Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF2075

Datum uitspraak2008-08-27
Datum gepubliceerd2008-09-24
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers304683 / HA ZA 08-911
Statusgepubliceerd


Indicatie

Nu de rechtbank oordeelt dat er tussen partijen geen algemene voorwaarden overeengekomen zijn, is de rechtbank te Rotterdam niet bevoegd van onderhavig geschil kennis te nemen en zal zij zich onbevoegd verklaren.


Uitspraak

Uitspraak Rechtbank Rotterdam Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 304683 / HA ZA 08-911 Uitspraak: 27 augustus 2008 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres], gevestigd te Schiedam, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, procureur mr. J. Verbeeke, - tegen - de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VITACO TRADING B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, procureur mr. P.H.Ch.M. van Swaaij, advocaat mr. C.B. Schutte te Amsterdam. Partijen in het incident worden hierna aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk "Vitaco". 1 Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: dagvaarding d.d. 27 maart 2008 en de door [eiseres] overgelegde producties; - incidentele conclusie tot onbevoegdheid; akte in het incident. 2 Het geschil en de beoordeling daarvan in hoofdzaak 2.1 [eiseres] vordert dat de rechtbank - verkort weergegeven - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Vitaco veroordeelt: om aan [eiseres] te betalen een bedrag ad € 8.337,41, te vermeerderen met de overeengekomen rente over € 6.989,26 vanaf 20 februari 2008; in de proceskosten. 2.2 [eiseres] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij aan Vitaco diverse goederen verkocht en geleverd heeft. Ondanks herhaalde aanmaning en ingebrekestelling heeft Vitaco geen enkel bedrag aan [eiseres] voldaan. Vitaco blijft derhalve in gebreke met haar betalingsverplichting jegens [eiseres]. in incident 2.3 Vitaco heeft gevorderd dat de zaak wordt verwezen naar de rechtbank te Amsterdam. Vitaco heeft hieraan ten grondslag gelegd dat er tussen partijen geen toepasselijke voorwaarden zijn overeengekomen zodat de rechter van haar woonplaats conform artikel 99 lid 1 Wetboek van Rechtsvordering (hierna: Rv) bevoegd is. 2.4 [eiseres] heeft aangevoerd dat de door haar gehanteerde in de branche algemeen bekende en gebruikelijke algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat ingevolge deze algemene voorwaarden de rechtbank te Rotterdam bevoegd is. 2.5 De rechtbank oordeelt als volgt. Artikel 6:231 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) definieert dat de gebruiker is degene die de algemene voorwaarden in een overeenkomst gebruikt en de wederpartij is degene die door ondertekening van een geschrift of op andere wijze de gelding van algemene voorwaarden heeft aanvaard. [eiseres] heeft verklaard dat zij geen aanvullende stukken heeft waaruit de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden kan blijken dan de producties die bij dagvaarding zijn overgelegd. Deze producties bestaan uit brieven van de deurwaarder namens [eiseres] aan Vitaco, een brief van Vitaco aan de deurwaarder, een mail van Vitaco aan [eiseres], de algemene voorwaarden en een prijsopgave verstuurd door [eiseres] aan Vitaco. Op al deze bescheiden staat niet vermeld dat [eiseres] algemene voorwaarden hanteert. Slechts op productie 1, de factuur, staat vermeld dat [eiseres] algemene voorwaarden hanteert. Volgens vaste rechtspraak is het versturen van één factuur met daarop aan de onderzijde in kleine letters vermeld de toepasselijkheid van algemene voorwaarden onvoldoende om aan te nemen dat tussen partijen algemene voorwaarden zijn overeengekomen. Nu de rechtbank oordeelt dat er tussen partijen geen algemene voorwaarden overeengekomen zijn, is de rechtbank te Rotterdam niet bevoegd van onderhavig geschil kennis te nemen en zal zij zich onbevoegd verklaren. 2.6 Conform artikel 99 lid 1 Rv is bevoegd de rechter in de woonplaats van gedaagde, in casu Amsterdam. De rechtbank zal onderhavig geschil naar de rechtbank te Amsterdam verwijzen. 2.7 De uitspraak over de kosten zal worden gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak. 3 De beslissing De rechtbank, in het incident verklaart zich onbevoegd van de vordering van [eiseres] kennis te nemen; verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Amsterdam; reserveert de uitspraak over de kosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak. Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef. Uitgesproken in het openbaar. 1411/1917