli 1998, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van een arbeidshandicap als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Arbeidsgehandcaptebesluit) wordt, indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in artikel 29b ZW wordt vastgesteld dat hij lijdt aan ziekte of gebreken, die maken dat hij binnen vijf jaar na de beoordeling van de arbeidshandicap een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten, de in artikel 29b ZW bedoelde termijn voor de afloop van die termijn, verlengd, indien op dat moment de ziekte of gebreken dan wel het verhoogde risico op ernstige gezondheidsklachten nog bestaan.
5.1.3. Ingevolge paragraaf 2 van de Bijlage bij de tot 29 december 2005 van toepassing zijnde Lisv-Mededeling M. 99.027 van 9 april 1999, artikel 29b ZW, zoals gewijzigd bij Mededeling M. 99.016, van 22 november 1999 (hierna: de Mededeling) is verlenging van de 29b-termijn alleen mogelijk als het aanzienlijk verhoogde risico vóór aanvang van de dienstbetrekking is vastgesteld.
5.2.1. De Raad stelt vast dat voorafgaande aan de aanvang van het dienstverband de vraag of werkneemster als arbeidsgehandicapte diende te worden aangemerkt, niet aan de orde is geweest. Naar blijkt uit het rapport van arbeidsdeskundige E. de Jonge van 20 maart 2001, dat is opgesteld in het kader van de beoordeling van het verzoek om een werkvoorziening, heeft werkneemster pas naar aanleiding van dit verzoek de status van arbeidsgehandicapte gekregen. Van een specifiek op de vaststelling van deze status gericht besluit is de Raad niet gebleken. De Raad is van oordeel dat uit het besluit van 26 januari 2005 tot toekenning van het plaatsingsbudget voortvloeit dat aan werkneemster met terugwerkende kracht tot de aanvang van het dienstverband de status van arbeidsgehandicapte is verleend. Dit brengt met zich dat de termijn van vijf jaar als bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de ZW eveneens op 1 oktober 1999 is aangevangen. Deze termijn was geëindigd op 30 september 2004. Het standpunt van appellante dat de termijn van vijf jaar door de arbeidskundige beoordeling op 20 maart 2001 doorloopt tot 20 maart 2006 kan gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet worden gevolgd.
5.2.2. Vast staat dat geen aanvraag om verlenging van de termijn van vijf jaar is ingediend. Appellante heeft gesteld dat het Uwv ambtshalve diende te beoordelen of de vijfjaar termijn als bedoeld in de Wet REA diende te worden verlengd. De Raad merkt daarover op dat het in het onderhavige geval niet gaat om verlenging van de status van arbeidsgehandicapte zoals geregeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet REA, maar van de termijn van artikel 29b, eerste lid, van de ZW die betrekking heeft op een verhoogd risico van uitval van een arbeidsgehandicapte. Het Uwv verlengt blijkens de Mededeling een dergelijke termijn alleen op verzoek van de werknemer. Dit is in overeenstemming met de strekking van de Nota van Toelichting bij het Arbeidsgehandicaptebesluit.
5.2.3. Appellantes beroep op het gelijkheidsbeginsel, waarbij zij heeft gewezen op een brief van het Uwv in een andere zaak, slaagt niet, reeds omdat de in die brief opgenomen clausule dat het Uwv een aantal maanden voordat de termijn van vijf jaar is verstreken zo nodig de status van arbeidsgehandicapte opnieuw zal beoordelen, geen betrekking heeft op de verlenging van de termijn van artikel 29b, eerste lid, van de ZW, maar op een verlenging van de termijn ex artikel 2 van de Wet REA.
5.2.4. Voorts overweegt de Raad dat hem niet is gebleken dat in het kader van de beoordeling van de status van arbeidsgehandicapte is vastgesteld dat bij werkneemster sprake was van ziekte of gebreken op grond waarvan sprake was van een aanzienlijk verhoogd risico als bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de ZW. Gelet daarop was een verlenging van de vijfjaar termijn niet aan de orde, tenzij werkneemster overeenkomstig het gestelde in paragraaf 2 van de Bijlage van de Mededeling had verzocht om alsnog vast te stellen dat sprake was van een verhoogd risico, toen bij haar lopende het dienstverband een ernstige aandoening werd geconstateerd waardoor mogelijk een verhoogd risico op uitval aan de orde was. Een dergelijk verzoek heeft zij echter niet gedaan.
5.2.5. Tenslotte kan ook de omstandigheid dat appellante niet duidelijk was hoe een verlenging van de vijfjaar termijn van artikel 29b, eerste lid, van de ZW moest worden aangevraagd, er niet toe leiden dat ervan moet worden uitgegaan dat wel een aanvraag om verlenging van de vijfjaar termijn is ingediend.
5.3. Hetgeen onder 5.2.1 tot en met 5.2.5 is overwogen, leidt tot de conclusie dat ten tijde van de onderhavige ziekmeldingen de faciliteit van artikel 29b, eerste lid, van de ZW was uitgewerkt en dat geen verlengingsbesluit was aangevraagd. Werkneemster kon derhalve terzake van ziekmelding vanaf 1 oktober 2004 geen aanspraak meer maken op ziekengeld. Dit betekent dat appellante vanaf 1 oktober 2004 gehouden was werkneemster bij ziekte op grond van artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek het loon door te betalen. Gelet hierop kunnen de bestreden besluiten 1 en 2 in stand blijven. De rechtbank heeft de beroepen tegen die besluiten dan ook terecht ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en J.F. Bandringa als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 september 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) W.R. de Vries.
RB