
Jurisprudentie
BF2107
Datum uitspraak2008-11-18
Datum gepubliceerd2008-11-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers08/01507 W
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-11-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers08/01507 W
Statusgepubliceerd
Indicatie
WOTS. Verzoek aan NL tot tul van een Portugese sanctie. Nu veroordeelde is overleden, is aan het verzoek tot overname van de tul van de Portugese autoriteiten en de daarop berustende vordering van de OvJ de grondslag komen te vervallen.
Conclusie anoniem
Nr. 08/01507
Mr. Vellinga
Zitting: 16 september 2008
Conclusie inzake:
[veroordeelde]
1. De Rechtbank te Groningen heeft verlof tot tenuitvoerlegging verleend van de beslissing van de Meervoudige Kamer van de 9e Criminele Jurisdictie, 3e afdeling van het Gerechtelijk District Lissabon van 20 september 2006 en heeft de veroordeelde terzake van de in die beslissing bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren opgelegd, met de bepaling dat de in Portugal en in verband met deze zaak in Nederland in detentie doorgebrachte tijd daarop in mindering zal worden gebracht.
2. Mr. I. Verkerk(1), Officier van Justitie in het arrondissement Zwolle-Lelystad, heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. L. Plas, plaatsvervangend Officier van Justitie bij het arrondissementsparket Groningen, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie. De raadsvrouw van de veroordeelde, mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, heeft het cassatieberoep tegengesproken.
3. De Officier van Justitie heeft naar aanleiding van een verzoek van de Portugese autoriteiten van 26 juli 2007 tot overname van de tenuitvoerlegging van een beslissing in een strafzaak op 8 februari 2008 een vordering als bedoeld in art. 18 WOTS ingediend. De veroordeelde is op 7 februari 2008 naar Nederland overgebracht en overeenkomstig art. 8 WOTS voorlopig aangehouden.
4. Op 19 juni 2008 heeft de raadsvrouw van de veroordeelde telefonisch aan de griffie van de Hoge Raad medegedeeld dat haar cliënte is overleden. Naar aanleiding van deze mededeling is een akte van overlijden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Enschede opgevraagd. Blijkens deze akte is de veroordeelde aldaar op 13 juni 2008 overleden.
5. Nu het verzoek betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, is door het overlijden van de veroordeelde de grondslag aan het verzoek van de Portugese autoriteiten en de daarop berustende vordering van de Officier van Justitie van 8 februari 2008 komen te ontvallen. Zie in overeenkomstige zin in uitleveringszaken HR 24 september 1985, DD 86.078 (79.313U), alsmede de annotatie van Keijzer onder HR 6 december 2005, NJ 2006, 482.
6. De Hoge Raad kan, gelet op het bepaalde in artikel 440, eerste lid, Sv en de artikelen 28, eerste lid, en 32, zevende en negende lid, WOTS, de zaak na vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank zelf afdoen.
7. Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden uitspraak zal worden vernietigd, en dat de Hoge Raad het Openbaar Ministerie alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Volgens art. 136 lid 6 Wet RO tevens plaatsvervangend Officier van Justitie bij het arrondissementsparket te Groningen en uit dien hoofde bevoegd beroep in cassatie in te stellen.
Uitspraak
18 november 2008
Strafkamer
nr. S 08/01507 W
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Groningen van 12 maart 2008, nummer RK 08/87, omtrent een verzoek van de Republiek Portugal tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:
[veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Overijssel, locatie Zwolle" te Zwolle.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De raadsvrouwe van de veroordeelde, mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, heeft het beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de bestreden uitspraak zal worden vernietigd en dat de Hoge Raad het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering.
2. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
2.1. Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Enschede gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente, is de veroordeelde op 13 juni 2008 aldaar overleden.
2.2. Mitsdien is aan het verzoek tot overname van de tenuitvoerlegging van de Portugese autoriteiten en de daarop berustende vordering van de Officier van Justitie de grondslag komen te ontvallen.
2.3. Het vorenstaande brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 18 november 2008.