
Jurisprudentie
BF2215
Datum uitspraak2008-09-24
Datum gepubliceerd2008-09-24
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460151-08, 06/800351-05 (TUL) en 07/400013-06 (TUL)
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-24
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460151-08, 06/800351-05 (TUL) en 07/400013-06 (TUL)
Statusgepubliceerd
Indicatie
Veroordeling tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk voor poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel en bedreigingen tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde straffen, te weten 1 maand gevangenisstraf en 35 dagen gevangenisstraf.
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/460151-08, 06/800351-05 (TUL) en 07/400013-06 (TUL)
Uitspraak d.d.: 24 september 2008
tegenspraak / dip / oip
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [1982],
wonende te [plaats],
thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 maart 2008 te Nunspeet ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer A] (portier [café naam]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer A] met een glas, althans met een hard voorwerp, in/tegen het oog, althans het gezicht, heeft geslagen en/of voornoemd glas, althans dat harde voorwerp, (voortdurend) met kracht in/tegen het oog, althans het gezicht, heeft gedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 23 maart 2008 te Nunspeet opzettelijk mishandelend [slachtoffer A] (portier [café naam]) met een glas, althans met een hard voorwerp, in/tegen het oog, althans het gezicht, heeft geslagen en/of voornoemd glas, althans dat harde voorwerp, (voortdurend) met kracht in/tegen het oog, althans het gezicht, heeft gedrukt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks 23 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer A] (portier [café naam]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik weet je te vinden. Ik heb een 9 mm en ik schiet je hartstikke dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht
3.
hij op of omstreeks 23 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer B] (agent van politie Noord en Oost Gelderland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd :"Mongool, ik maak je dood, ik maak iedereen dood, kankermongool, hoerenkind, ik maak je dood, ik knal je af met een 9 millimeter. 9 millimeter door je kop. Vies hoerenkind. Ik maak je helemaal dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht
4.
hij op of omstreeks 23 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer C] (arrestantenverzorger politie Noord en Oost Gelderland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer C] dreigend de woorden toegevoegd :"ik maak je dood, hoerenloper", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
De bewijsmotivering (voetnoot 1)
A. Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen kan worden op grond van de verklaring van verdachte, de verklaringen van respectievelijk de aangevers [slachtoffer A], [slachtoffer B] en [slachtoffer C], die worden ondersteund door de verklaringen van respectievelijk de getuigen [getuige A], [getuige B], [getuige C] en [getuige D].
B. Het standpunt van de verdediging
Door de verdediging is ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat verdachte heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij bewust met een glas geslagen heeft. Derhalve heeft verdachte niet verwijtbaar gehandeld. Voorts is bij aangever [slachtoffer A] geen sprake van letsel, waaruit mede afgeleid kan worden dat er, indien verdachte een glas in het gezicht heeft geduwd, dit niet met kracht is gebeurd. De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
C. Vaststaande feiten
De rechtbank stelt vast dat de politie op 23 maart 2008 de melding heeft gekregen dat er een vechtpartij was bij café De [naam] te Nunspeet, alwaar aangever [slachtoffer A] portier is. [slachtoffer A] heeft verklaard dat hij op die dag aldaar door verdachte is bedreigd met de dood en dat verdachte een glas in [slachtoffer A]s gezicht heeft geduwd. Verdachte is daarop aangehouden en inverzekeringgesteld, waarna de desbetreffende agent [slachtoffer B] en arrestantenverzorger [slachtoffer C] aangifte hebben gedaan van bedreiging met de dood door verdachte.
D. Bespreking standpunten ten aanzien van onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair ten laste gelegde bewezen kan worden op grond van de aangifte, de aanvullende verklaring [slachtoffer A] bij de politie en de getuigenverklaring van [getuige A] bij de politie en de rechter-commissaris.
De raadsman heeft bepleit dat bij verdachte het (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ontbrak, nu uit de feitelijke gedragingen onvoldoende is gebleken dat het glas met kracht in het gezicht is geduwd én betwist dat dergelijke feitelijke gedragingen zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zouden kunnen hebben. Daarnaast kan er evenmin sprake zijn van eenvoudige mishandeling, nu bij [slachtoffer A] niet is vastgesteld dat hij letsel heeft opgelopen. De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde bepleit.
De rechtbank is van oordeel dat uit de navolgende verklaringen genoegzaam volgt dat verdachte een glas in/tegen het oog, althans het gezicht van [slachtoffer A] heeft geslagen en gedrukt:
- Aangever heeft onder meer het volgende verklaard (voetnoot 2): "Ik ben werkzaam bij horecabedrijf "café [naam]" in de functie van portier. Beide zaken zijn naast elkaar gelegen en zijn gesitueerd in [adres en plaats]". En: "Ik zag dat hij, [verdachte], met het vieux glas richting mijn oog sloeg, ik voelde dat hij mijn linkeroog raakte met het vieux glas. Ik voelde dat hij het vieuxglas door probeerde te drukken. Nadat hij mij raakte met dat glas voelde ik dat hij het glas nog zeker een aantal seconden tegen mijn oog aan drukte". En: "Ik voelde pijn aan mijn linkerzijde van mijn gezicht."
- Getuige [getuige A] heeft onder meer verklaard (voetnoot 3): "Op zondag 23 maart 2008, in de nachtelijke uren, was ik in genoemde discotheek werkzaam als portier. Op die dag en die datum omstreeks 2.00 uur stond ik bij een andere portier, genaamd [slachtoffer A], bij de lange baar in de discotheek." En:"Bijna gelijktijdig zag ik dat [verdachte] een glas in zijn hand had en met dit glas met kracht onder het oog van [slachtoffer A] sloeg."
De rechtbank dient te beoordelen of verdachte het opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dan wel of de gedragingen van verdachte zwaar lichamelijk letsel kunnen toebrengen bij een ander.
Het bestanddeel opzet bevat ook voorwaardelijk opzet. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een gevolg in het leven roept is afhankelijk van de omstandigheden van het geval waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht.
De aard van deze gedraging en de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in samenhang bezien met algemene ervaringsregels betreffende de kwetsbaarheid van het menselijk oog danwel gezicht, laten redelijkerwijs geen andere conclusie toe dan dat verdachte zich ten minste willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij [slachtoffer A] zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. De omstandigheid dat bij [slachtoffer A] geen (zichtbaar) letsel is geconstateerd doet daar niet aan af. De rechtbank verwerpt de verweren van de raadsman.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan.
E. Beoordeling van de tenlastelegging ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feit.
De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende bewijsmiddelen:
- de verklaringen van de aangevers [slachtoffer A] (voetnoot 4), [slachtoffer B] (voetnoot 5) en [slachtoffer C]; (voetnoot 6)
- de verklaring van de getuige [getuige A]; (voetnoot 7)
- de verklaring van de getuige [getuige B]; (voetnoot 8)
- de verklaring van de getuigen [getuige C] en [getuige D]; (voetnoot 9)
- de verklaring van verdachte ter terechtzitting, dat hij zich kan voorstellen dat hij de ten laste gelegde woordelijke bedreigingen ten aanzien van de drie aangevers heeft geuit.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
1. (primair)
hij op 23 maart 2008 te Nunspeet ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer A] (portier Café [naam]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer A] met een glas, in/tegen het oog, althans het gezicht, heeft geslagen en voornoemd glas, met kracht in/tegen het oog, althans het gezicht, heeft gedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op 23 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer A] (portier Café [naam]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik weet je te vinden. Ik heb een 9 mm en ik schiet je hartstikke dood";
3.
hij op 23 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer B] (agent van politie Noord en Oost Gelderland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd: "Mongool, ik maak je dood, ik maak iedereen dood, kankermongool, hoerenkind, ik maak je dood, ik knal je af met een 9 millimeter. 9 millimeter door je kop. Vies hoerenkind. Ik maak je helemaal dood";
4.
hij op 23 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer C] (arrestantenverzorger politie Noord en Oost Gelderland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer C] dreigend de woorden toegevoegd :"ik maak je dood, hoerenloper".
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op de misdrijven:
feit 1 (primair): poging zware mishandeling
feit 2, 3 en 4 (telkens): bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf
1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van twaalf maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de periode doorgebracht in voorarrest, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt een behandeling ten aanzien van alcoholgebruik en een taakstraf alcohol delinquentie.
2. Door de raadsman is naar voren gebracht dat de gevorderde straf te hoog is, nu hij vrijspraak ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft bepleit. De raadsman heeft bepleit dat vijf maanden effectieve gevangenisstraf voldoende is.
3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
5. Verdachte heeft in een café in Nunspeet de portier [slachtoffer A] met een glas in het gezicht geslagen en geduwd en vervolgens deze portier bedreigd met de dood. Vervolgens heeft hij een agent en arrestantenverzorger eveneens bedreigd met de dood.
6. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling van [slachtoffer A] en daarmee diens lichamelijk integriteit geschaad. De omstandigheid dat het slachtoffer daardoor geen blijvend letsel heeft opgelopen is een gelukkige, die echter geenszins aan de verdachte te danken is. Tevens heeft verdachte door zijn handelen de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving en in het bijzonder het uitgaansleven in Nunspeet.
Daarnaast heeft verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij [slachtoffer B] en [slachtoffer C] teweeggebracht, door bedreigingen als bewezen verklaard te uiten.
7. Uit het strafblad (voetnoot 10) van verdachte blijkt dat hij meermalen is veroordeeld is voor geweldsmisdrijven.
8. Verdachte heeft een oriënterend psychiatrisch onderzoek ondergaan, waarvan de resultaten zijn vermeld in de consultbrief (d.d. 7 juli 2008) van psychiater C.W.M.M. Putman. In het rapport wordt het volgende vermeld:
"Verdachte beschikt over externaliserende functies en laat weinig introperspectief vermogen zien. Hij is uit op vergelding. De intelligentie imponeert gemiddeld tot bovengemiddeld bij helder bewustzijn en intacte geheugen en oriëntatiefuncties. Psychiatrische functiestoornissen in engere zin zijn niet aantoonbaar, de impulscontrole is intact."
9. Door Tactus verslavingszorg (voetnoot 11) is - afhankelijk van de door de rechtbank op te leggen straf - een verplicht reclasseringscontact geadviseerd, ook als dat inhoudt dat hij meewerkt aan ambulante hulpverlening van een verslavingszorginstelling en dat hij zich laat onderzoeken door een psycholoog. Daarnaast kan gedacht kan worden aan het opleggen van een taakstraf alcohol delinquentie.
10. Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven bereid te zijn de door de reclassering geformuleerde bijzondere voorwaarden na te komen, ook als dit inhoudt een taakstraf alcohol delinquentie.
11. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank acht het voorts van belang dat verdachte een behandeling zoals voorgesteld in het plan van aanpak ondergaat. Enerzijds dient het voorwaardelijke strafdeel ertoe verdachte te motiveren om deze kans te benutten en daadwerkelijk zijn (alcohol) problemen aan te pakken, anderzijds dient verdachte zich ervan bewust te zijn dat het niet nakomen van de aan de voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden een tenuitvoerlegging van een aantal maanden gevangenisstraf tot gevolg kan hebben. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen/opdrachten te geven door/namens de reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte meewerkt aan ambulante hulpverlening van een verslavingszorginstelling. De rechtbank acht het wenselijk dat bij de behandeling aandacht wordt besteed aan agressieregulatie en (abstinentie van) alcoholgebruik.
Vordering tot schadevergoeding
1. De benadeelde partij [slachtoffer B], [adres en plaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 150,00, vermeerderd met de wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.
2. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer B] toe te wijzen tot een bedrag van € 150,00, vermeerderd met de wettelijke rente en daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
3. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4. Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, zal deze vordering tot een bedrag van € 150,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2008, worden toegewezen. De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.
Schadevergoedingsmaatregel
Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.
Vordering tenuitvoerlegging
1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ten uitvoerlegging van de opgelegde straffen onder parketnummers 06/800351-05 en 07/400013-06.
2. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3. 06/800351-05
De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 21 mei 2008 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 21 juni 2005 (parketnummer 06/800351-05) voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van 1 maand van oordeel, dat -nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt- de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijk straf op zijn plaats is, te weten 1 maand gevangenisstraf.
07/400013-06
De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 21 mei 2006 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zwolle van 24 april 2006 (parketnummer 07/400013-06) voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van 35 dagen van oordeel, dat -nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt- de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijk straf op zijn plaats is, te weten 35 dagen gevangenisstraf.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 27, 36f, 45, 57 285 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dat inhoudt dat verdachte meewerkt aan ambulante hulpverlening van een verslavingszorginstelling.
geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen.
beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer B], [adres en plaats] (rekeningnummer [nummer]), van een bedrag van € 150,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2008 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer B], een bedrag te betalen van € 150,00, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 3 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Zutphen van 21 juni 2005, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Zwolle van 24 april 2006, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 35 (vijfendertig) dagen.
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.
Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, Kleinrensink en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 september 2008.
De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Voetnoten:
1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0613/08-202742, gedateerd 31 maart 2008.
2 Proces-verbaal van aangifte en proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer A] (doorgenummerde dossierpagina 30-35).
3 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (doorgenummerde dossierpagina 37-38).
4 Proces-verbaal van aangifte en proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer A] (doorgenummerde dossierpagina 30-35).
5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B] (doorgenummerde dossierpagina 19-21).
6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C] (doorgenummerde dossierpagina 47-48).
7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (doorgenummerde dossierpagina 37-38).
8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (doorgenummerde dossierpagina 22-24).
9 Proces-verbaal ambtelijke bevindingen getuigen [g[getuige C] en [getuige D] (doorgenummerde dossierpagina 49-50).
10 Uittreksel justitiële documentatie d.d. 8 september 2008.
11 Voorlichtingsrapport Tactus Verslavingszorg d.d. 4 juli 2008.