
Jurisprudentie
BF1828
Datum uitspraak2008-09-17
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Roermond
Zaaknummers86301 / FA RK 08-553
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Roermond
Zaaknummers86301 / FA RK 08-553
Statusgepubliceerd
Indicatie
Alimentatie. De bijdragen van vader (ook in natura) aan de kinderen strekken niet in mindering op de behoefte van de minderjarige maar wel op de behoefte van de jongmeerderjarige.
Uitspraak
RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht
Zaaknummer : 86301 / FA RK 08-553
Beschikking van 17 september 2008 betreffende alimentatie
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen de man,
procureur: mr. E.J.M. Stals;
tegen:
1. [de vrouw],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen de vrouw,
procureur: mr. P.J.W.M. Theunissen;
2. [2. de jongmeerderjarige],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen [2. de jongmeerderjarige],
procureur: mr. P.J.W.M. Theunissen;
3. [3. de jongmeerderjarige],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen [3. de jongmeerderjarige].
1. Het verloop van de procedure
1.1. Dit blijkt uit het volgende:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 18 april 2008;
- het verweerschrift zijdens de vrouw en [2. de jongmeerderjarige], binnengekomen bij de rechtbank op 29 april 2008;
- financiële bescheiden zijdens de man bij brieven van 30 juni en 4 juli 2008;
- de mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 10 juli 2008 en waarbij zijn verschenen:
- partijen, bijgestaan door hun advocaten;
- de brieven zijdens partijen van 5 augustus 2008.
2. De vaststaande feiten
2.1. Op grond van de overgelegde - niet weersproken - producties gaat de rechtbank uit van de navolgende feiten.
2.2. Deze rechtbank heeft op 16 oktober 1997 de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken. Die uitspraak is op 6 januari 1998 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. [3. de jongmeerderjarige] en [2. de jongmeerderjarige] zijn de inmiddels jongmeerderjarige kinderen uit dat huwelijk.
2.3. Bij voornoemde uitspraak heeft deze rechtbank aan de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, verder te noemen de kinderbijdrage, opgelegd van
f. 600,= per maand per kind en een partnerbijdrage van f. 4.000,= per maand.
2.4. Bij uitspraak van deze rechtbank van 29 juni 2000 is de partnerbijdrage gewijzigd in f. 1.190,= per maand.
2.5. Bij uitspraak van deze rechtbank van 25 juli 2007 is de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot nihilstelling van kinderbijdrage, omdat hij wijziging verzocht van de uitspraak van deze rechtbank van 29 juni 2000 en niet van de uitspraak van deze rechtbank van 16 oktober 1997. Het verzoek tot wijziging van de partnerbijdrage is, wegens onvoldoende onderbouwing daarvan, afgewezen. De man is veroordeeld in de kosten van die procedure. De man heeft hoger beroep ingesteld tegen die uitspraak. Het hoger beroep betreft alleen de partnerbijdrage.
2.6. Ingevolge wettelijke indexering bedraagt de kinderbijdrage nu EUR 360,17 per maand per kind.
2.7. [3. de jongmeerderjarige] woont vanaf 4 mei 2008 bij de man.
3. Het verzoek
3.1. Het verzoekschrift houdt in dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, de kinderbijdrage zal wijzigen en met ingang van 1 november 2006, althans 1 januari 2007 zal bepalen op nihil. De man verzoekt voorts zijn betalingsverplichting over de daaraan voorafgaande periode te bepalen op hetgeen hij feitelijk heeft betaald, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.
3.2. De man stelt dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden op grond waarvan de eerdere rechterlijke uitspraak niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet en voert daartoe het volgende aan.
3.3. De man stelt dat de behoefte van de kinderen is gewijzigd omdat zij eigen inkomsten hebben. [2. de jongmeerderjarige] heeft een inkomen van EUR 150,= per week. Vanaf 18 februari 2008 werkt zij 24 uur per week bij een callcenter. Ook [3. de jongmeerderjarige] werkt.
3.4. De man heeft vanaf 1 juni 2003 als zelfstandige commissionair gewerkt. Hij verrichtte in- en verkoopwerkzaamheden ten behoeve van derden in de vleeshandel. De opdrachten liepen echter terug. Vanaf november 2006 had hij geen opdrachten meer. Hij heeft vervolgens getracht ander werk te vinden en veelvuldig gesolliciteerd. Dit zonder resultaat.
Hij had alleen een WAO-uitkering van EUR 713,92 per maand. Hij kon geen aanspraak maken op een andere uitkering. Hij heeft de vrouw daarvan tijdig in kennis gesteld. Zij wilde niet overleggen over verlaging van de bijdrage.
De man is vervolgens zelf in vlees gaan handelen. Daarvoor was een investering noodzakelijk. Die activiteiten verkeren in de opstartfase.
Inmiddels is de jaarrekening over 2007 beschikbaar. Daaruit blijkt een negatief resultaat. De man heeft voorts aanzienlijke lasten. De reden dat de man zijn verzoek niet eerder heeft ingediend is dat hij eerst de cijfers wilde hebben om zijn verzoek te onderbouwen.
4. Het verweer
4.1. De vrouw en [2. de jongmeerderjarige] concluderen tot niet-ontvankelijkheid van de man in het verzoek, althans tot afwijzing daarvan met veroordeling van de man in de kosten van dit geding en voeren daartoe het volgende aan.
4.2. [3. de jongmeerderjarige] heeft in 2007 een kleine EUR 200,= per maand verdiend en [2. de jongmeerderjarige] EUR 190,= per maand.
Zij hebben onverminderd behoefte aan een bijdrage van de man gehad. [3. de jongmeerderjarige] kan vanaf 18 februari 2008 in haar eigen kosten van levensonderhoud voorzien.
4.3. De vrouw vraagt zich af hoe de man zijn lasten kan betalen. De man heeft een belang in een Italiaanse BV Kalf Allevamenti S.R.L. waarvan hij geen melding maakt. Over 2006 heeft de man een winst behaald van EUR 33.926,= naast zijn WAO-uitkering. In 2006 is hij dus zeker in staat geweest de kinderbijdrage te betalen, ook over de laatste twee maanden van dat jaar. De jaarstukken van 2007 hebben volgens de vrouw betrekking op een periode van 7 maanden. De bedrijfslasten zullen niet stijgen in 2008 en de autokosten en de woonlasten zijn extreem hoog. Kennelijk kan de man die lasten betalen.
Er is dan ook geen noodzaak tot nihilstelling van de kinderbijdrage en zeker niet eerder dan de datum van indiening van het verzoekschrift.
5. De beoordeling
5.1. [3. de jongmeerderjarige] is geboren op 11 januari 1990 en op 11 januari 2008 meerderjarig (18) geworden. Per die datum komt de bijdrage aan [3. de jongmeerderjarige] zelf toe en kan de vrouw geen aanspraak meer maken op een kinderbijdrage voor haar. [3. de jongmeerderjarige] voert geen verweer tegen het verzoek. Het verzoek ten aanzien van haar kan dan ook worden toegewezen met ingang van 11 januari 2008.
5.2. Dan resteert nog voor [3. de jongmeerderjarige] ter beoordeling de periode tot haar meerderjarigheid en wel de periode van 1 november 2006 tot 11 januari 2008.
5.3. [2. de jongmeerderjarige] is geboren op 20 september 1987 en op 20 september 2005 meerderjarig (18) geworden. Zij maakt bezwaar voor de periode tot 18 februari 2008. Met ingang van die datum heeft zij geen behoefte meer aan een bijdrage. Ten aanzien van haar dient dus nog te worden beoordeeld de periode van 1 november 2006 tot 18 februari 2008. Gedurende die periode was zij jongmeerderjarig en kwam de onderhoudsbijdrage dus aan haarzelf toe.
5.4. De behoefte van de kinderen.
De inkomsten van de kinderen uit een bijbaantje bedroegen circa EUR 200,= per maand.
Deze inkomsten zijn niet dusdanig hoog dat deze invloed dienen te hebben op hun behoefte. De rechtbank acht het redelijk dat de dochters die inkomsten voor extra uitgaven voor zichzelf behouden.
De door de man aan [3. de jongmeerderjarige] zelf betaalde bedragen brengt de rechtbank evenmin in mindering op de geldende bijdrage. De man dient de bijdrage gedurende minderjarigheid van de kinderen aan de vrouw te betalen. De vrouw dient als verzorgende ouder te kunnen beslissen over de uitgaven voor de kinderen. Ten aanzien van [3. de jongmeerderjarige] staat de behoefte dan ook vast.
Ten aanzien van [2. de jongmeerderjarige] overweegt de rechtbank als volgt.
De rechtbank acht het in het dit geval redelijk de bijdragen van de man aan [2. de jongmeerderjarige] in mindering te brengen op de door hem verschuldigde bijdrage. De rechtbank concludeert dat de man met de betalingen aan [2. de jongmeerderjarige] in geld en natura voldoende is gekweten van zijn onderhoudsverplichting jegens haar. Het gaat daarbij om betalingen tijdens de jongmeerderjarigheid van [2. de jongmeerderjarige]. Die betalingen overtreffen de geldende bijdrage.
Het gaat daarbij om de betalingen tot een bedrag van EUR 1.350,= die de man vanaf 21 mei 2007 op de rekening van [2. de jongmeerderjarige] heeft overgemaakt, de onbetwiste betaling van de telefoonrekening voor haar van EUR 120,= per maand, de aanschaf van een auto van
EUR 3.900,= en de betaling van de autoverzekering en wegenbelasting. De rechtbank zal dan ook vaststellen dat de man aan zijn onderhoudsverplichting jegens [2. de jongmeerderjarige] heeft voldaan.
5.5. De draagkracht van de man.
In het door de man ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank van 25 juli 2007 betreffende de partnerbijdrage heeft het hof geoordeeld dat de man zijn financiële situatie niet althans onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt. Ook zijn financiële situatie in 2008 is als onduidelijk beoordeeld.
5.6. De man stelt weliswaar dat hij in de onderhavige procedure wel alle gegevens heeft overgelegd, maar de rechtbank stelt vast dat ook nu de jaarstukken van het Italiaanse bedrijf, thans geheten Italcrudo, waarvan de man kennelijk nog altijd medeaandeelhouder is, ontbreken. Voorts ontbreken ook nu de gegevens over zijn werkzaamheden in Duitsland en Schijndel. Dat is des te onbegrijpelijker omdat de raadsvrouw van de vrouw ter zitting heeft opgemerkt dat deze zaken ook al tijdens de mondelinge behandeling bij het gerechtshof aan de orde zijn geweest. Met een aanslag en voorlopige aanslag inkomensbelasting over 2005 respectievelijk 2006 en de aangifte inkomensbelasting over 2007 kan niet worden volstaan. Voor zover de man bedoelt dat de inkomsten uit de werkzaamheden in Duitsland en Schijndel onderdeel uitmaken van de netto-omzet, zoals opgenomen in de winst en verliesrekening over 2007 en het eerste halfjaar van 2008 van [naam man] Sales & Management, ontbreekt een nadere specificatie middels bijvoorbeeld een toelichting op de winst- en verliesrekening, waaruit dat kan worden afgeleid.
5.7. Voorts staan op de kapitaalrekening 2007 van de eenmanszaak van de man om voor de rechtbank onduidelijke redenen, geen privé-uitgaven vermeld anders dan de het privé-gebruik voor de auto en de telefoon, terwijl in bijvoorbeeld de cijfers over 2005 wel een post onbenoemde privé-uitgaven van EUR 29.269,= vermeld staat.
5.8. Alleen al het ontbreken van - en de onduidelijkheid van de gegevens maakt dat de rechtbank niet anders kan concluderen dan dat de financiële situatie van de man niet althans onvoldoende inzichtelijk is. Zodoende is niet komen vast te staan dat de man geen draagkracht heeft (gehad) tot betaling van de onderhoudsbijdrage voor [3. de jongmeerderjarige]. De rechtbank zal het verzoek ten aanzien van haar voor de periode tot 11 januari 2008 dan ook afwijzen.
5.9. De rechtbank acht termen aanwezig de proceskosten tussen de man enerzijds en de vrouw en [2. de jongmeerderjarige] anderzijds in die zin dat elk van hen de eigen kosten draagt.
6. De beslissing
De rechtbank:
6.1. wijzigt met ingang van 18 februari 2008 de uitspraak van deze rechtbank van 16 oktober 1997 in die zin dat de man ten behoeve het levensonderhoud en studie van [2. de jongmeerderjarige] heeft te betalen NIHIL;
6.2. stelt vast dat de man over de periode van 1 november 2006 tot 18 februari 2008 aan zijn onderhoudsplichting jegens [2. de jongmeerderjarige] heeft voldaan;
6.3. wijzigt met ingang van 11 januari 2008 de uitspraak van deze rechtbank van 25 juli 2007 in die zin dat de man ten behoeve het levensonderhoud en studie van [3. de jongmeerderjarige] heeft te betalen NIHIL;
6.4. wijst het verzoek voor het overige af;
6.5. compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat elk van hen de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.C.G. Brants en ter openbare civiele terechtzitting van 17 september 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
tn
Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.