Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF1895

Datum uitspraak2008-09-12
Datum gepubliceerd2008-09-23
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Breda
Zaaknummers192826 KG ZA 08-416
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

-


Uitspraak

vonnis RECHTBANK BREDA Sector civiel recht Team handelsrecht zaaknummer / rolnummer: 192826 / KG ZA 08-416 Vonnis in kort geding van 12 september 2008 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HENDRIKS BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ BV, gevestigd te Teteringen, gemeente Breda, eiseres, advocaat mr. R. Bressers te Tilburg, tegen 1. [gedaagde], wonende te Breda, gedaagde, niet verschenen. 2. [gedaagde], wonende te Breda, gedaagde, advocaat mr. N. van Bruggen te Breda. 3. De personen die zonder recht of titel in het pand aan de Catharinastraat 87-89 te Breda verblijven, gedaagden, niet verschenen. Partijen zullen hierna Hendriks respectievelijk [gedaagde 1] en [gedaagdede 2] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 13 augustus 2008, - de mondelinge behandeling ter zitting van 29 augustus 2008, - de door Hendriks in het geding gebrachte producties, - de door [gedaagdede 2] in het geding gebrachte producties, - de pleitnota van Hendriks, - de pleitnota van [gedaagdede 2]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. Het geschil 2.1. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat ten aanzien van [gedaagde 1] en gedaagden sub 3 het gevraagde verstek zal worden verleend. 2.2. Hendriks vordert om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, a. Gedaagden te veroordelen binnen 24 uur na betekening van het vonnis, althans binnen een zodanige termijn als de voorzieningenrechter in goede justitie oordelend juist acht, de onroerende zaak c.a. staande en gelegen aan de Catharinastraat 87-89 te Breda met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover deze laatste niet het eigendom zijn van Hendriks, te verlaten en te ontruimen en deze ontruimd te houden en die onroerende zaak c.a. met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking aan Hendriks te stellen, bij gebreke waarvan gedwongen ontruiming in de zin van artikel 555 ev. Rv kan plaatsvinden, b. ex artikel 557a lid 3 Rv te bepalen dat het onderhavige ontruimingsvonnis één jaar ten uitvoer gelegd kan worden tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet, c. Gedaagden te veroordelen in de kosten van dit geding. 2.3. [gedaagdede 2] heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3. De beoordeling 3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten: Hendriks heeft in eigendom de bedrijfsruimte bestaande uit een winkelpand staande en gelegen aan de Catharinastraat 87-89 te Breda, kadastraal bekend gemeente Breda sectie B nummers 5723 en 5724 (hierna: het pand). Hendriks heeft zijn meubelzaak op een andere locatie gevestigd en wenst het pand te verkopen of te verhuren. Het pand staat sinds 1 januari 2003 leeg. [gedaagde 1] en [gedaagdede 2] hebben samen met derden (Kraak Groep Breda en aktiegroep Woonstrijd!) op maandag 12 november 2007 het pand gekraakt. [gedaagde 1] en [gedaagdede 2] bewonen met de medegebruikers het pand. Daarnaast hebben zij in het pand een cultureel centrum gevestigd. Hendriks heeft met M.H. Schreurs op 3 december 2007 een huurovereenkomst gesloten betreffende het pand. De bedrijfsruimte is met ingang van 16 december 2007 verhuurd aan M.H. Schreurs. Hendriks heeft [gedaagde 1] en [gedaagdede 2] bij exploit van 23 november 2007 gesommeerd het pand binnen 48 uur te ontruimen. [gedaagde 1] en [gedaagdede 2] hebben daaraan niet voldaan, waarop Hendriks een kortgedingprocedure heeft gestart. Bij vonnis van 21 december 2007 heeft de voorzieningenrechter Breda de door Hendriks ingestelde vordering tot ontruiming van het pand afgewezen. Bij appèldagvaarding van 16 januari 2008 heeft Hendriks hoger beroep ingesteld tegen voornoemd kortgedingvonnis. De verzekeringsmaatschappij Reaal heeft de opstalverzekering van het pand vanaf 19 november 2007 beperkt tot brand/stormdekking en aangegeven dat deze dekking tot 19 mei 2008 wordt aangehouden. Reaal heeft de dekking van de verzekering vervolgens verlengd tot uiterlijk 19 september 2008. Hendriks heeft [gedaagde 1] en [gedaagdede 2] bij exploit van 4 augustus 2008 gesommeerd het pand uiterlijk op 18 augustus 2008 te ontruimen. De advocate van [gedaagdede 2] heeft Hendriks laten weten dat de krakers hier geen gehoor aan zullen geven. Op 27 augustus 2008 heeft de zitting bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch plaatsgevonden. Ter zitting is door partijen aangegeven dat het arrest van het Hof verwacht wordt op 23 september 2008. De gemeente heeft een verklaring ex artikel 557a, tweede lid, Rv afgegeven. 3.2. Hendriks legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde 1], [gedaagdede 2] en de anderen inbreuk maken op zijn eigendomsrecht en aldus jegens hem onrechtmatig handelen. 3.3. In deze procedure staat vast dat gedaagden zonder recht of titel in het pand verblijven. Op zich levert deze omstandigheid een grond op voor ontruiming. Ter beoordeling van de voorzieningenrechter staat thans of er omstandigheden zijn op grond waarvan Hendriks een spoedeisend belang bij deze ontruiming heeft. 3.4. Hendriks heeft daartoe gesteld dat de kraak van het pand ertoe leidt dat de opstalverzekering van zijn pand geen, althans beperkte dekking biedt. Na melding van de kraak van het pand, heeft Reaal de opstalverzekering per 19 november 2007 beperkt tot brand/stormdekking en aangegeven dat de verzekering per 19 september 2008 wordt beëindigd. Hendriks stelt dat het - na meerdere pogingen bij diverse verzekerings-maatschappijen - niet gelukt is het pand (opnieuw) verzekerd te krijgen. Zoals eerder aangegeven wordt het arrest van het Hof in deze zaak eerst verwacht op 23 september 2008. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Hendriks voldoende belang bij een snelle uitspraak. 3.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Hendriks voldoende inspanningen heeft verricht om het pand (opnieuw) verzekerd te krijgen. Hierbij acht zij van belang dat Hendriks via een tweetal tussenpersonen zeven verzekeringsmaatschappijen heeft verzocht een verzekering af te sluiten en dekking te verlenen. De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk geworden – mede gelet op de door Hendriks overgelegde producties - dat het pand thans in gekraakte toestand niet verzekerbaar is. Hendriks heeft voorts de door de advocate van [gedaagdede 2] aangedragen mogelijkheden om het pand te verzekeren bij Triodos Bank en bij een organisatie genaamd Raamwerk onderzocht en deze stelling met voldoende bewijzen betwist. Ter zitting is immers vast komen te staan dat het niet mogelijk is het pand te verzekeren bij Raamwerk noch bij andere verzekeraars en dat het pand enkel verzekerd zou kunnen worden – assurantietussenpersoon Triodos ziet daar mogelijkheden toe - indien tussen de krakers en de eigenaar een gebruikersovereenkomst wordt gesloten. Met Hendriks is de voorzieningenrechter van oordeel dat de krakers, onder de gegeven omstandigheden, geen gebruikersovereenkomst met Hendriks kunnen afdwingen. De voorzieningenrechter deelt het standpunt van Hendriks dat zij, in dit geval, een redelijk belang heeft om geen gebruikersovereenkomst af te sluiten met de krakers. Immers, het pand kan met een gebruikersovereenkomst niet meer commercieel worden verhuurd en volgens de verklaringen van Hendriks heeft hij reeds een huurder voor het pand gevonden. De voorzieningenrechter sluit niet uit – en zij realiseert zich dat zij daarmee vooruitloopt op het oordeel van het Hof – dat de nadere onderbouwing van het verloop van de onderhandelingen met Schreurs over de huur en te zijner tijd mogelijke koop van het pand en het feit dat blijkens de verklaring van de makelaar die onderhandelingen al gaande waren vóór het kraken van het pand, een ander licht op de gevorderde ontruiming zullen werpen. Daarom geeft zij in deze beslissing prioriteit en erkenning aan het spoedeisend belang tot ontruiming nu het pand per 19 september 2008 niet meer verzekerd is. 3.6. De door [gedaagdede 2] overgelegde uitspraak van de rechtbank Zwolle van 7 november 2001 maakt vorenstaande niet anders. De voorzieningenrechter ziet in deze uitspraak een bevestiging van het feit dat de eigenaar van het pand voldoende inspanningen moet verrichten om de verzekeringsdekking te verlengen danwel een vervangende dekking voor de opgezegde verzekering te krijgen. In de casus van deze uitspraak werd de vordering van de eigenaar tot ontruiming van het pand niet toegewezen in verband met het feit dat de eigenaar tegen de opzegging van de verzekering geen bezwaar had gemaakt. In het onderhavige geval heeft Hendriks zoals eerder overwogen voldaan aan zijn inspanningsverplichting en in voldoende mate bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van de verzekering. Bovendien is het Hendriks nog gelukt – na bericht van Reaal dat de verzekering zou worden beëindigd - de verzekeringsdekking eenmalig te verlengen met zes maanden, tot 19 september 2008. Hendriks heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat dit een tweede keer niet zal lukken. 3.7. Gelet op al het vorenstaande is in voldoende mate komen vast te staan dat het pand onverzekerbaar is zolang het gekraakt is. Derhalve zal het pand vanaf 19 september 2008 niet meer verzekerd zijn, hetgeen voor Hendriks een onaanvaardbaar financieel risico met zich meebrengt. Dit leidt ertoe dat Hendriks een voldoende spoedeisend belang heeft bij het gevorderde, zodat de vorderingen als navolgt kunnen worden toegewezen, waarbij aan gedaagden een ontruimingstermijn van zes dagen zal worden gegund. 3.8. [gedaagde 1] en [gedaagdede 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Hendriks worden begroot op: - dagvaarding EUR 85,44 - vast recht 254,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal EUR 1155,44 4. De beslissing De voorzieningenrechter 4.1. veroordeelt gedaagden om binnen zes dagen na de betekening van dit vonnis met al het hunne en de hunnen de onroerende zaak c.a. staande en gelegen aan de Catharinastraat 87-89 te Breda te ontruimen en ontruimd te houden, en die onroerende zaak c.a. met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking aan Hendriks te stellen, 4.2. bepaalt dat deze veroordeling binnen de in art. 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet, 4.3. veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van Hendriks tot op heden begroot op EUR 1155,44, waarvan EUR 816,00 als salaris advocaat, 4.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Andel en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. Lambregts-Brouwers op 12 september 2008.?