Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF1905

Datum uitspraak2008-09-16
Datum gepubliceerd2008-09-23
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep kort geding
Instantie naamGemeensch. Hof van Justitie v.d. Ned. Antillen en Aruba
ZaaknummersKG 704/07; H-308/07
Statusgepubliceerd


Indicatie

Werknemer krijgt ontslag, na het geven van verschillende waarschuwingen. Het laatste incident, waarbij 10.000 dollar teveel werd uitbetaald in markers, wordt als zodanig ernstige tekortkoming beschouwd dat redelijkerwijze niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.


Uitspraak

Alg. Reg. No: KG 704/07; H-308/07 Uitspraak: 16 september 2008 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA Vonnis in het kort geding van: de naamloze vennootschap, Hyatt Aruba N.V., h.o.d.n. Hyatt Regency Aruba Resort & Casino, gevestigd in Aruba, oorspronkelijk gedaagde, thans appellante, gemachtigden: mr. M.E.D. Brown en mr. M. Schoemaker, tegen [naam werknemer], wonende in Aruba, oorspronkelijk eiser, thans geïntimeerde, in hoger beroep niet verschenen. Partijen worden hierna Hyatt en [werknemer] genoemd. 1. Het verdere verloop van de procedure Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 19 februari 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. De comparitie heeft plaatsgevonden op 20 mei 2008. Appellante is verschenen bij een van haar gemachtigden. Hoewel daartoe naar behoren te zijn opgeroepen, is geïntimeerde niet verschenen. Van het verhandelde ter comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Na afloop van de comparitie is partijen vonnis aangezegd. De uitspraak daarvan is (nader) bepaald op heden. 2. De verdere beoordeling 2.1. Het Hof stelt voorop dat de vorderingen van [werknemer] alleen kunnen worden toegewezen wanneer voldoende aannemelijk is dat deze in de bodem-procedure toewijsbaar zijn, waarbij het erom gaat of te voorzien is dat in die procedure de rechter al dan niet zal oordelen dat de door Hyatt aan [werknemer] verweten gedragingen een dringende reden oplevert als bedoeld in artikel 1615p BW. 2.2. Tussen partijen staat vast dat [werknemer] op 29 december 2006 aan een gast van het casino een bedrag van US$ 10.000,00 teveel aan “markers” heeft betaald. Blijkens de inhoud van het ontslagtelegram vormde deze handelwijze de druppel die de emmer deed overlopen. 2.3. Hyatt heeft (in hoger beroep) voldoende aannemelijk gemaakt dat zij [werknemer] er verschillende keren op heeft gewezen dat hij de betreffende casino-regels strikt in acht diende te nemen en dat zij hem wegens het overtreden van die regels verschillende keren waarschuwingen heeft gegeven. [werknemer] was dus een gewaarschuwd man. Desondanks heeft hij zich op 29 december 2006 wederom bewust niet aan bedoelde voorschriften gehouden, zoals Hyatt in hoger beroep onbetwist heeft gesteld. Het Hof acht het vooralsnog aannemelijk dat de rechter in de bodemprocedure het “marker-incident” van 29 december 2006 in het licht van het vroeger voorgevallene zal beschouwen als een zodanig ernstige tekortkoming dat van Hyatt - ondanks het langdurige dienstverband en de (financiële) gevolgen van het ontslag voor [werknemer] - redelijkerwijze niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. 2.4. De slotsom is dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd en de vorderingen van [werknemer] zullen worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij dient [werknemer] de kosten van de procedure in beide instanties te dragen. 3. De beslissing Het Hof: Vernietigt het bestreden vonnis, en opnieuw rechtdoende: Wijst de vordering af; Veroordeelt [werknemer] in de kosten van de procedure in beide instanties aan de zijde van Hyatt gevallen, tot op heden in eerste aanleg begroot op Afl. 1.500,00 wegens gemachtigdensalaris en in hoger beroep op Afl. 190,00 wegens verschotten en Afl. 5.100,00 als salaris voor de gemachtigde. Aldus gewezen door mr. J. de Boer, mr. G.E.M. Polkamp en mr. L.J. de Kerpel-van de Poel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting op 16 september 2008 in Aruba uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.