
Jurisprudentie
BF1817
Datum uitspraak2008-09-17
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers285565 / HA ZA 07-1460
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers285565 / HA ZA 07-1460
Statusgepubliceerd
Indicatie
Verzwegen gebrek in woning. Koper heeft in hoofdzaak nog betaling van de bijkomende (aankoop-)kosten gevorderd van verkoper. Bij tussenvonnis heeft de rechtbank in plaats van de gevorderde vernietiging van de koopovereenkomst uit te spreken, de gevolgen van die overeenkomst gewijzigd als bedoeld in artikel 6:230, lid 2 BW door de koopprijs met een bedrag van € 10.000,-- te verminderen. Koper is daarbij in de gelegenheid gesteld deze kosten nader te onderbouwen/specificeren, nu de toepassing van artikel 6:230 BW meebrengt dat alleen voor vergoeding in aanmerking komen (aankoop)kosten die koper in geval van aankoop tegen de verminderde koopprijs niet zou hebben gemaakt. Koper heeft nagelaten zijn vordering op dit punt nader te specificeren, zodat de vordering - in zoverre - wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 285565 / HA ZA 07-1460
Uitspraak: 17 september 2008
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
1. [eiser sub 1],
2. [eiseres sub 2],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers,
advocaat mr. R.D. Rischen,
- tegen -
1. [gedaagde sub 1],
2. [gedaagde sub 2],
beiden wonende te [woonplaats],
gedaagden,
advocaat mr. R.J. Michielsen.
Partijen blijven hierna aangeduid als "[eisers]" respectievelijk "[gedaagden]".
1 Het verdere verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 23 april 2008 (verder: het tussenvonnis) en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- akte na tussenvonnis alsmede akte inhoudende vermeerdering van eis;
- antwoordakte.
2 De verdere beoordeling
2.1 Bij akte na tussenvonnis heeft [eisers] zijn eis vermeerderd met een bedrag van
€ 1.000,-- voor aanvullende kosten in verband met de verhuizing naar een nieuw pied a terre. [gedaagden] heeft tegen deze vermeerdering van eis geen bezwaar gemaakt.
De rechtbank zal derhalve uitgaan van de vermeerderde eis.
2.2 Bij tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat partijen nog onvoldoende in de gelegenheid zijn geweest zich uit te laten over de verschuldigdheid en omvang van de door [eisers] gevorderde vergoeding van extra kosten ad € 11.161,44 ingeval van toepassing van het bepaalde in artikel 6:230, lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Om die reden is [eisers] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (omvang van de) aansprakelijkheid van [gedaagden] voor deze kosten en is [gedaagden] in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.
2.3 Bij akte na tussenvonnis handhaaft [eisers] zijn stelling dat [gedaagden], aanvullend op de reeds aangegeven koopprijsvermindering van € 10.000,--, dient te worden veroordeeld tot betaling van alle door [eisers] gemaakte kosten. Grotenhuis zou nimmer tot sluiting van de koopovereenkomst zijn overgegaan als hij op de hoogte zou zijn geweest van de problematiek met de riolering. Dat de rechtbank artikel 6:230 BW heeft toegepast, maakt dat niet anders, aldus Grotenhuis. Voorts heeft [eisers] nog aangevoerd dat hij zich, gelet op het gebrek aan het onderhavige appartement, op korte termijn genoodzaakt ziet het onderhavige appartement te verkopen en een nieuw pied a terre aan te kopen. Daardoor moet hij (dubbele) kosten maken, welke kosten hij niet dubbel zou hebben gemaakt, indien hij bekend zou zijn geweest met het gebrek aan het riool, omdat hij het onderhavige appartement dan niet zou hebben gekocht.
Naast deze kosten claimt [eisers] additionele kosten ad € 1.000,-- voor de verhuizing naar het nieuwe pied a terre.
2.4 [gedaagden] voert daartegen bij antwoordakte aan dat deze kosten, gelet op de omstandigheden van het geval, niet voor rekening van [gedaagden] komen, nu het geen absolute noodzaak, maar een eigen beslissing van [eisers] is om het onderhavige appartement te verkopen en een nieuw pied a terre aan te kopen. Bovendien is er geen sprake van dubbele kosten, aangezien [eisers] bij aankoop van een ander appartement deze kosten ook zou hebben gehad en hij voorts niet genoodzaakt is om een ander pied a terre te kopen, maar hij ook kan gaan huren. [gedaagden] acht zich niet aansprakelijk voor de door [eisers] bij vermeerdering van eis gevorderde verhuiskosten ten bedrage van € 1.000,--.
2.5 Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] zijn stelling dat [gedaagden] alle gevorderde kosten dient te vergoeden onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelt daarbij voorop dat, zoals in het tussenvonnis is overwogen, aanleiding bestaat in plaats van de gevorderde vernietiging van de koopovereenkomst uit te spreken, de gevolgen van die overeenkomst te wijzigen als bedoeld in artikel 6:230, lid 2 BW. De koopovereenkomst blijft derhalve in stand tegen een met € 10.000,-- verminderde koopprijs. Het vorenstaande brengt mee dat alleen voor vergoeding in aanmerking komen (aankoop)kosten die [eisers] in geval van aankoop tegen de verminderde koopprijs niet zou hebben gemaakt. Het had op de weg van [eisers] gelegen om zijn vordering op dit punt nader te specificeren, hetgeen hij heeft nagelaten. Bij gebreke van die nadere specificatie, kan de vordering in zoverre dan ook niet slagen en zal dientengevolge worden afgewezen. Dat [eisers], zoals hij bij akte heeft aangevoerd, er kennelijk voor kiest het appartement te (gaan) verkopen en alsdan dientengevolge naar alle waarschijnlijkheid wederom kosten zal moeten maken is een omstandigheid die, wat daarvan overigens ook zij, voor zijn rekening en risico komt.
2.6 Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten oordeelt de rechtbank als volgt. Vooropgesteld wordt dat buitengerechtelijke incassokosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen indien het gaat om werkelijk gemaakte kosten ter zake van verrichtingen anders dan die ter voorbereiding van de procedure en de instructie van de zaak. De rechtbank hanteert hierbij het uitgangspunt dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan het enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een - niet aanvaard - schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. [eisers] heeft ter onderbouwing één sommatiebrief en een tweetal niet nader gespecificeerde declaraties van zijn raadsman
overgelegd. De kosten waarvan vergoeding wordt gevorderd, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. De rechtbank zal de vordering van deze kosten eveneens afwijzen.
2.7 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis.
2.8 [gedaagden] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.
3 De beslissing
De rechtbank,
wijst af de gevorderde vernietiging van de koopovereenkomst en van de boedelovereenkomst;
wijzigt de gevolgen van de koopovereenkomst in de zin van artikel 6:230, lid 2 Burgerlijk Wetboek aldus dat de koopprijs van het onderhavige appartement wordt verminderd met een bedrag van € 10.000,--;
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisers] te betalen het bedrag van
€ 10.000,-- (zegge: tienduizend euro);
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eisers] bepaald op € 3.980,-- aan vast recht, op € 84,31 aan overige verschotten en op € 960,-- aan salaris voor de advocaat;
bepaalt dat [gedaagden] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120, lid 1 Burgerlijk Wetboek verschuldigd is over de proceskosten vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der voldoening;
verklaart dit vonnis voorzover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.A. Pit.
Uitgesproken in het openbaar.
585/344