
Jurisprudentie
BF1970
Datum uitspraak2008-09-11
Datum gepubliceerd2008-09-25
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/356 CSV
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-25
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/356 CSV
Statusgepubliceerd
Indicatie
Niet -ontvankelijkverklaring wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Ziekte. Gemachtigde. Is gezien art. 6 EVRM bij niet-ontvankelijkheid t.g.v. termijnoverschrijding terughoudendheid geboden?
Uitspraak
08/356 CSV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 30 november 2007, 07/398 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv),
Datum uitspraak: 11 september 2008.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante is hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 28 augustus 2008 waar appellante zich heeft doen vertegenwoordigen door [naam vestigingsmanager], vestigingsmanager bij Bordan bedrijfsadviseurs & te Rijssen. Het Uwv, daartoe ambtshalve opgeroepen, heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. E. Kuipers, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een overzicht van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het vermelden van de volgende, voor de beoordeling van het hoger beroep van belang zijnde gegevens.
1.1. Naar aanleiding van een door de Belastingdienst bij appellante uitgevoerd boekenonderzoek, waarvan de bevindingen zijn neergelegd in een rapport 28 juni 2006, heeft het Uwv op 24 november 2006 aan appellante correctienota’s over de jaren 2001 tot en met 2004 opgelegd. In het verlengde daarvan heeft het Uwv op 5 januari 2007 aan appellante boetenota’s over de jaren 2002 tot en met 2004 opgelegd.
1.2. Op 8 januari 2007 is namens appellante bezwaar gemaakt tegen de correctienota’s van 24 november 2006 en op 17 januari 2007 is namens appellante bezwaar gemaakt tegen de boetenota’s van 5 januari 2007.
1.3. Het bezwaar gericht tegen de besluiten van 24 november 2006 is door het Uwv bij besluit van 5 maart 2007 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het bezwaar gericht tegen de besluiten van 5 januari 2007 is bij besluit van 5 maart 2007 kennelijk ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd gekeerd tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellante beroept zich op twee arresten van de Hoge Raad, gepubliceerd onder nummer LJN: AA1720 en AR4387, waaruit naar voren komt dat een tegen het einde van de termijn opgekomen ziekte onder omstandigheden een verschoonbare termijnoverschrijding kan opleveren. Voorts stelt appellante zich de vraag of in het kader van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) geen terughoudendheid geboden is bij
niet-ontvankelijkheid als gevolg van termijnoverschrijding.
4. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het bezwaar gericht tegen de besluiten van 24 november 2006 terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat appellante bij het instellen van bezwaar de ingevolge de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn voor het indienen van een bezwaarschrift van zes weken niet in acht heeft genomen, en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het beroep op de arresten van de Hoge Raad kan naar het oordeel van de Raad niet slagen aangezien appellante haar belangen heeft laten behartigen door een gemachtigde verbonden aan een bedrijfsadviseurs- en accountantskantoor. Dat het desbetreffende kantoor, naar de Raad begrijpt, tot 1 maart 2008, niet over een medewerker beschikt met gelijke bevoegdheden als de gemachtigde van appellante doet aan het voorgaande niet af.
4.1. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van appellante onder verwijzing naar twee arresten van de Hoge Raad van 12 oktober 1977, nr. 18.335, gepubliceerd in BNB 1978/4 en van 28 juni 1972, nr. 16.814, gepubliceerd in BNB 1972/175 herhaald dat de brieven van 1 en 29 november 2006 als bezwaarschriften aangemerkt dienen te worden. In aansluiting op hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak hieromtrent heeft vermeld is ook de Raad van oordeel dat voormelde brieven geen bezwaarschriften zijn als bedoeld in artikel 6:10, eerste lid, onder b, van de Awb. De brief van 1 november 2006 is een namens appellante gegeven reactie op het rapport van het Uwv van 10 oktober 2006 waar in het begeleidend schrijven van diezelfde datum expliciet is vermeld dat de correctienota’s opgelegd worden nadat de reactietermijn van vier weken is verstreken. De brief van 29 november 2006 is de reactie naar aanleiding van de aankondiging oplegging bestuurlijke boete over 2002 en 2004 van 20 november 2006 en kan evenmin als bezwaarschrift worden aangemerkt.
4.2. Tot slot is de Raad van oordeel dat aan het vorenstaande niet afdoet de door appellante vermeende strekking van artikel 6 EVRM, omdat deze bepaling de toepassing van regels van procesrecht, zoals hier aan de orde, in een geval als het onderhavige niet ter zijde kan stellen.
4.3. Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
4.4. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 september 2008.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) R.B.E. van Nimwegen.
IJ