
Jurisprudentie
BF1975
Datum uitspraak2008-09-17
Datum gepubliceerd2008-09-24
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsRoermond
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 08 / 31947
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-24
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsRoermond
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 08 / 31947
Statusgepubliceerd
Indicatie
Vreemdelingenbewaring / rechtmatig verblijf / toewijzing voorlopige voorziening
Verweerder was voornemens was om de vreemdelinge op 3 september 2008 uit te zetten naar haar land van herkomst. Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage, zittinghoudende te Maastricht, van 2 september 2008 is evenwel in het dictum bepaald dat verweerder de uitzetting achterwege dient te laten. Uit de overwegingen van deze uitspraak blijkt dat beoogd is om een ordemaatregel te treffen in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Deze inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden ter zitting van 26 november 2008. Gelet op deze uitspraak is de vlucht geannuleerd en zal er een vlucht met escorts voor eiseres op 28 november 2008 worden geboekt. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak van 2 september 2008 is geschied met toepassing van artikel 8:81 van de Awb. Ingevolge artikel 8 onder h van de Vw 2000 heeft een vreemdeling rechtmatig verblijf indien in afwachting van een beslissing op een beroepschrift de uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven op grond van een rechterlijke beslissing. De rechtbank is van oordeel dat de uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 september 2008, ook al is daarmee uitsluitend beoogd een ordemaatregel te treffen in afwachting van een inhoudelijke behandeling van de voorzieningenprocedure, die met toepassing van artikel 8:87 van de Awb zal plaatsvinden, gelet op de tekst van het bepaalde in artikel 8 onder h, van de Vw 2000, is aan te merken als een rechterlijke beslissing als bedoeld in dit artikellid. Dat maakt dat eiseres sedert 2 september 2008 geacht moet worden hier te lande rechtmatig verblijf te hebben. Ingevolge artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, bezien in samenhang met het bepaalde in het vierde lid van voormeld artikel, dient de bewaring vanaf 2 september 2008 omgezet te worden naar deze zogenoemde “b-grond”en kan de bewaring in dat geval niet langer dan vier weken voortduren. Nu vast staat dat de behandeling met toepassing van artikel 8:87 van de Awb niet eerder dan 26 november 2008 zal plaatsvinden, staat eveneens vast dat deze vier wekentermijn ruim zal worden overschreden. Dat maakt dat met de voortzetting van de bewaring na 2 september 2008 geen redelijk doel meer was gediend.
Verweerder was voornemens was om de vreemdelinge op 3 september 2008 uit te zetten naar haar land van herkomst. Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage, zittinghoudende te Maastricht, van 2 september 2008 is evenwel in het dictum bepaald dat verweerder de uitzetting achterwege dient te laten. Uit de overwegingen van deze uitspraak blijkt dat beoogd is om een ordemaatregel te treffen in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Deze inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden ter zitting van 26 november 2008. Gelet op deze uitspraak is de vlucht geannuleerd en zal er een vlucht met escorts voor eiseres op 28 november 2008 worden geboekt. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak van 2 september 2008 is geschied met toepassing van artikel 8:81 van de Awb. Ingevolge artikel 8 onder h van de Vw 2000 heeft een vreemdeling rechtmatig verblijf indien in afwachting van een beslissing op een beroepschrift de uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven op grond van een rechterlijke beslissing. De rechtbank is van oordeel dat de uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 september 2008, ook al is daarmee uitsluitend beoogd een ordemaatregel te treffen in afwachting van een inhoudelijke behandeling van de voorzieningenprocedure, die met toepassing van artikel 8:87 van de Awb zal plaatsvinden, gelet op de tekst van het bepaalde in artikel 8 onder h, van de Vw 2000, is aan te merken als een rechterlijke beslissing als bedoeld in dit artikellid. Dat maakt dat eiseres sedert 2 september 2008 geacht moet worden hier te lande rechtmatig verblijf te hebben. Ingevolge artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, bezien in samenhang met het bepaalde in het vierde lid van voormeld artikel, dient de bewaring vanaf 2 september 2008 omgezet te worden naar deze zogenoemde “b-grond”en kan de bewaring in dat geval niet langer dan vier weken voortduren. Nu vast staat dat de behandeling met toepassing van artikel 8:87 van de Awb niet eerder dan 26 november 2008 zal plaatsvinden, staat eveneens vast dat deze vier wekentermijn ruim zal worden overschreden. Dat maakt dat met de voortzetting van de bewaring na 2 september 2008 geen redelijk doel meer was gediend.
Uitspraak
RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE
Zittinghoudende te Roermond
Sector bestuursrecht, enkelvoudige kamer
Vreemdelingenkamer
Procedurenummer: AWB 08 / 31947
Uitspraak van de rechtbank ingevolge artikel 96 juncto artikel 106 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)
inzake
[eiseres], volgens haar verklaring geboren op [1971] en van Joegoslavische nationaliteit, verblijvende in het Uitzetcentrum Zestienhoven te Rotterdam,
hierna te noemen: eiseres,
gemachtigde mr. A.J.P. Lemmen, advocaat te Heerlen,
tegen
de Staatssecretaris van Justitie, verweerder.
1. Procesverloop
1.1. Op 31 juli 2008 is eiseres op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in bewaring gesteld.
1.2. Bij beroepschrift van 3 september 2008 is namens eiseres beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. Voorts is om schadevergoeding verzocht.
1.3. Naar aanleiding van dit beroepschrift heeft verweerder op 4 september 2008 een voortgangsrapportage ingezonden. De gemachtigde van eiseres heeft hierop, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, gereageerd bij schrijven van 8 september 2008.
1.4. De rechtbank heeft op 9 september 2008 het vooronderzoek gesloten en bepaald dat het onderzoek ter zitting niet achterwege kan blijven.
1.5. Bij faxbericht van 15 september 2008 heeft verweerder nadere informatie ingezonden.
1.6. Bij faxbericht van 16 september 2008 heeft de gemachtigde van eiseres nadere stukken ingezonden.
1.7. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 september 2008, alwaar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.C.O Stiphout . Als tolk in de Joegoslavische taal was aanwezig de heer Y. Balaj.
2. Overwegingen
2.1. De rechtbank heeft bij uitspraak van 26 augustus 2008 (AWB 08 / 27672) de bewaring tot de dag van sluiting van het onderzoek, te weten 21 augustus 2008, rechtmatig geacht.
2.2. Ter beoordeling ligt thans de vraag of er - nog steeds - voldoende perspectief bestaat op uitzetting van eiseres en of verweerder voldoende voortvarend handelt teneinde de uitzetting te effectueren. Voorts is van belang te beoordelen of voortzetting van de bewaring ook overigens, bij afweging van de betrokken belangen, in redelijkheid nog gerechtvaardigd is.
2.3. De rechtbank overweegt als volgt.
2.4. Namens eiseres is - kort weergegeven - aangevoerd dat eiseres niet eerder dan nadat is beslist op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, waarvan de behandeling ter zitting zal plaatsvinden op 26 november 2008, mag worden uitgezet. Voorts is namens eiseres aangevoerd dat volstaan kan worden met het opleggen van een lichter middel. Tenslotte is gewezen op de medische toestand van eiseres ter onderbouwing waarvan door de gemachtigde stukken zijn ingezonden.
2.5. Uit de gedingstukken alsmede het verhandelde ter zitting is gebleken dat de United Nations Interim Administration Mission in Kosovo (UNMIK) op 14 augustus 2008 toestemming heeft gegeven om eiseres naar Joegoslavië te verwijderen. Op 27 augustus 2008 heeft de regievoerder van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) een vertrekgesprek met eiseres gevoerd. Voorts is gebleken dat verweerder voornemens was om eiseres op 3 september 2008 uit te zetten naar haar land van herkomst. Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage, zittinghoudende te Maastricht, van 2 september 2008 is evenwel in het dictum bepaald dat verweerder de uitzetting van eiseres achterwege dient te laten. Uit de overwegingen van deze uitspraak blijkt dat beoogd is om een ordemaatregel te treffen in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Deze inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden ter zitting van 26 november 2008. Gelet op deze uitspraak is de vlucht geannuleerd. Er zal een vlucht met escorts voor eiseres op 28 november 2008 worden geboekt. Voorts zal de regievoerder van de DT&V eind september en eind oktober wederom vertrekgesprekken met eiseres voeren.
2.6. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak van 2 september 2008 is geschied met toepassing van artikel 8:81 van de Awb. Ingevolge artikel 8 onder h van de Vw 2000 heeft een vreemdeling rechtmatig verblijf indien in afwachting van een beslissing op een beroepschrift de uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven op grond van een rechterlijke beslissing. De rechtbank is van oordeel dat de uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 september 2008, ook al is daarmee uitsluitend beoogd een ordemaatregel te treffen in afwachting van een inhoudelijke behandeling van de voorzieningenprocedure, die met toepassing van artikel 8:87 van de Awb zal plaatsvinden, gelet op de tekst van het bepaalde in artikel 8 onder h van de Vw 2000, is aan te merken als een rechterlijke beslissing als bedoeld in dit artikellid. Dat maakt dat eiseres sedert 2 september 2008 geacht moet worden hier te lande rechtmatig verblijf te hebben.
2.7. Ingevolge artikel 59, eerste lid sub b, bezien in samenhang met het bepaalde in het vierde lid van voormeld artikel, dient de bewaring vanaf 2 september 2008 omgezet te worden naar deze zogenoemde “b-grond”en kan de bewaring in dat geval niet langer dan vier weken voortduren.
2.8. Nu vast staat dat de behandeling met toepassing van artikel 8:87 van de Awb niet eerder dan 26 november 2008 zal plaatsvinden, staat eveneens vast dat deze vier wekentermijn ruim zal worden overschreden. Dat maakt dat met de voortzetting van de bewaring na 2 september 2008 geen redelijk doel meer was gediend.
2.9. Op grond van bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat de bewaring vanaf deze datum voor onrechtmatig dient te worden gehouden.
2.10. De rechtbank acht termen aanwezig om eiser schadevergoeding toe te kennen. Eiser komt over de periode van 2 september 2008 tot 17 september 2008 (15 dagen) schadevergoeding toe. Uitgangspunt bij de vaststelling van de schadevergoeding vormt de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak betreffende de vergoeding van immateriële schade bij inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, die uitgaat van een schadevergoeding van EUR 80,= voor elke dag die in een huis van bewaring is doorgebracht. In totaal bedraagt de schadevergoeding 15 x EUR 80,= is EUR 1.200,=.
2.11. Gesteld noch gebleken is van omstandigheden die aanleiding zouden moeten vormen voor matiging van de schadevergoeding.
2.12. Voorts acht de rechtbank termen aanwezig om verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op in totaal EUR 644,= voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand welk bedrag is opgebouwd uit:
1 punt voor het indienen van het beroepschrift;
1 punt voor het verschijnen ter zitting;
waarde per punt EUR 322,=;
wegingsfactor 1.
2.13. Aangezien ten behoeve van eiser een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb de betaling van dit bedrag te geschieden aan de griffier van de rechtbank.
2.14. Mitsdien wordt beslist als volgt.
3. Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring;
wijst het verzoek om schadevergoeding toe, ten laste van de Staat der Nederlanden, ten bedrage van EUR 1.200,=;
bepaalt dat de uitbetaling geschiedt door de griffier van de rechtbank;
veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op EUR 644,=, te vergoeden door de Staat der Nederlanden en te voldoen aan de griffier.
Aldus gedaan door mr. L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier Dassen in tegenwoordigheid van mr. I.H. Verzijl als griffier en uitgesproken in het openbaar op 17 september 2008.
Voor eensluidend afschrift:
de wnd. griffier:
Voornoemd lid van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken beveelt de tenuitvoerlegging van de in deze uitspraak toegekende schadevergoeding ten bedrage van EUR 1.200,= (ZEGGE; TWAALFHONDERD EURO)
Aldus gedaan op 17 september 2008 door mr. L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier Dassen.
Afschrift verzonden: 17 september 2008
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.